Financiële crisis kan de PvdA uit impasse halen

De PvdA moet de financiële crisis aangrijpen om zich in ideologisch opzicht te vernieuwen. Net als in de jaren dertig, meent Adriaan van Veldhuizen.

Een financiële crisis is een virus. Amerika stak Europa aan en de beurzen infecteren de reële economie. Wat is de volgende stap? Een logische kandidaat is de politiek. De eerste verschijnselen daarvan zien we in het recente succes van Wouter Bos, maar ook in het wegsturen van minister Ella Vogelaar.

Economische crises en de opkomst van een nieuw politiek elan gingen in de geschiedenis regelmatig hand in hand. Economische crises stellen politieke partijen in staat zichzelf in korte tijd opnieuw uit te vinden. De PvdA staat aan de vooravond van een dergelijk proces. Dat moet echter wel gestructureerd gebeuren. In dat opzicht doet de PvdA er goed aan om nu door te pakken, maar alleen door eerst te leren van haar eigen verleden. De crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw was voor Nederland anders dan de huidige crisis. De financiële problemen bereikten de Nederlandse overheid destijds relatief laat, maar de samenleving werd al in een vroeg stadium zwaar getroffen. Met name door een hoge werkloosheid. De politiek beschikte niet over de middelen om daar adequaat op te reageren. Ook de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), de voorloper van de PvdA, hield begin jaren dertig krampachtig vast aan haar traditionele socialistische beginselen. De SDAP zag de crisis als het logische gevolg van ongebreideld kapitalisme en daarmee als een probleem voor de andere partijen.

Maar na verloop van tijd begon de schoen te wringen. Juist de achterban van de sociaal-democraten werd het hardst getroffen. In 1935 was een kwart van de bevolking door de malaise geraakt. Men besefte allengs dat er een andere oplossing moest komen. Onder druk van de crisis besloot de partij te laten zien dat zij ‘een ernstige partij’ was. Een grote hervorming was het gevolg.

Onder leiding van de jonge econoom Hein Vos werd het Wetenschappelijk Bureau van de SDAP – later opgevold door de Wiardi Beckmanstichting (WBS) – opgericht. Het bureau ontwikkelde een ‘Plan van de Arbeid’. De SDAP liet daarin een deel van haar verouderde, socialistische beginselen varen en koos voor de veel modernere ideeën van de Engelse econoom John Maynard Keynes. Samen met de latere Nobelprijswinner Jan Tinbergen bracht Vos moderne economie in overeenstemming met oude socialistische idealen. Er werden grote openbare werken aanbevolen om de werkloosheid terug te dringen, er werd een gemengde economie bepleit en er werd rekening gehouden met de gehele bevolking.

Ook de ‘plancampagne’ waarmee de SDAP zichzelf en haar plan onder de aandacht bracht, was een indrukwekkende combinatie van oude partijcultuur en moderne communicatie. Een planlied (‘Het moet, het kan. Op voor het plan!’), een planboek, een plangedicht, planbijeenkomsten en planbrochures werden systematisch onder de bevolking verspreid. Doordat de marxistische veren werden afgeschud en nieuwe bevolkingsgroepen werden aangeboord, vond de SDAP zichzelf opnieuw uit. De partij werd van arbeiderspartij een volkspartij en van dogmatische partij een praktische partij.

Dat is de belangrijkste verdienste van het plan geweest. Want hoewel het niet leidde tot een – destijds verwachte – klinkende verkiezingsoverwinning, en de oorlog de uitvoering van het beleid onmogelijk maakte, was de betekenis voor de partij onuitwisbaar. De partij zat in de jaren voorafgaand aan het plan ideologisch in een impasse. Het plan gaf de gerafelde partij nieuw zelfvertrouwen en droeg bij aan een nieuw beginselprogramma van 1937, waarin nu ook buiten het economisch beleid werd afgerekend met verouderde dogma’s. Later was het plan een voorwaarde voor de doorbraakgedachte van na de Tweede Wereldoorlog. Daarmee was het de aanzet tot een nieuwe partij.

De huidige PvdA mag geen genoegen nemen met het wegsturen van de ene minister of het opbloeien van vertrouwen in de andere. Men moet leren van het eigen verleden door te kijken naar het Plan van de Arbeid. Niet vanwege de destijds voorgestelde economische maatregelen, maar vanwege de aanzet tot zelfvernieuwing. Men kan leren van het verleden en inzien dat een crisis als breekijzer voor ideologische indolentie kan fungeren. Die ideologische heroriëntatie is voor de PvdA noodzakelijk. Want de acties van Wouter Bos – hoe goed ze ook mogen zijn – zullen niet voldoende blijken om de huidige impasse van de partij te doorbreken.

De maatregelen van Bos om de economie te ondersteunen, komen namelijk niet voort uit het gedachtengoed van zijn partij. Niet omdat hij niet luistert naar zijn partij, maar omdat zijn partij op deze punten vanuit haar ideologie geen oplossingen aan kan reiken. In dat probleem ligt een parallel met het verleden: die parallel moet er ook komen in de oplossing. Door de crisis weet men nu op welke vragen een ideologie antwoorden zou moeten bieden. Die antwoorden moeten in alle rust, maar met gevoel voor urgentie geformuleerd worden, opdat duidelijk wordt dat een economische storm ook een frisse politieke wind kan laten waaien.

Adriaan van Veldhuizen (1982) is historicus. Vorige maand werd hij uitgeroepen tot ‘de nieuwe Maarten van Rossem’.