VOC was juist gebaat bij eigen corruptie

Rotterdam. De Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) ging niet ten onder aan de corruptie van haar medewerkers, zoals vaak is beweerd, De corruptie hielp de VOC in haar nadagen juist het hoofd boven water te houden. Deze verrassende visie staat in het boek In the Shadow of the Company, waarop de historicus Chris Nierstrasz vorige week promoveerde. Aan het einde van de 18de eeuw ging de VOC failliet. De Compagnie zou veel inkomsten hebben gederfd door `lorrendraaierij` van eigen mensen: sluikhandel voor eigen rekening. In werkelijkheid leunde de VOC juist zwaar op de privéhandel van lokale medewerkers om de oplopende kosten van bestuur en de concurrentie met de Britse East India Company te bekostigen, zo ontdekte Nierstrasz. Vanaf 1730 kende de VOC een financieringstekort. De bewindhebbers in de Republiek wilden geen nieuwe aandelen uitgeven om de macht niet te hoeven delen. Daarom vielen ze terug op het kapitaal en de connecties van de eigen medewerkers, die deze weer dankten aan sluikhandel.