Beeldvorming en het spook van Melkert

Had ik me net ingesteld op een avondje reality en entertainment, komt RTL Nieuws al in de eerste reclameonderbreking van De Frogers: Effe geen cent te makken met een extra bulletin dat het aftreden van minister Ella Vogelaar (PvdA) meldt. Zeven minuten voor negen, dat is een hoogst ongelukkig moment voor de late actualiteitenprogramma’s, zeker nadat Bram Schilham in het NOS Journaal van acht uur nog had geconcludeerd dat je niet kon zeggen dat de positie van de minister op het spel stond.

Vogelaars voorgangster als minister van Integratie, Rita Verdonk, had de ontknoping op de autoradio gevolgd, onderweg naar Pauw & Witteman. Ze kwam daar maar twee minuten te laat binnen. Alerte redactie dus, die bovendien Vogelaars ambteloze partijgenoot Rob Oudkerk snel had weten op te trommelen. Die heeft immers als voormalig wethouder van Amsterdam verstand van grotestedenproblematiek, maar ook van door je eigen partij gedwongen worden af te treden én van beeldvorming in de politiek.

In een bittere verklaring, integraal uitgezonden door Nova/Den Haag Vandaag, gebruikte Vogelaar ook het woord ‘beeldvorming’. Haar beleid was in orde geweest, ofschoon de andere PvdA-bewindslieden het vertrouwen daarin hadden opgezegd, maar de beeldvorming, die was niet goed.

Juist vanwege het slechte imago van Ella Vogelaar was deze onelegante zustermoord een tactische meesterzet van partijleider en vicepremier Wouter Bos. Die verkeert sinds de kredietcrisis in een winning mood en moest de schade beperken bij een in zijn ogen noodzakelijke spelerswissel. Als het drama zich in de Tweede Kamer had afgespeeld, zoals het eigenlijk hoort, dan hadden Vogelaars vijanden op extreem-rechts het echec als een overwinning kunnen claimen. Nu betoonde de PvdA politieke moed.

Het gaat, zo betoogde Oudkerk bij Pauw & Witteman om het corrigeren van een te soft integratiebeleid en het op één lijn brengen van de daarover in de PvdA sterk verschillende inzichten. Maar met die beeldvorming heeft Vogelaar ook een punt.

Zelden is een bewindspersoon zo hard gestruikeld over onhandigheid in de omgang met de media, met name televisie. Voor een deel is dat gebrek aan talent om ontspannen te lijken als er een camera op je wordt gericht. Oudkerk noemde als ander voorbeeld zijn voormalige fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Ad Melkert. Die was in zijn ogen een sterk politicus, maar ‘een bang wezeltje’ zodra het lichtje van de camera aanging.

Ik denk dat het wat gecompliceerder ligt, al was het maar omdat Vogelaars politieke vijanden haar onhandigheid optimaal uitbuitten. Toen Vogelaar in november 2007, ook bij Pauw & Witteman, in de mangel werd genomen door de andere gasten Heleen van Royen en Jort Kelder („u moet eens een cursusje charisma volgen!”) moest ik ook al denken aan Ad Melkert. Vooral schoot me diens optreden te binnen in het debat na de gemeenteraadsverkiezingen van 2002, toen Melkert compleet verstrakte onder het jennen door overwinnaar Pim Fortuyn.

Vogelaar en Melkert lijken me intelligente en bevlogen politici, die slecht tegen kritiek kunnen. Ze hebben lang nagedacht over hun beleid en weten precies waar ze naartoe willen. Als er dan een vraag komt, die ze als irrelevant of dom ervaren, schieten ze in een autistische kramp. De blik is verwijtend en gekwetst, de kijker interpreteert dat als arrogant en ontoegankelijk. In een televisiedemocratie ben je dan onherroepelijk verloren, ook al heb je misschien duizend keer gelijk.

Nu lijkt het me met een portefeuille die Wonen, Wijken en Integratie heet ook niet eenvoudig om het goed te doen. Alleen die naam al vraagt om bespotting, zoals Jan Jaap van der Wal effectief deed in zijn oudejaarsconference.

Als hij geen burgemeester van Rotterdam zou worden, had Ahmed Aboutaleb er misschien mee weg kunnen komen. Maar ook hij moet uitkijken voor de valstrik van het PvdA-autisme. Toen laatst in De wereld draait door de vragen hem niet bevielen, gedroeg hij zich zo defensief, dat ik weer het spook van Melkert boven de tafel zag verschijnen.