De maestro die de wereld heel maakt

‘Als ik als musicus was geboren, zou ik ongeveer hebben gecomponeerd als César Franck en gedirigeerd hebben – zoals jij”, schreef Thomas Mann aan zijn vriend Bruno Walter bij de zeventigste verjaardag van de gevierde dirigent. Walter heeft veel bijgedragen aan de muzikale vorming van de schrijver, die uiteindelijk leidde tot de geniale muziekroman Dr. Faustus, al sloeg Mann daarin een modernistische weg in, die de dirigent allerminst beviel.

Dirigeren zoals Bruno Walter (1876-1962) wil zeggen: lyrisch, fijnzinnig, gedetailleerd, hoogst gecultiveerd, opgetogen ook, maar zonder uitbundigheid, altijd met een zweem van distantie. Zelfs zijn Beethovensymfonieën klinken naar verhouding licht, soms operatesk. Hij bracht de eerste helft van zijn bijna zeven decennia omspannende carrière voornamelijk door in operahuizen. Dat valt te horen. Hij haalt de zwaarte uit Wagner en laat Bruckner dansen.

In Dr. Faustus komt Walters naam ook voor. Mann laat hem de première dirigeren van een werk van zijn fictieve componist Adrian Leverkühn, de ‘kosmische symfonie’ Wunder des Alls. Die keuze zegt veel. Otto Klemperer, een andere muzikale held van Mann, krijgt in de roman het inktzwarte koorwerk Apokalypse toebedeeld – een modern stuk waar Walter geen raad mee had geweten.

Levensvreugde, spelvreugde – kortom, vreugde – daar gaat het bij hem om. Het wonder van alles en in het bijzonder van de muziek.

Zijn persoonlijkheid sloot niet aan bij het ingeburgerde beeld van de grote dirigent als de ongenaakbare titaan. Walter was te vriendelijk, te zachtmoedig, te lyrisch. Een recensent schreef ooit na een concert: „Als ook vrouwen geniale dirigenten hadden kunnen voortbrengen, zouden ze klinken zoals Walter.”

Zijn hele carrière – in Wenen, München, Berlijn en Leipzig, waar hij belangrijke functies bekleedde – is begeleid door schril antisemitisme. Een van zijn dochters werd vermoord door haar man toen ze van hem wilde scheiden. In 1933 moest Walter uit Duitsland vluchten voor de nazi’s, in 1938 uit Wenen na de Duitse inlijving van Oostenrijk, en in 1939 helemaal weg uit Europa.

Toch noteerde Mann over zijn enige intieme vriend: „Niemand heeft het beter.” Zijn geest was ongebroken, al moest hij zich, om die staat van sereniteit te behouden, voor veel zaken afsluiten. Wat lelijk was, bestond niet. Zijn wereld was, ondanks alles, heel. Hij is op zijn best in muziek waarin de zon schijnt. Mozart, de Tweede van Brahms, de Pastorale van Beethoven. Daarom is hij ook weleens onderschat: tragiek staat nu eenmaal hoger aangeschreven dan lichtheid, hoe hemels die ook kan zijn. Zijn Mahler is minder, ondanks zijn nauwe banden met de componist, toen hij een jong dirigent was. Hij dirigeert over de afgronden in Mahlers muziek heen. Maar hij had een ongehoord fraaie – en intens treurige – Das Lied von der Erde in huis, Mahlers meest lyrische symfonie.

Op hoge leeftijd kreeg hij de kans om zijn repertoire nog een keer op te nemen (in stereo) met het speciaal voor hem samengestelde Columbia Symphony Orchestra. Zijn herinneringen en zijn, hoogst idealistische, muziekfilosofie had hij toen al vastgelegd in twee boeken. Hij kon zijn leven voltooien en afronden op een wijze die maar weinigen is gegeven – de geluksvogel.

Bekijk en beluister Walter op nrc.nl/dirigentenparadijs