Een hele dure viool voor Svenja, omdat ze mooi speeltEen hele dure viool voor Svenja, omdat ze mooi speelt

Svenja Staats (12) speelt viool. Zó goed, dat het Instrumentenfonds haar een dure viool uitleende.

De jongste zijn, dat is Svenja Staats (12) wel gewend. Ze is de allerjongste lener van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds, dat vooral violen uitleent aan mensen die heel mooi kunnen spelen. Thuis, in Utrecht, ligt haar viool naast de celli en violen van haar twee oudere broers en zus, en haar moeder. In het Nederlands Jeugd Strijkorkest is ze óók al de jongste. Maar dat vind ze niet erg. „Ik ga er gewoon bijstaan en klets een beetje met de oudere kinderen mee.”

Thuis speelt Svenja soms samen met haar moeder, broers en zus. „Alleen pappa doet niet mee”, zegt Svenja. „Die is onze taxichauffeur.” Svenja weet zeker dat ze violiste wil worden. „Het liefst soliste.” En als dat niet lukt? „Ik denk daar nooit over na. Ik doe al mijn spreekbeurten over het lichaam, maar dokter worden gaat niet, want ik kan niet tegen bloed.”

Svenja ging vioolspelen toen ze vijf was. Haar broer speelde, zij wilde ook. Ze begon volgens de Suzuki-methode. Je ouders zitten dan bij je lessen, zodat ze je thuis goed kunnen helpen met oefenen. „Maar inmiddels spelen al mijn kinderen beter dan ik”, zegt moeder Hetty. En Svenja speelt weer veel beter dan haar broers en zus. „Ik vind vioolspelen gewoon leuk”, zegt ze. „Toen ik eenmaal doorhad dat ik al mijn emoties erin kwijt kon, ging ik ervoor.”

Moeder Hetty: „De andere kinderen waren soms boos als ze moesten studeren. Svenja nooit. Die kan ik ervoor wekken.”

Svenja: „Vooral stukken spelen vind ik leuk. Toonladders zijn minder. Ik weet dat ze zuiver moeten klinken, maar terwijl ik bezig ben, verlang ik alweer naar de stukken. ” Jascha Heifetz is Svenja’s lievelingsviolist, ook al is die al twintig jaar dood. „Ik heb pas op You Tube gekeken naar hoe hij Méditation van Tsjaikovski speelt”, vertelt ze. „Zó zuiver, zó mooi! En zoveel andere violisten ken ik trouwens ook nog niet.” Svenja speelt Méditation ook zelf. Ze laat een stukje horen. Van de melodie word je droevig. Maar Svenja’s viool klinkt warm en diep. Svenja: „Ja hè? Net alsof je een warm jasje omslaat.”

Svenja heeft haar viool te leen van het Muziekinstrumentenfonds, dat zo’n driehonderd instrumenten bezit, vooral violen. De meeste leners zijn jonge vakmusici. Dat Svenja er zó jong al tussenkwam, dankt ze aan haar talent. En aan haar vroegere juf Joyce Tan, die op het idee kwam. Svenja: „Ik mocht kiezen uit negen violen. Dit was de mooiste.” De viool die Svenja bespeelt, is nieuw. Hij werd in 2006 gebouwd door Willibrord Crijnen naar het voorbeeld van een oudere viool: Le Duc van Guarnerius. Svenja vindt dat een leuk idee. „Deze viool kan ik me nog helemaal eigen maken. En je weet nooit hoeveel mooier hij nog wordt!”

Haar strijkstok is oud, vertelt ze, uit 1975. „Ik probeerde deze en hij speelde meteen lekker. Toen bleek dat ik hem uit een verboden bakje had gepakt, met dure stokken die ik eigenlijk nog niet mocht kiezen. Maar gelukkig mocht het toch.”

Svenja heeft sinds een jaar les bij Johannes Leertouwer aan het Conservatorium van Amsterdam. Daarnaast zit ze op het gymnasium, want er is meer dan de viool. Svenja: „Ja, huiswerk.”

Eigenlijk is Svenja dus net als alle andere kinderen van haar klas. Met één verschil. Tussenuren vind ze niet erg; die mag ze gebruiken om viool te studeren. In alle rust. Want thuis loopt ze de kans dat haar broer of zus er boven doorheen spelen, op hún instrument.