Een tiener, een ongeluk, schuldgevoel en verdriet

Anke en Lieke Kranendonk: Alles is weg. Querido, 212 blz. € 13,95

In veel jeugdboeken over de dood van jonge mensen overheersen ingewikkelde constructies. Van ten dode opgeschrevenen die lijstjes maken van dingen-die-ik-nog-wil-doen tot tieners die hun dood ensceneren. Deze kunstgrepen maken vaak dat er een gordijn over de dood komt te hangen, en over het leven.

Het is dan ook verfrissend om Alles is weg van Anke Kranendonk te lezen. In dit jeugdboek worden de dood van een jongen en het verdriet van de nabestaanden zonder omwegen, bijna rauw, beschreven. Het verhaal komt aan als een linkse directe die je naar adem laat happen.

Anke Kranendonk is een niet zo bekende schrijver. Ze schreef onder meer leren-lezenboekjes. Alles is weg is verschenen in de Slash-serie, met jeugdromans gebaseerd op het levensverhaal van een bijzondere jongere. Zoals deze serie destijds Edward van de Vendel inspireerde tot een waarlijk grote roman en Mirjam Oldenhave verleidde buiten de lijntjes te kleuren, zo helpt die Kranendonk bij de verpopping tot belangrijk auteur.

Anke Kranendonk doet ogenschijnlijk niets anders dan het verhaal van haar nichtje Lieke bijna klinisch opschrijven. Daarbij portretteert zij sterke personages, die haar roman authenticiteit geven, en terloops ook de milieus van kleine criminaliteit en drugsgebruik. Hoofdpersoon is Muis, die we met zijn boezemvriendin Fae, tweelingbroer Patrique en soulmate Billy zien opgroeien van kleuter tot jonge tiener. Muis is een opgewekte kwajongen, die cd’s steelt voor vrienden, meisjes om zijn vinger windt en practical jokes uithaalt zoals het ontregelen van een spoorwegovergang. Als hij sterft door een ongeluk blijven familie en vrienden ontredderd achter.

Indringend beschrijft Kranendonk het schuldgevoel van Fae, die Muis zijn fatale val zag maken. ‘Hij blijft haar aankijken. Ogen waaruit één wanhopige vraag spreekt: Fae, jij redt me toch?/ Hij valt dieper.’ Dit beeld blijft Fae achtervolgen in haar waken en slapen en steeds denkt ze: had ik mijn hand maar eerder uitgestoken om hem te pakken. Haar schuldgevoel wordt gevoed door haar broer Billy die jankend blijft roepen dat hij Muis gered zou hebben.

Dat schuldgevoel verdwijnt niet onder de troost van familie en vrienden en evenmin door de inspanningen van een machteloze hulpverlener. Het verdampt pas in de tijd – als Fae weer nieuwe mensen durft toe te laten. Het schuldgevoel is ten diepste namelijk geen gevolg van ware schuld, maar een uitdrukking van verdriet en van het onvermogen om te accepteren dat Muis’ dood gewoon een stom ongeluk was. Zo geeft Kranendonk haar roman over de dood een onnadrukkelijke diepzinnigheid.