Een respectanekdote uit eigen oude doos

‘Zij is helemaal niet beroemd,’ zei een meisje. Op de Dag voor Respect was ik gevraagd om een uur over respect te komen vertellen op een school in Amsterdam-West. De kinderen van de klas waren teleurgesteld. Ik was niet de Katja Schuurman die ze was voorgespiegeld.

‘Hallo,’ zei ik. ‘Ik ben niet Katja Schuurman. Ik ben Aaf Brandt Corstius, en ik schrijf stukjes en boeken.’ Ik had een Sinterklaasboek meegenomen waarvoor ik pas geleden een verhaal had geschreven. ‘Aan dit boek heb ik bijvoorbeeld meegewerkt.’ ‘Schattig,’ zei een meisje.

Ik besloot een respectanekdote uit eigen oude doos te vertellen. ‘Dinsdag was het Sint-Maarten,’ zei ik juf-achtig. ‘Toen belde er een enorme groep kinderen bij me aan.’ Dat het allemaal Marokkanen waren, zei ik er niet bij. Dat deed er ook niet toe. ‘Ik had één grote speculaaskoek in huis. Die wilde ik onder de kinderen verdelen. En toen zei het grootste jongetje: Geef de kleintjes maar eerst! Dat toonde respect, van die jongen, voor de kleine kinderen in zijn groepje.’

De kinderen waren niet onder de indruk. Zij hadden ook Sint-Maarten gedaan, maar niet met lampionnen. ‘Met aanstekers.’ Sommige kinderen hadden alleen een game gespeeld, die avond. ‘Een Sint-Maartengame. Kun je ook snoep mee winnen.’

Goed. Ik had nog iets bedacht. ‘Ik heb stellingen, en daar mogen jullie over stemmen. Vinden jullie het bijvoorbeeld oké als iemand in de tram muziek luistert zonder koptelefoontje? Of is dat respectloos?’ Driekwart van de kinderen vond het prima. ‘Wij doen dat ook,’ riep de klas.

‘En spugen op straat? In een drukke straat?’ probeerde ik. Was ook goed. ‘Het is goor als je spuug in je mond hebt,’ zei een jongen.

‘En als je ouders gekookt hebben, en je vindt het niet lekker, hoe zeg je dat dan?’ vroeg ik. ‘Ik eet het op en dan probeer ik het op mijn bord terug te kotsen,’ antwoordde een jongen.

Toen kwam er ineens een uitzonderlijk grote twaalfjarige de klas ingelopen. Hij liep voor me langs met een kwaad gezicht, gooide een schrift op zijn tafel en ging met zijn rug naar me toe zitten. ‘Hallo,’ zei ik tegen hem. ‘Leuk wat je daar doet. Het is een goed voorbeeld van respectloos gedrag.’ ‘Dat is mijn stijl,’ zei de jongen. ‘Ja, dat is zijn stijl,’ zei de klas in koor.

Een uur later fietste ik naar huis, bezweet en moe.

Aaf Brandt Corstius