Voor de snob én de echte kenner: het culi-blad

Het bestaan van het internet is een zegen voor de restaurantrecensent. Dat levert namelijk een kolossale hoeveelheid tipgevers over eetlokalen op, bijvoorbeeld verzameld op een website als Iens. Maar hoe controleer je de objectiviteit van de tipgevers? Moeilijk. Bij deze krant kwam bijvoorbeeld bij de auteur een keer een „tip” binnen over een restaurant in Maastricht. De tipgever sprak van „een aangename sfeer”, „een zakelijke, doch correcte bediening” en „een echte aanrader.” Reclameproza, kortom. Een duik in de letterbrij in het mailbrievenhoofd maakte duidelijk dat de verzender uit het restaurant zelf afkomstig was. Een belletje resulteerde in een snotterende eigenares.

Dat voorval illustreert de zwakte van dergelijke sites. Eigenaars of hun kennissen, of juist de nabije concurrenten of hun vrienden kunnen de onderhavige restaurants straffeloos ophemelen of afbranden.

De Lekker (9,95 euro), waarvan het jongste nummer deze week is gepresenteerd, is wat dat betreft betrouwbaarder. Zeventig vaste proevers bezoeken in alle anonimiteit restaurants en vellen een oordeel. Dat zijn er statistisch bezien natuurlijk erg weinig om die vele honderden restaurants op culinaire waarde te kunnen schatten, maar het initiatief is te prijzen. Een extern bureau regelt bovendien de advertenties zodat geen directe link bestaat tussen adverteerders en inhoud. Of die criteria ook gelden voor het bijgeleverde hotelgidsje ( waar je horizontaal kunt uitbuiken) blijft on duidelijk – wat argwaan wekt.

Behalve de lijst van de vijfhonderd beste restaurants – Oud Sluis in Zeeland heeft gewonnen – is in Lekker ook ruimte voor redactionele bijgerechten. Zo mogen zijdelings bij de horeca betrokken kopstukken, zoals een chef van een kookschool en een uitgever van kookboeken hun favoriete tent aanwijzen. Ook is er een geestig overzicht van het personeelsverloop binnen de top van het restaurantwezen: chefkoks hebben weinig zitvlees.

Het eveneens naar onafhankelijkheid strevende SpecialBite (8,95 euro) hanteert ietwat – noem het hippere – criteria om hitlijsten samen te stellen. Waar de Lekker-proevers vooral op het eten zelf letten, kijken de 45 spotters van de SpecialBite ook naar opmerkelijk interieur en sensationele locatie – de nummer 1 is Puur in Asten. Die aanpak levert ook grondstof op voor alternatieve top-10’s zoals van de tien beste biologische tenten, de tien tenten waar je na het zware tafelen meteen aangenaam in bed kan duiken en van de tien beste alternatieven voor de McDonalds. Ook is er een ‘culiquiz’ die echte kenners van snobs scheidt.

Enfin, als het tv-programma’s waren, dan hoorde de Lekker bij de KRO en de SpecialBite bij SBS.

En dan is in de kiosk ook nog de GaultMillau (9,95 euro). Het grootste verschil met de andere gidsen: de restaurants en hotels zijn bezocht door professionele „inspecteurs” die dus, althans dat neem je aan, hun werkweek vullen met ruiken, proeven en noteren. De Librije in Zwolle is het beste restaurant. Dat deze gids zichzelf de minste frivoliteiten gunt, zowel in tekst als in de vormgeving, is een groot verschil. Om de analogie met de tv vol te houden, de GaultMillau is een beetje EO.

Menno Steketee