Een illusie tussen het winkelpubliek

Waar winden stedelingen zich over op? Zwolle krijgt een engel van glas. Critici vinden het een „zielig mannetje”. Godslasterlijk ook. Welnee, zegt de kunstenaar.

Er komt een engel op de Grote Markt te staan. Een engel van glas. Beeldend kunstenaar Herman Lamers kon het ontwerp deze week toelichten, nadat burgemeester en wethouders van Zwolle er definitief hun goedkeuring aan hadden verleend.

Er zijn wel wat bezwaren uit de Zwolse burgerij, van onder meer de Stichting Levende Stadsgeschiedenis Zwolle. Die spreekt van een „schertsfiguur” en „twijfelt ten zeerste aan de deskundigheid” van de gemeentelijke commissie beeldende kunst „omdat deze volledig is voorbij gegaan aan de iconografische normen die aan het afbeelden van mythologische, christelijke, islamitische en historische figuren mogen worden gesteld”.

Kunstenaar en wethouder staan in de hal van het stadhuis naast een proeve van een deel van het ruim drie meter hoge beeld, namelijk het hoofd. „Het wordt een prachtig beeld”, zegt wethouder Hennie Kenkhuis (GroenLinks/De Groenen). „Engelen zijn van alle tijden. In de Middeleeuwen hebben engelen een duidelijke functie gehad, en ik denk ze dat ook een eigentijdse betekenis hebben. Mensen ontlenen er een gemeenschappelijke identiteit aan.”

De Rotterdamse kunstenaar Herman Lamers stond voor de „lastige opgave” om voor de Grote Markt, het geografische middelpunt van Zwolle, een beeld te maken dat recht doet aan zowel de historie, vlakbij de kerk die aan aartsengel Michael is gewijd, de beschermheilige van de stad, als aan het eigentijdse winkelgebied. Zo kwam hij op het idee van een engel die niet boven de mensen zweeft maar tussen hen in staat. Een lange man met vleugels. Een transparante engel die uit een plas gestold water naar boven lijkt te komen. Herman Lamers: „Ik heb een huiselijke engel willen maken die als een illusie tussen de mensen staat. Als een weerspiegeling van een andere wereld.”

Het glas van de engel wordt in ruim driehonderd lagen van één centimeter dikte op elkaar gestapeld, zodat een bewust vage beeltenis ontstaat. Het ontwerp oogstte veel waardering binnen de klankbordgroep die mocht meedenken. Ook het hoofd in de hal van de stad leidde tot enthousiaste reacties.

De Vrienden van de Stadskern Zwolle zijn niet onder de indruk. Bestuurslid Pieter Lettinga: „Het was de bedoeling dat er een beeld zou komen van de schutspatroon van de stad, de aanvoerder van de hemelse heerscharen. Dit is niet veel zaaks. Het is een postmodern grapje. Wij hebben een alternatief voorstel gedaan, een beeld van roestvrij staal. Dat heeft het niet gehaald. Wat we krijgen, is een zielig mannetje. Wij vinden het een gemiste kans.”

Kunstenaar en wethouder wandelen naar de Grote Markt, waar waar het beeld komt te staan. De engel kan straks het gehele plein overzien, geplaatst met de rug naar de Korte Ademhalingssteeg en met de zij naar de Grote Kerk gericht. Daar komen warempel twee bestuursleden aanlopen van van de Stichting Levende Stadsgeschiedenis Zwolle. „Ja, we zaten in de klankbordgroep”, zegt secretaris Harry Vrielink, die meteen op de wethouder afstapt. „Maar we zijn het er niet mee eens. Wij hadden liever een fontein gehad.” Bestuurslid Bert Dijkink, zelf schilder en tekenaar, noemde het beeld eerder „godslasterlijk” en legt nu, op het plein, uit dat de kunstenaar met zijn transparante engel geen recht doet aan de „iconografie” met betrekking tot de afbeelding van heiligen. Dijkink: „De beschermheilige hoort te worden afgebeeld met een lans waarmee hij een draak doodt. Daar is niets van terug te vinden. Het is alsof je Willem van Oranje in een oranje jasje afbeeldt.” Het beeld is ook een gemiste kans op educatie. Dijkink: „Je kunt allochtonen aan de hand van dit beeld niets uitleggen over hoe Zwolle met Michael als beschermheilige in 1830 stadsrechten kreeg. Dit is het belangrijkste en oudste plein van de stad. Daar moet je zoiets niet neerzetten.”

De kunstenaar legt de burgers uit dat zijn werk niet moet worden beschouwd als beeld van de beschermheilige van de stad. „Het is gewoon een engel.” De tegenstanders knikken enigszins opgelucht. Herman Lamers: „Ik heb geen gedoe willen uitlokken. Het is geen idioot opzichtig pervers of obsceen beeld. Ik heb gestreefd naar een scherp idee dat tot consensus onder alle bevolkingsgroepen zou kunnen leiden. Een zo gewoon mogelijk beeld van iemand die naar je toe zou kunnen lopen, om te vragen hoe het met je gaat.”

Burgemeester en wethouders hebben in de klachten geen aanleiding gezien het ontwerp alsnog af te keuren. Wethouder Kenkhuis: „Het gaat niet om religie maar om kunst. Het is niemands bedoeling om te beledigen.” De bouwvergunning is in de maak. De Stichting Levende Stadsgeschiedenis Zwolle gaat bezwaar maken. Als alles meezit, zegt de wethouder, kan het beeld dit voorjaar staan.