Dromen van een baan bij Obama

Hopen op een nieuwe New Deal, wortelsalade op de sandwich, speculeren over Hillary op BZ: Washington in de overgangsperiode van Bush naar Obama.

Het leven in Washington was lichtvoetig afgelopen week. De hoofdstad genoot na van Barack Obama’s overwinning. Veel dromerige blikken, weinig mensen met haast – iedereen wil bij de nieuwe president horen.

„Waarom heb jij ineens een Obama-button?”, vroeg een zwarte vrouw woensdag bij station Metro Center aan haar tienerdochter.

„Dan lachen alle mensen naar je.”

In het circuit gaan namen rond die Obama in zijn kabinet wil benoemen. Voor Buitenlandse Zaken leek John Kerry de beste papieren te hebben. Maar het laatste bericht is dat Obama ook Hillary Clinton in gedachten heeft voor de post. De speculaties – eerst in de The Washington Post, daarna op NBC News – werden gevoed toen Clinton gisteren werd gesignaleerd op een vlucht naar Chicago, waar Obama dezer dagen verblijft.

Voor Financiën zou het plan zijn Paul Volcker, de voormalige voorzitter van het stelsel van centrale banken (Fed), voor één jaar te benoemen. Volcker is te oud (81) voor een volle termijn, maar met zijn gezag onder Republikeinen – hij was tot 1987 voorzitter van de Fed onder Reagan – is hij de ideale figuur om de conservatieve kritiek af te weren die volgend voorjaar onvermijdelijk loskomt. Obama overweegt een ongekend omvangrijke stimulering van de economie – een New New Deal – zodat het begrotingstekort, nu al relatief hoog, zeker verder oploopt.

Achter deze speculaties gaat intussen een ander Washington schuil: een wereld van tienduizenden jonge politici en politieke ambtenaren die hopen in de nieuwe regering-Obama terecht te komen. Met George W. Bush vertrekt in januari ook zijn ambtelijk apparaat, en dit zijn de weken waarin een ware run op de vacatures ontstaat.

Bill Galston, een politicoloog die beleidsadviseur was van Bill Clinton, was dinsdag bij het overgangsteam van Obama. De eerste sollicitaties waren al binnen, vertelde hij woensdag, en eind deze maand verwachten Obama’s mensen circa 200.000 brieven of e-mails te hebben ontvangen. Galston was niet verbaasd. „In 1992 kreeg Clinton er 130.000.”

De overgangsperiode is kortom een enorme operatie – en het behoort volgens Galston tot de rituelen van de Amerikaanse hoofdstad dat politici en media zich in deze tijd te veel richten op bekende namen en hoge posten.

In 2001, bij Bush’ aantreden, lette niemand op Michael Brown, destijds benoemd tot algemeen adviseur van de federale rampenbestrijdingsorganisatie Fema. Twee jaar later plaatste Bush zijn vriend en donor aan het hoofd van de organisatie.

Uiteindelijk had Browns zwakke opereren als Fema-baas tijdens orkaan Katrina, in 2005, zeker zoveel impact op de neergang van Bush als de herbenoeming van Donald Rumsfeld (Defensie), aldus Galston. „Een goede president herken je als hij zich ook bezighoudt met benoemingen die niemand interesseert.”

[Vervolg Washington: pagina 5]

Washington

Kanshebbers op hoge post zwijgen nu

[Vervolg van pagina 1] En als Obama slim is, zegt David E. Lewis, politicoloog aan de VanderBilt Universiteit, handhaaft hij goed presterende mensen, ook Republikeinen. Het beste voorbeeld dezer dagen is Robert Gates, Bush’ minister van Defensie, die volgens diverse Amerikaanse media het aanbod heeft gehad op zijn post te blijven. Obama zou daar het signaal mee geven dat hij streeft naar een nationale consensus over buitenlandse politiek, zoals de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog.

Mede daarom keek Washington gistermiddag met bijzondere aandacht uit naar een optreden van generaal Michael Hayden, directeur van de CIA. Voor een zaaltje met honderd insiders gaf hij bij de Atlantic Council inzicht in de terreurdreigingen waarmee president Obama te maken krijgt – een potentieel mijnenveld, voor wie ambities heeft.

Hij was zeker niet gekomen om de aanstaande president nieuwe schrik aan te jagen. Het Iraakse filiaal van Al-Qaeda is vrijwel verslagen, Irak is niet langer „het centrale front in de oorlog tegen terreur”, zei Hayden. Ook is er geen sprake van een nieuwe terreurdreiging door de machtwisseling in de VS. Wel blijft Al-Qaeda Amerika’s belangrijkste bedreiging, zeker nu het terreurnetwerk zich heeft gehergroepeerd in de tribale gebieden van Pakistan. „De oorlog (…) is nog lang niet voorbij”, zei Hayden.

Volgens de ongeschreven regels van Washington kunnen kanshebbers op een hoge post in deze periode het beste hun mond houden. In dat opzicht was Haydens optreden een signaal dat hij niet verwacht aan te blijven onder Obama. Maar hij benadrukte dat hij een verzoek van Obama „serieus in overweging” zou nemen, wat volgens aanwezige journalisten betekent dat hij zichzelf nog steeds kansen toedicht.

Obama’s overgangsteam wordt geleid door John Podesta. Hij is oud-stafchef van Bill Clinton en nu directeur van het Center for American Progress (CAP), een progressieve denktank met een degelijk maar saai imago. De laatste jaren trokken debatten er zelden een volle zaal, maar toen er afgelopen woensdag een bijeenkomst over Obama’s beleidsprogramma was stond er een rij tot buiten de deur. En sommige bezoekers moesten wennen aan de geserveerde lunch: een sandwich met rauwe wortelsalade.

Het werd een leerzame middag. Niemand deed hier geheimzinnig over zijn nauwe contact met Podesta, en Gene Sperling, econoom bij CAP, legde uit waaraan Obama en zijn mensen denken voor de economie. Alles gaat de komende periode om stimulering van de vraag. „We hebben een Powell-doctrine voor de economie nodig: open de aanval met overweldigende overmacht.” Logisch zou het volgens hem zijn de economie met nog eens 300 miljard dollar te stimuleren – bijna de helft van wat Bush al aan de financiële sector beschikbaar stelde.

Het geld is voor nieuwe energie, onderwijs, zorg, groene banen. Minder uitgeven, zoals Republikeinen zeggen, is geen optie in Obama’s team, zei Sperling. Amerika moet zich voorbereiden op een New New Deal. „Onder deze omstandigheden is het risico van niets doen groter dan het risico van een oplopend tekort.”