De woede van een kleine komediant

Theater De koopman van Venetië van William Shakespeare, door de Theatercompagnie. Gezien 12 nov Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee t/m 23 dec.Inl: theatercompganie.nl. ***

Pierre Bokma speelt Shylock tot het uiterste. In orthodox-joodse dracht komt hij op: kniekousen, zwarte hoed, gebedskleed onder zwart pak, met in zijn handen een messenset en een weegschaal. Luid kletterend slijpt hij zijn mes, wachtend op het moment dat hij een pond vlees uit de borst van zijn vijand mag snijden, als onderpand van een niet tijdig terugbetaalde lening, en als wraak voor alle hem aangedane vernederingen.

De Theatercompagnie gaat het probleem van het antisemitisme in Shakespeares komedie De koopman van Venetië (1598) zeker niet uit de weg. Regisseur Theu Boermans doet er juist een flinke schep bovenop, door Bokma zo uit te dossen. Dat terwijl Shylock er aanvankelijk zo geassimileerd bij loopt. Gaandeweg het stuk drukt zijn antisemitische omgeving hem steeds meer in de rol van karikaturale jood. Oké, zo lijkt hij te zeggen met zijn carnavaleske kleding, dan zal ik me ook gedragen als een karikaturale jood.

Zeker sinds de holocaust, maar eigenlijk al sinds de negentiende eeuw, is De koopman een probleem. In Shakespeares Engeland waren nauwelijks joden en was antisemitisme doodnormaal, dus kon hij ongestoord het cliché van de joodse woekeraar gebruiken, die als buitenstaander de rust in het handelsparadijs Venetië verstoort. Nu kunnen we niet meer zo hard lachen om de ondergang van een joodse bankier, hoe meedogenloos hij zich ook opstelt. Met een paar kunstgrepen kun je er echter een toneelstuk óver antisemitisme van maken, en over vreemdelingenhaat in het algemeen.

Boermans wil zijn toeschouwers, die min of meer vrij zijn van antisemitisme, niet zomaar laten gaan. Dus stopt hij moddervette karikaturen van een Chinees in Mao-pak en een sjeik uit Dubai in het stuk – tevens symbolen voor het nieuwe, niet-westerse geld – zodat het publiek ook om zijn eigen racisme kan lachen.

Verder gaat het over geld: altijd actueel. Ook lang voor de huidige kredietcrisis was geld virtueel, een afspraak gebaseerd op vertrouwen: een wankel symbool voor zaken van echte, blijvende waarde. Ook symbool voor slechte menselijke eigenschappen: hebzucht, oneerlijkheid. Boermans plaats zijn spelers in een kille, euroharde omgeving: een halve cirkel van een zilveren glittergordijn omgeeft het speelvlak. Daarachter staat een hek dat de rijken moet beschermen. Daarachter ligt het vuilnis.

Afgezien van het antisemitisme, heeft De koopman nog een wezenlijk probleem: het enige interessante personage, Shylock, is een goed deel van de tijd niet op het toneel. Zonder hem wordt het een van de slappere komedies van Shakespeare. Dit probleem wordt in deze versie versterkt doordat de rol van Shylock door Bokma zo goed bezet is, en de rest van spelers veel minder goed is. Na het vierde bedrijf is Bokma weg. Dan blijven de toeschouwers zitten met een lullige, komisch bedoelde intrige over vermommingen, travestie en symbolische ontrouw. Boermans regie versterkt alleen maar de slapte: hij laat ons met ongesneden, saaie gedeeltes uitzitten.

Na Romeo in 2004 en Macbeth in 2001 is Bokma eindelijk weer te zien in een Shakespearerol; dat is al een gang naar de schouwburg waard. Hij maakt een raar maar interessant mannetje van Shylock: een beheerste rol, waarin de vernedering, het verdriet, de woede en de wrok verborgen zitten onder een nerveuze beheersing. De rede en de wet zijn zijn wapens. Aan genade heeft hij geen boodschap, zolang die alleen voor christenen geldt. De beroemde monoloog waarin Shylock het recht op een menselijke behandeling opeist („Als jullie ons steken, bloeden wij dan niet”) doet hij iets te subtiel, maar verder torent hij flink boven de voostelling uit. Niet met machtsvertoon, maar als een kleine, tragische komediant.

Interview met Bokma CS, pag. 13