Bidden in Osstraat

DSC00195.JPGDe moskee in de moslimwijk Niujie (Osstraat) in het westen van Peking is opgetrokken in typisch Chinese stijl. De sierlijke, felgekleurde houtschilderingen en de typisch Chinese binnenplaats detoneren bij het interieur. Aan het plafond hangen gouden ornamenten en op de grond ligt een groen tapijt met afbeeldingen van minaretten.

 

Om precies half twee verschijnen op de binnenplaats twee in het grijs geklede imams met ieder een  witte hoofddoek om. De eerste imam heft een lied aan waarna de andere gelovigen volgen.  Ongeveer honderd Hui-islamieten wonen de dienst bij. Osstraat is een wijk waar voornamelijk Hui-moslims wonen. In totaal rond 1500 gezinnen.

DSC00189_1.JPGBehalve de moskee in Osstraat heeft Peking  nog 72 andere moskeeën  waarvan 29 in het centrum  en 43 in de  buitenwijken. In totaal wonen er in Peking ongeveer 250.000 moslims. De Hui kwamen rond het jaar 600 vanuit de Arabische landen over de Zijderoute China binnen om zich te vestigen in de regio’s Ningxia, Gansu en Qinghai. Maar er waren ook Arabieren die helemaal naar Peking trokken.

Door de eeuwen trouwden deze Hui  met Han-Chinese vrouwen waardoor ze nauwelijks  meer zijn te onderscheiden van de Han-Chinezen. Volgens de Pekingse Islamitische Vereniging  waren er voor 1958 ongeveer 146 moskeeën. Tijdens de Culturele Revolutie was alleen de Dongsi moskee in het westen van Peking  open voor buitenlanders. Alle religieuze activiteiten behoorden toen tot de ‘Four Olds’: oude gewoonten, oude  gebruiken, oude cultuur en oude gedachten, en werden dus onderdrukt. In de moskee van Osstraat dienen gebroken stenen ornamenten als herinnering aan die tijd.

Na 1978 leefde de islam weer op. Moskeeën werden herbouwd of heropend. De trainingen van de imams werden hervat, niet alleen in de moskee maar ook in speciaal opgerichte islamitische centra. In Osstraat zijn tien Soennitische imams werkzaam. Vijf van hen zijn vertegenwoordigd in Het Nationale Congres, het niet democratische gekozen parlement van China.

Musha Yangdongwen is een van de tien imams in Osstraat. Hij werd geboren in de provincie Hebei maar ging naar  Peking om Arabisch te studeren. “De Chinese overheid hecht veel waarde aan  een harmonieuze samenleving. Wij kunnen onze religie vrij uitoefenen maar we moeten ons wel aan de Chinese wet houden en geen problemen veroorzaken,” zegt Musha diplomatiek.

Hij  vertelt  dat er problemen geweest zijn. “Een jaar of tien geleden wilden projectontwikkelaars onze wijk tegen de vlakte  gooien en de Hui-gemeenschap dreigde uiteen te vallen.  Li Changchun, lid van het politburo,  is wel tien keer op bezoek geweest om de gemoederen te bedaren. Alle moslims gaan vijf keer per dag naar de moskee dus moet je er wel dichtbij wonen.  Uiteindelijk heeft de Chinese overheid  de wijk in stand gehouden.” 

DSC00197.JPGOp een steenworp afstand van de moskee staat de Universiteit voor Islamitische Studies. Het gebouw doet Arabisch aan en de muren zijn mintgroen gekalkt. Hier worden de studenten opgeleid tot Arabist. Ze  werken als vertaler op ambassades of  worden imam in een van de dertig- à  veertigduizend moskeeën in China.

Boven in een kaal kamertje vol  islamitische boeken wacht Gao Zhengfu de vice-directeur van de universiteit. De bebrilde zestiger, die  iets weg heeft van President Hu Jintao, legt uit dat het voor buitenstaanders onmogelijk is het gebouw te betreden gedurende de lessen. “We willen de rust bewaren.” Gao ontkent dat de Chinese overheid de Hui onderdrukt en ontkent ook  dat er  een aantal weken geleden razzia’s zijn gehouden in de wijk waarbij de politie verboden boeken in beslag nam. “We hebben geen boeken want we leven in China en we houden ons dus aan de Chinese wet.” 

Volgens Gao veroorzaken de Hui  geen problemen, in tegenstelling tot de Oeigoeren in het westen van China omdat de Hui niet naar onafhankelijkheid streven. “De Hui hadden eerst hun geloof en kwamen toen China binnen. Bij de Oeigoeren is het precies andersom.”