De affaire die bijna een koningskwestie werd

Cees Fasseur: Juliana & Bernhard. Het verhaal van een huwelijk. De jaren 1936-1956. Balans, 496 blz.

Het is geen geheim meer dat koningin Juliana in de ban verkeerde van de gebedsgenezeres Greet Hofmans. En evenmin dat die situatie uitliep op een hooglopend conflict aan het hof. Ging het daarbij alleen om uit de hand gelopen huwelijksproblemen? Of wilde Hofmans ook invloed op staatszaken, en leidde dat tot een constitutionele crisis? In elk geval moest er in 1956 een commissie van drie wijzen aan te pas komen om de ‘reuze keet’ ten paleize te bezweren. Tot het rapport van die commissie-Beel en vele persoonlijke brieven kreeg historicus Cees Fasseur exclusief toegang. De meerwaarde van zijn boek schuilt niet in de grote lijn, die inmiddels wel bekend is, maar in de vele bijzonderheden. Faseur schrijft bovendien onderhoudend, met een licht-ironische ondertoon. Dat hij persoonlijke levenslessen in de tekst smokkelt – zoals over bestandslijnen in langdurige huwelijken – neem je daarbij op de koop toe.

Fasseur volgt het spoor van het huwelijk van Juliana en Bernhard terug tot hun geregisseerde kennismaking in 1936 en laat vervolgens zien hoe ‘Bernilo’ zijn ‘ Jula’ min of meer ontvoerde uit de verstikkende omgeving van het Nederlandse hof. De Tweede Wereldoorlog was voor beiden een life changing experience: voor Bernhard het avontuur van zijn leven; voor Juliana een exercitie in gewoonheid en zelfstandigheid. Het huwelijk zou daarna nooit meer hetzelfde zijn. Dat de prins zich in Londen troostte met andere vrouwen was gezien de oorlogshectiek misschien verklaarbaar. Wat Juliana daarvan wist en vooral wat ze ervan vond, blijft ook voor Fasseur giswerk. Maar behalve een Lebemann was de prins ook een family man. Hij was het ook die Greet Hofmans in 1948 naar Soestdijk bracht en daarmee het Paard van Troje binnenhaalde.

Bleven Hofmans’ doorgevingen beperkt tot het puur persoonlijke of kwamen ook staatszaken aan de orde? Noch de commissie-Beel noch Fasseur heeft van dat laatste sporen gevonden. De dagelijkse taken van het staatshoofd (die in dit boek overigens grotendeels buiten beeld blijven) hadden weinig van doorgevingen te lijden. Maar de grens tussen privé en publiek ligt bij een koningin gecompliceerd. Bovendien werd het politieke weer persoonlijk omdat de Hofmans-twist de koninklijke familie verscheurde, tot de beide oma’s toe. En de oudste dochters Beatrix en Irene kozen in het conflict partij voor hun vader. In deze familietwist dreigde Juliana in een akelig isolement te raken.

In 1956 verhardde de crisis. Er vielen grote woorden als Echtscheiding en zelfs Abdicatie. De doorgevingen van Hofmans werden nu politieker en ook duidelijker, waarschijnlijk omdat haar hand werd vastgehouden. Ministers moesten (als gevolg van zo’n doorgeving) bij de koningin verantwoording komen afleggen over hun beleid in de afgelopen kabinetsperiode. En daar trok een opgewonden ministerraad de grens. ‘Wij hebben het gehad’, heette het in de kladaantekeningen van de secretaris.

Van een constitutionele crisis die de verhouding tussen koning en ministers diepgaand raakte was in 1956 nog geen sprake, maar dat neemt niet weg dat het Hofmans-drama een majeur conflict was dat had kunnen uitgroeien tot een koningskwestie.

Niek van Sas