Een wildvreemde man in huis

Een ‘syngué sabour’ is in Afghanistan een ‘geduldsteen’ waaraan je je misère kan toevertrouwen. Rahimi’s net bekroonde boek onthult hoezeer vrouwen zo’n steen nodig hebben.

Atiq Rahimi: Syngué sabour. P.O.L., 160 blz. € 15,–. Een Nederlandse vertaling verschijnt volgend jaar bij De Geus.

Vier titels waren er op het laatst nog genomineerd voor de Prix Goncourt, Frankrijks belangrijkste literaire prijs. Drie vuistdikke boeken en één met de dikte van een pink. Twee van de vier romans worden uitgegeven bij grote, machtige uitgevershuizen die alles en iedereen inzetten om de prijs binnen te slepen; twee verschenen bij meer marginale uitgevers.

Tijdens de beroemde lunch bij restaurant Drouot koos de Goncourt-jury afgelopen maandag voor het pinkdikke boek, dat verscheen bij een kleine, eigenzinnige uitgeverij die vooral avant-gardistische literatuur uitgeeft en het taboe niet schuwt.

De laureaat is Atiq Rahimi, een 45-jarige Afghaan die eind jaren tachtig politiek asiel vroeg in Frankrijk en sindsdien vier romans publiceerde. Op dezelfde dag ging de Prix Médicis ook naar een onverwachte kandidaat, de in Guinee geboren, Franstalige auteur Tierno Monénembo, wat sommige Fransen deed spreken van een ‘Obama-effect’.

Goncourt-winnaar Rahimi bezocht het Franse lyceum van Kabul en studeerde er literatuur- en filmwetenschap. Zijn vader, een verlicht rechter, belandde voor drie jaar in de gevangenis, waarna het gezin naar India vertrok. Na een gedwongen terugkeer naar zijn geboorteland vertrok Rahimi opnieuw, ditmaal via Pakistan naar Parijs. Hij schreef zich in aan de Sorbonne voor de studie audiovisuele communicatie en promoveerde.

Zijn nu bekroonde roman, Syngué sabour. Pierre de patience, is zijn vierde boek, maar het eerste dat hij direct in het Frans schreef. Rahimi debuteerde in 2000 met het in het Perzisch geschreven, in het Frans uitgegeven en ook in het Nederlands vertaalde Aarde en as. Zijn debuut gaat over een grootvader en zijn kleinzoon die op de verschroeide Afghaanse aarde wachten op een auto die hen meeneemt naar de kolenmijn waar hun zoon, respectievelijk vader werkt. Hem moet verteld worden dat hun dorp met de grond gelijk is gemaakt en dat er niemand is gespaard.

Dit portret van de uitzichtloze positie van de Afghaanse bevolking, verwoord in een verhaal over vlucht, doodsangst, verstikking en ballingschap, schreef Rahimi nadat zijn broer in de Afghaanse oorlog was gesneuveld. Hij verfilmde het ontving er op het festival van Cannes de ‘Regard vers avenir’ voor.

In 2002 verscheen Het labyrint van droom en angst, een roman die leest als een hallucinatie, een nachtmerrie van een jongeman die denkt dat hij dood is en zich langzamerhand herinnert wat er aan zijn lamentabele toestand vooraf is gegaan. Het verhaal wordt achterstevoren verteld: zijn vriend die om een spotgedichtje moest vluchten, hun afscheidsfeestje, de nachtelijke patrouille, de marteling, de vrouw die hem met gevaar voor eigen leven verbergt en op wie hij verliefd wordt. Dwars tegen de onverbiddelijke tradities in, met gevaar voor haar leven, neemt deze vrouw een wildvreemde man in huis.

In Het labyrint van droom en angst zijn het de vrouwen die Kabul draaiende houden: alle volwassen mannen zijn opgepakt of voor de jihad ten strijde getrokken. De vrouwen zorgen dat de samenleving niet verpulvert of opgaat in een zee van bloed en geweld. Zij zijn de enigen met gevoelens als (naasten-)liefde, zorgzaamheid, barmhartigheid en vreugde.

Ook de nu bekroonde roman is een ingetogen maar hartstochtelijke ode aan de Afghaanse vrouw. Een vrouw, ‘ergens in Afghanistan of elders’, waakt bij haar man die, een kogel in zijn nek, in coma van een missie is teruggebracht. Het huis staat in oorlogsgebied, haar buren worden gemarteld en onthoofd. Ze brengt haar dochtertjes onder bij haar tante en blijft zelf waken bij het lichaam van haar man. Dagenlang herhaalt de vrouw de gebeden die de imam haar heeft opgedragen. Ze geeft zichzelf de schuld, vervalt in waanzin, totdat ze zich bewust wordt van het leven dat ze tot dan toe heeft geleid: vernederd en mishandeld door haar vader, uitgehuwelijkt en in de echt verbonden zonder dat haar echtgenoot aanwezig was, sindsdien als slaaf vernederd door haar schoonfamilie en, toen haar man eenmaal arriveerde, door hem genegeerd en als een seksueel object gebruikt.

Koud en ongenaakbaar is hij, en precies zo ligt hij nu voor haar.

Langzamerhand vertrouwt ze hem haar geheimen toe, haar pijn, als was hij haar ‘syngué sabour’. In de Afghaanse legende is dit een ‘geduldsteen’, waaraan je je zorgen, je pijn en verdriet kan toevertrouwen. De steen neemt die verhalen in zich op totdat hij op een dag uit elkaar spat. En dan ben je definitief van je zorgen verlost.

Zo vertelt ze haar man, onbewogen als een steen, over haar angst, haar zorgen, haar eenzaamheid. Ze vertelt hem hoe vernederd ze zich voelde toen hij haar beval zich te bedekken: ‘verberg je vlees!’ Ze vertelt over haar tante, die, omdat ze geen kinderen kon krijgen, werd uitgehuwelijkt aan een man die haar misbruikte – tot ze hem de hersens in sloeg. Ze vertelt hem dat in het begin van hun huwelijk kinderen uitbleven omdat híj steriel is, niet zij. Om niet mishandeld en verstoten te worden, vond ze een oplossing: hij is niet de vader van hun kinderen. Hoe moedig is deze vrouw, maar hoe onvoorzichtig ook.

Net als in zijn vorige werk blijft Rahimi dicht bij de orale traditie van de Afghaanse Pashtun-poëzie, de eeuwenlang voornamelijk door vrouwen gezongen, korte gedichten over thema’s als liefde, eer en dood. Zijn taalgebruik is eenvoudig, ingetogen, sober, poëtisch en vooral filmisch. Hoewel zijn thema’s overeenkomen met die van zijn landgenoot Khaled Hosseini, blijft Rahimi ver van Amerikaanse ‘creative writing’-technieken. Bij hem geen breed uitgeschreven verhaallijn, geen halve pathos of tranen trekkende passages, maar soberheid en suggestie. Daarmee past Rahimi goed in het specifieke literaire fonds van zijn uitgever P.O.L., die ook Marguerite Duras, Emmanuel Carrère en Marie Darrieussecq uitgeeft.

Rahimi vertelt de verhalen die schuilgaan achter de krantenberichten over Afghanistan. Daarin lezen we steeds vaker dat de terugkeer van de Afghaanse mannen naar huis desastreus uitpakt voor hun vrouwen, die juist in hun afwezigheid uit hun schulp kruipen, hun menselijke waardigheid hervinden, een stap naar de vrijheid doen, economische activiteiten oppakken, onderwijs geven. Syngué sabour is een cruciale roman die je, na het lezen van de ontknoping, een enorme stoot adrenaline door je lijf jaagt. Wat een Goncourt!

Aarde en as en Het labyrint van droom en angst verschenen bij uitgeverij Prometheus.