En ik? Ik las een boek over huilende Denen

Ook ik pinkte een traantje weg bij de aanvaardingsrede van Barack Obama. Ik denk niet dat het kwam door de macht van zijn woorden, maar doordat CNN zijn toespraak versneden had met veel huilende mensen. Huilen is besmettelijk. Het geeft een gevoel van saamhorigheid.

Ook mijn leven als lezer stond de afgelopen week in het teken van huilen. Ik ontmoette een schrijver die weigerde te huilen en ik las een boek over huilende Denen. De schrijver was David Rieff. Hij is de zoon van de Amerikaanse filosofe Susan Sontag en schreef Zwemmen in de zee des doods, een boek over haar dood. We – ik deed het interview samen met een vriendin – waren nog maar net neergestreken op de bank, of Rieff waarschuwde ons dat hij ‘anti-Oprah’ was. Daarmee bedoelde hij dat hij niet hield van valse sentimentaliteit. In zijn boek schetst hij een portret van zijn moeder die weet dat ze zal sterven aan kanker, maar alles op alles zet om niet toe te geven aan haar naderende dood. Hij schrijft over haar artsen, haar medisch optimisme en haar werklust. Maar niet over hun persoonlijke relatie – en hij wil dat ook niet, schrijft hij. Uit één zinnetje kunnen we opmaken dat hun relatie niet optimaal was.

Hoe goed ook geschreven, toch valt er iets op aan Rieffs boek. Er ontbreken tranen. Na lezing had ik dan ook vooral een persoonlijke vraag: ‘Hoe was de relatie met zijn moeder?’ Niet omdat ik te veel naar Oprah Winfrey kijk, maar omdat ik wil begrijpen waarom er in een boek over de dood van zijn eigen moeder geen tranen voorkomen. Zijn er misschien geen tranen geweest, doet hij alsof? Is hij tegen het ‘etaleren’ van verdriet en zo ja waarom, en is dat dan een bewuste keuze om ze buiten het boek te houden?

Uit het feit dat Rieff geen antwoord wil geven op de vraag, kun je dat laatste vermoeden. Ergens begrijp ik de weerstand natuurlijk wel. Verdriet is privé. Tranen ook. Er is zoiets als een gebrek aan schaamte en emotioneel effectbejag. Maar is het niet al te cynisch om zó bang te zijn voor (literair) sentiment? Je bent toch niet meteen Oprah als je iets zegt over de persoonlijke relatie met je moeder of een (papieren) traan laat vloeien daarover? Of wel?

Bijna diametraal op het boek van Rieff staat de roman De kunst om in koor te huilen van de Deense schrijver Erling Jepsen. In dit boek vloeien voortdurend tranen. De kunst om in koor te huilen verscheen een half jaar geleden in Nederlandse vertaling en is nauwelijks opgemerkt door de pers – maar hopelijk gaat daar verandering in komen nu de al even schitterende verfilming van het boek genomineerd is voor beste buitenlandse film bij de Oscars. Het boek gaat over het elfjarig jongetje Allan. Hij merkt dat het zijn vader, melkboer, opbeurt als hij een grafrede mag houden. Niet alleen raakt de vader ontroerd van zijn eigen woorden, ook wordt hij vrolijk van de macht van zijn woorden: hij krijgt mensen aan het huilen en zijn omzet gaat omhoog. Allan helpt zijn vader een extra handje door zijn hand vast te pakken tijdens begrafenissen, zijn ogen wijd open te sperren en tranen te persen – de mensen vinden het prachtig en beginnen dan mee te huilen. Dat samen huilen lucht iedereen enorm op. Allan broedt op plannen waardoor er zoveel mogelijk doden kunnen vallen. Ook ontdekt hij hoe zijn huilende vader thuis het beste getroost kan worden. Als zijn zusje Sanne bij zijn vader in bed kruipt, knapt hij zienderogen op. Vanaf dat moment vraag hij zijn zus, als hij zijn vader hoort huilen, of zij hem wil gaan ‘troosten’.

Allan bezigt voortdurend teksten over huilen: ‘heb je gehuild?’, ‘is het ook niet weer eens tijd om samen te huilen?’ en ‘huil maar lekker uit.’ Op zaterdagavond zingt het gezin altijd samen een smartlap, zodat iedereen tranen in zijn ogen krijgt. ‘Ja, dit vinden wij nu een gezellige zaterdagavond.’

Jepsens boek is een schitterende zwart-komische tearjerker. Een terechte bestseller in Denemarken, dwars door alle klassen heen. Jepsen heeft zijn aanvankelijke weerstand tegen vragen over het autobiografische gehalte in het boek – om vergelijkbare redenen als Rieff – inmiddels ook laten varen. Nu zegt hij ‘ik ben 75 procent Allan’ – en ook dat lucht de lezer op.

Er is dus ruimte tussen de angst voor sentiment van Rieff en het schaamteloze effectbejag van Oprah. Jepsen laat dat zien met zijn boek over huilende Denen. Schaamteloze ‘valse’ tranen komen het sociale bindingsproces ten goede. Ook doorbreekt hij het taboe op incest en met zijn autobiografische uitspraak laat hij ook de angst varen dat dit afbreuk doet aan de kracht van zijn boek. Hij laat heel Denemarken samen in koor huilen.

Gisteren telefoneerde ik met mijn vader in Denemarken die ook net Jepsen had gelezen. ‘Heb je ook zo zitten huilen?’ vroeg ik. ‘Ja!’, zei hij. ‘Ik heb ook zo zitten huilen!’ Dat schiep een band, direct.

Nu wil ik de rest van Nederland ook aan het huilen krijgen. Lees Jepsen. Het zal ons dichter bij elkaar brengen.