Afrika: rampspoed, hoop en Chinese investeringen

Richard Dowden: Africa. Altered States, Ordinary Miracles. Portobello Books, 576 blz. € 34,-

Helen Mhone is één van de meer dan 22 miljoen inwoners van zuidelijk Afrika met hiv/aids, een slachtoffer van de epidemie die vreet aan het fundament van het Afrikaanse bestaan: de familie. Helen, gescheiden, is moeder van drie kinderen. Of eigenlijk twee, en binnenkort misschien nog maar een, want haar ene dochter is gestorven aan aids en de andere is hiv-positief. Helens kleindochter stierf aan aids en Helens zus ook. Toch probeert zij een van Botswana’s grootste liefdadigheidsinstellingen voor aidspatiënten draaiende te houden. Ze vertelt het met een lach.

Richard Dowden slaagt er in zijn boek Africa - Altered States, Ordinary Miracles in om, zoals hij in zijn voorwoord zegt, „de brede geschiedenis te verbinden met het plaatselijke en persoonlijke”. De Britse vooraanstaande Afrika-expert voorziet de Afrikaanse geschiedenis sinds de onafhankelijkheidsjaren van kleur, door de persoonlijke verhalen te vertellen van de Afrikanen die deze geschiedenis ondergaan en gestalte geven. Hij kan bogen op bijna vier decennia ervaring als Afrikareiziger. Hij versloeg de gebeurtenissen op het continent voor The Times, The Independent en The Economist. Tegenwoordig is hij directeur van de Royal African Society in Londen. Zijn schat aan kennis, authentieke interesse in De Ander en journalistieke twijfel maken hem bij uitstek geschikt om recht te doen aan de complexiteit van Afrika.

In achttien hoofdstukken maakt Dowden de lezer deelgenoot van de grote gebeurtenissen in Afrika. Van zijn eerste kennismaking, als leraar, met het Oeganda van Idi Amin in 1971, via de oorlog tussen de rebellen van MPLA en UNITA in Angola in 1983, de Rwandese genocide in 1994, tot de geweldsexplosie in Kenia dit jaar. Onderweg schudden we de handen van Nelson Mandela, Robert Mugabe en de Somalische krijgsheer Aideed. Maar ook van Ahmadou Lo, een marabout (islamitische geestelijke) in Senegal, van dokter Ajak Bullen Alier in de loopgraven tussen Noord- en Zuid-Soedan en van Joanna in Soweto, een verder anonieme lotgenote van Helen Mhone.

‘Afrika’ bestaat niet, zo maakt Dowden duidelijk. „Iedere keer dat je zegt „Afrika is ...” brokkelen de woorden uiteen en breken.” Hij beklaagt zich over de eenzijdige beeldvorming van Afrika. Darfur, Somalië en nu weer Congo: het is niet héél Afrika. De tijd is toch echt voorbij dat de media Afrika louter afschilderden als toneel van honger, moord en verkrachting. De economische groei, de afname van het aantal gewapende conflicten, de revolutionaire verspreiding van internet en mobiele telefoon: de media bekijken Afrika door een bredere bril dan Dowden het doet voorkomen. Dat neemt niet weg dat Dowden dichter bij de hoopgevende kant van Afrika komt dan de meeste verslaggevers. Dowden laat zien hoe rampspoed en tegenslag in Afrika samengaan met een incasseringsvermogen en een openheid die niemand die voor het eerst het continent aandoet, onberoerd laten. Zijn geloof in de kracht van Afrika maakt hem uiterst kritisch over de rol van het Westen. Over de ontwikkelingswerkers en de hulpverleners, de do-gooders die niet zelden het tegenovergestelde bereiken van wat zij beogen. Net als Linda Polman in haar recente boek De crisiskaravaan (besproken in Boeken, 10.10.08) beschrijft hij als voorbeeld de opvangkampen rond Goma, in Oost- Congo, waar tienduizenden Rwandezen heen vluchtten tijdens de genocide. De internationale hulpgemeenschap haastte zich de kampbewoners te redden. Maar tussen de vluchtelingen zaten Hutu-extremisten die waren gevlucht voor de Tutsi-rebellen die uiteindelijk de macht zouden grijpen in Rwanda. Deze génocidaires konden op krachten komen met dank aan de hulpgemeenschap.

Dowden draagt zelf geen alternatief aan, evenmin als Polman, die dit al verweten is in Nederland. Maar mag kritiek alleen geuit worden als er een pasklare oplossing wordt bijgeleverd?

Dowden laakt de staatkundige hypotheek die de westerse koloniale mogendheden op Afrika hebben gelegd. Hij laat niet na te wijzen op de big men, de corrupte Afrikaanse politici die de hoop van hun eigen bevolking misbruikten om zich democratisch te laten kiezen om vervolgens tegen een bloedige tol vast te houden aan de macht. Maar: ‘De kiemen van de catastrofe werden gezaaid door imperialistisch bestuur’. En: ‘Parlementaire democratie uit Londen of Parijs past niet bij Afrikaanse cultuur en de multi- etnische Afrikaanse staten.’

Over de invloed van de moderne macht op het Afrikaanse toneel, China, is Dowden niet eenkennig. De miljardeninvesteringen juicht hij toe: ‘Ironisch genoeg ziet het kapitalistische Westen Afrika nog steeds als een continent dat hulp behoeft, terwijl [...] voormalige socialistische regeringen zoals in China en India het zien als zakelijke kans.’

Over de Chinese invloed op democratisering in Afrika houdt hij zich echter op de vlakte. De regimes in Soedan en Zimbabwe, die hun eigen bevolkingen vermoorden, doen gretig zaken met Peking. Maar in zijn gretigheid om het Westen te bekritiseren benadrukt Dowden vooral het veto van China en Rusland tegen een westers voorstel in de VN-Veiligheidsraad eerder dit jaar, voor nieuwe sancties tegen Zimbabwe. ‘Het einde van de exclusieve westerse invloed in Afrika,’ aldus Dowden.