Een informaticus ontdekt zijn wortels als verteller

Tahir Shah: In Arabian Nights. Transworld Publishers, 432 blz. € 19,99

Rabih Alameddine: The Hakawati. Picador, 528 blz. € 18,95. Vertaald door Jeannet Dekker als De Vertellers. Arena, 544 blz. € 19,95

De Indiase schrijver Tahir Shah en de uit Libanon afkomstige Rabih Alameddine behoren tot de groeiende groep auteurs met grote belangstelling voor de orale verteltraditie die in vele culturen een belangrijke functie vervult. Shah richt zich daarbij vooral op ‘kleine’ verhalen, terwijl Alameddine het grootser aanpakt: hij publiceerde onlangs de derde van drie grote kronieken die stevig geworteld zijn in verhalen die al eeuwenlang worden doorverteld.

In In Arabian Nights reist schrijver en documentairemaker Tahir Shah – geboren bij Kabul, opgegroeid in Engeland en nu woonachtig in Marokko – van India naar Afghanistan om een film te maken over verloren schatten. In Pakistan worden hij en zijn filmploeg opgepakt door de autoriteiten en als terroristen aangemerkt. Shah wordt ‘uitgekleed, geblinddoekt, met de handen op de rug geboeid en naar een martelgevangenis met de naam The Farm’ gebracht. Na zestien dagen wordt hij vrijgelaten en keert hij terug naar huis in Casablanca.

Daar, op zijn vaste stek in Café Mabrook, raakt hij in gesprek met de gepensioneerde doktor Mehdi. De dokter vertelt hem dat hij, naar Berbers gebruik, op zoek moet naar zijn story of the heart. Want via een eigen verhaal wordt het individu in staat gesteld om zichzelf te leren kennen en kan de ziel rust vinden. Shah is een telg uit een groot literair geslacht en hij raakt geobsedeerd door het voorstel.

De verhalen blijken echter minder eenvoudig te vinden dan hij dacht: de Maghrebijnse orale tradities dreigen te verdwijnen, en niemand lijkt dat erg te vinden. Op televisie zijn immers voldoende alternatieven – met name Egyptische soaps.

Terwijl Shah zijn story of the heart zoekt, vertelt hij over het belang van verhalen, hoe verhalen in staat zijn ons onderbewustzijn te raken. Zijn zoektocht leidt hem langs verschillende instituten en genootschappen die de orale schatten van het land moeten bewaren, maar daar niet in slagen. Uiteindelijk bereikt hij zijn doel dankzij cafébezoekers, verkopers, wonderdoeners en de meest fameuze vertellers van Marokko. Het resultaat is een ongeveinsd en secuur reisboek, waarvan alleen de titel vreemd aandoet: ‘In Moroccain Nights’ of ‘In Berberian Nights’ had meer recht gedaan aan de herkomst van de verhalenvertellers.

Heel anders is de aanpak van de Libanese Amerikaan Rabih Alameddine. Hij zoekt niet, hij vertelt. En wij worden geacht te luisteren, want elke verhalenverteller is, zo schrijft hij, voor heel even God. In The Hakawati (wat verhalenverteller betekent) worden drie grote verhalen verteld – en laat Alameddine de verschillende functies van verhalen zien. Het eerste gaat over Osama al-Kharrat, een computerprogrammeur en ex-muzikant die in Amerika woont en zijn stervende vader in Libanon bezoekt. In het ziekenhuis waar zijn vader kunstmatig in slaap wordt gehouden, ontwaakt Osama’s verteltalent. Naast het bed van zijn vader, ver van zijn computer, reconstrueert Osama zijn stamboom, er groeit een familiegeschiedenis waarin zijn opa Ismail en oom Jihad (allebei hakawati’s) een belangrijke plek innemen. Om de magische werking van het verhaal aan te tonen, gebruikt Alameddine de namen Jihad en Osama. De associaties die die namen in het dagelijks leven oproepen, verdwijnen echter snel door de dwingende verteltrant van The Hakawati. Maar Alameddine doet meer. Hij onderwijst de lezer in één moeite door over de verschillende volkeren van Libanon. Daardoor heeft de lezer af en toe het idee in een achtbaan van weetjes beland te zijn.

Het andere verhaal is een sprookje, over de slavin Fatima. Zij wordt door de emir naar Alexandrië gestuurd om een medicijn te halen. In de woestijn krijgt ze het aan de stok met Afreet-Jehanam, de koning van de onderwereld. Deze djinn en Fatima leggen de ruzie bij door een hevige vrijpartij, waar een magisch kind uit voort komt.

Het derde wordt door de emir verteld aan zijn zwangere vrouw. De vertelling gaat over de mythische held Mahmoud. De emir hoopt door een avontuur vol veldslagen te vertellen vader te worden van een verstandige en sterke zoon. Mahmoud strijdt samen met Harhash, Othman, Layla, Aydmur, drie Afrikaanse krijgers en het oorlogspaard al-Awwar tegen de snoodaard Arbusto.

Alameddine toont met The Hakawati aan dat de betoverende vertelstijl uit de Oriënt zich niet hoeft te beperken tot de losse verhalen zoals Tahir Shah die zoekt en verdedigt, maar dat die verhalen ook te vangen zijn in een uitstekende roman.