Een politicus die zich niet beperkt tot eigen terrein

Eberhard van der Laan is de nieuwe minister van Wonen, Wijken en Integratie. Hij werd groot in de Amsterdamse PvdA.

„Een burger die toevallig ook nog aan politiek doet”, noemde Eberhard van der Laan (53 jaar) zichzelf in 1993, toen hij aantrad als fractievoorzitter van de PvdA in de gemeenteraad van Amsterdam. Een burger die ook nog wilde bewijzen dat politiek bedrijven te combineren is met een fulltimebaan, in zijn geval een advocatenpraktijk. Acht jaar lang lukte hem dat. Hij groeide uit tot wat zijn partijgenoot Felix Rottenberg de „informele leider van het toenmalige college van B en W” noemde.

Van der Laan combineerde die rol met het achter de schermen souffleren van opeenvolgende ministers als Ad Melkert, Jo Ritzen en minister-president Wim Kok. Hij was betrokken bij het schrijven van landelijke PvdA-verkiezingsprogramma’s. In 1996 werd hij al eens gepolst voor een ministerschap, maar hij weigerde wegens privéomstandigheden. Na zijn vertrek uit de hoofdstedelijke politiek bleef hij op de achtergrond actief, als adviseur van de landelijke PvdA-top.

Van der Laans politieke vorming was de stadsvernieuwingsperiode van de jaren zeventig in Amsterdam. Toenmalig wethouder Jan Schaefer en Joop den Uyl beschouwt hij als belangrijke leermeesters. Zijn afkeer voor radicaal-links en de SP stamt uit zijn studententijd in Brussel, waar maoïsten en trotskisten elkaar in de haren vlogen over de vraag wie de échte communisten waren.

Van huis uit was Van der Laan voorbestemd om huisarts te worden, zoals zijn vader, die zijn praktijk 22 jaar combineerde met het raadslidmaatschap voor de ARP in Rijnsburg. Medicijnen was een logische keuze, vond zoon Eberhard zelf, maar hij werd uitgeloot en ging naar Brussel. Daar verdiende hij zijn geld met kaartspelen in het café. Hij dronk cola en zijn tegenspelers whisky, dus dat lukte wel. Net als zijn baan als vrachtwagenchauffeur, zonder dat hij een groot rijbewijs had, of bloemenverkoper, waar hij succesvol in was.

Via de Nieuwmarktrellen raakte hij in 1975 betrokken bij de PvdA. Maar in 1983 zette hij een punt achter zijn politieke carrière. Hij sloeg daarna aanbiedingen voor het Tweede Kamerlidmaatschap of andere politieke functies af, totdat hij in 1989 werd gepolst voor het raadslidmaatschap in Amsterdam. Hij ontpopte zich als een advocaat-politicus die zijn betogen opbouwde als pleitnotities, maar ook een reputatie had vanwege zijn opvliegende karakter. Met name het toenmalig raadslid en huidig Tweede Kamerlid Harry van Bommel heeft dat ervaren.

De portefeuille van Vogelaar is Van der Laan niet vreemd. Hij is al jarenlang bestuurslid van het Forum voor Stedelijke Vernieuwing, een denktank van onder meer academici, bestuurders en topambtenaren op het gebied van stadsontwikkeling en achterstandswijken. Het is de vraag hoe die ‘toevallige burger in de politiek’ zich zal ontwikkelen in het kabinet-Balkenende. De kans dat hij zich zal beperken tot zijn vakministerie is, gezien zijn verleden, niet groot.