Veldrijden tegen iedere logica in

Veldrijden wordt in Polen niet erkend door de wielerbond. Maar Mariusz Gil heeft zich met hulp van vrienden bij de subtop gevestigd. „Ik moet als renner alles zelf doen.”

Het Wilhelmus klinkt voor Lars Boom die zijn eerste veldrit van dit seizoen wint. Ondertussen verdringt de Belgische pers zich rond Sven Nys, die als derde eindigt. Ergens achteraf staat de Poolse renner Mariusz Gil, die zondag bij de veldrit in Pijnacker als achtendertigste over de finish kwam.

Gil is de enige Pool die deelnam aan de wedstrijd. „Veldrijden is ook helemaal niet populair in mijn land”, zegt hij. „De Poolse wielerbond erkent het niet eens omdat de sport niet olympisch is.”

In België en Nederland is veldrijden wel een populaire sport. Daarom is het voor Gil moeilijk om met renners uit die landen te concurreren. „Het lukt net, maar het is voor mij af en toe best moeilijk om rond te komen van het veldrijden, daar hebben jongens als Nys en Boom geen last van.”

De 25-jarige Gil uit Strzelce Krajenskie kijkt ook met bewondering naar het publiek dat op de wedstrijd in Pijnacker is afgekomen. „Het grote aantal toeschouwers ben ik inmiddels wel gewend, maar zoiets zou je in Polen nooit tegenkomen.”

Behalve dat hij geen steun krijgt van de bond heeft Gil ook nog eens geen echte ploeg. De Pool rijdt bij de Italiaanse ploeg Guerciotti/Van de Veire. „Maar die bestaat alleen op papier. We hebben geen ploegleider en trainen ook niet met elkaar. Ik moet eigenlijk alles zelf doen.” Gil krijgt alleen zijn fietsen van de ploeg. „Maar gelukkig heb ik twee Belgische vrienden die mij bijstaan; Freddy Hollebosch en Wilfried van de Keere.”

De wereld van het veldrijden is klein en via via leerde de renner Hollebosch kennen. „Vier jaar geleden stond Gil ineens bij mij voor de deur met de vraag of ik hem kon helpen”, zegt Hollebosch. „Dat deed ik, want anders had die jongen moeten stoppen met rijden.”

Hollebosch staat de Poolse renner financieel bij, hij betaalt de tickets en het benzinegeld dat Gil nodig heeft om bij de wedstrijden te komen. Ook bekostigt Hollebosch de herbergen waar Gil, Van de Keere en hij verblijven in de nacht voor een wedstrijd. „Zijn prijzengeld en startgeld mag hij gewoon zelf houden.”

Tijdens het seizoen woont Gil, die in Polen een vriendin en een zoontje van één jaar heeft, het grootste deel van de tijd in België bij Van de Keere. „Op een dag vroeg Freddy aan mij of ik nog plek had voor een wielrenner”, zegt Van de Keere. „Eerder hebben er ook al renners bij mij gewoond. Ik heb de ruimte, dus waarom niet? En ik vind het niet eerlijk dat Mariusz zo weinig kansen krijgt vanwege het simpele feit dat hij uit Polen komt. Andere renners hebben het veel beter voor elkaar, hun komt alles aangewaaid.”

Van de Keere woont samen met zijn vrouw en Gil heeft de bovenverdieping van hun huis betrokken. „Het is geen grote woning”, zegt Van de Keere. „Maar hij heeft er gewoon een televisie staan, dus het kan er mee door.”

Van de Keere zorgt er tijdens de wedstrijden ook voor dat de fietsen van Gil in orde zijn. „Voor het grote onderhoud brengen we de fietsen naar een fietsenhandel.”

Gil eindigde drie jaar geleden als tweede op het WK voor beloften en vorig jaar stond hij aan het eind van het seizoen op de dertigste plaats van de wereldranglijst. „Het is een jongen met talent”, meent Hollebosch. „Hij zou ook beter kunnen, maar hij moet roeien met de riemen die hij heeft.”

Volgens de begeleider is het heen en weerreizen tussen Polen en België een zware belasting voor de renner. Zo kwam Gil pas de avond voor de wedstrijd in Pijnacker aan in België. Daardoor kon hij zich niet optimaal voorbereiden. „Het is logisch dat hij bij zijn vrouw en kind wil zijn, maar daardoor kan hij niet optimaal presteren.” Daar komt bij dat het materiaal van Gil van middelmatige kwaliteit is. „Hij moet het dus met veel minder middelen doen dan de meeste renners.”

Of hij de top ooit zal halen, durft Gil niet te zeggen. „Ik hoop het, maar dan zal er eerst een hoop moeten veranderen, vooral op financieel gebied.”