Camille Saint-Saëns: ?Een trompet? Geen sprake van!?

Thijs Bonger: Saint-Saëns. Home-Academy. Luisterduur ca. 2 uur, € 14,95 (2 cd’s) - €11,95 (mp3)

Thijs Bonger houdt van miskenning en tragiek. Hij is in zijn element wanneer hij kan vertellen over een tragisch leven als dat van Tsjaikovski of wanneer hij van Mendelssohns vermeende onderwaardering een wereldwijd complot maakt. En ook in dit nieuwe verhaal over Camille Saint-Saëns is er veel aandacht voor droevige en frustrerende episodes. Zo werd Saint-Saëns verliefd op de ‘mooie jongen’ Gabriel Fauré, maar die viel op vrouwen. Dat Saint-Saëns op relatief late leeftijd zelf toch nog trouwde, was dan ook tot mislukken gedoemd. Het huwelijk was bedoeld om los te komen van de mooie jongens, maar ook, nog belangrijker, om aan de wurggreep van zijn moeder te ontsnappen. Saint- Saëns’ moeder was zo dominant, dat toen zij bijvoorbeeld zei dat de finale van Saint-Saëns’ cellosonate ‘waardeloos’ was, zoonlief zich acht dagen opsloot om een nieuwe versie te maken.

Behalve van dit soort tragische verhalen geniet Bonger ook merkbaar van een episode als het moeizame ontstaan van de opera Samson et Delila. Saint-Saëns kreeg het werk alleen in Duitsland (en in het Duits) uitgevoerd. Dat hij juist daar succes had, was ook al niet eenvoudig, want de Frans-Duitse oorlog had voor een flinke tweespalt gezorgd in de internationale muziekwereld.

Zelfs Saint-Saëns’ vakmanschap was tragisch: hij was een technisch componist, relatief emotieloos en ook weinig flamboyant in zijn uitvoeringen. Dat trof allemaal niet, tijdens de hoogtijdagen van de Romantiek. Hij wilde opera’s componeren, maar de communis opinio was dat pianisten geen goede operacomponisten konden zijn. Saint-Saëns schreef graag kamermuziek, toen ‘een genre voor losers’, aldus Bonger.

Zelfs Saint-Saëns’ grootste successen hebben iets treurigs in zich. Zéér tegen zijn zin schreef hij een stuk met trompet. Iets met 13 trombones of 25 gitaren, dat kan nog wel, grapte hij, ‘maar een trompet? Geen sprake van’. Hij was pragmatisch genoeg om het wél te schrijven, en natuurlijk, het werd een succes.

Het Carnaval der Dieren wilde hij zelfs nooit uitgeven, bang als hij was na dit luchtige stuk niet meer serieus genomen te worden. ‘En hij had gelijk’, verzucht Bonger, die nog maar eens memoreert dat de Danse Macabre bekend is dankzij de Efteling – niet omdat het het eerste klassieke stuk is waarin de xylofoon zo’n grote rol speelt.

Bonger is meer verhalenverteller dan theoreticus, maar vertellen kan hij met verve. Hoe de kleine Camille indruk maakte als pianist, wie zijn leraren waren en welke muziek hij gehoord moet hebben: er ontstaat een prachtig tijd- en klankbeeld. In zijn lange leven maakte Saint-Saëns een enorme ontwikkeling in de muziek mee, maar ook de aftakeling van zijn eigen reputatie: ‘Kan iemand een keer tegen Saint-Saëns zeggen dat hij nu wel genoeg heeft gecomponeerd?’, merkte Claude Debussy op.

Dit luisterboek is een minder rijke schat in de serie vergeten meesterwerken dan de afleveringen over Tsjaikovski en Mendelssohn. Ook omdat Saint-Saëns’ muziek op het eerste gehoor vaak zo vriendelijk is, is het op basis van de fragmenten niet eenvoudig te besluiten wat herwaardering verdient en wat niet. Toch is Bonger er ook deze keer goed in geslaagd om je nieuwsgierig te maken naar een componist van wie je had aangenomen dat hij terecht al min of meer vergeten is. Benieuwd wat hij over iemand als Jean Sibelius zou kunnen vertellen.