Trillende wenkbrauwen als teken van romantiek

Prinses Maxima had zich voor de opening van het Amsterdam India Festival gestoken in een felblauwe designsari. De avond bood een rijke kennismaking met de rijke cultuur van India.

Het Concertgebouw zag er gisteravond even uit als een Indiaas paleis. Fleurige doeken hingen in de foyers, geborduurde sjaals waren te koop in de hal en menige vrouw liep rond in een Indiase sari.

Zelfs prinses Maxima had zich voor de opening van het Amsterdam India Festival gestoken in een felblauwe designsari. Bijna drie weken lang zal de Indiase cultuur centraal staan in muziek- en dansvoorstellingen, tentoonstellingen en debatten. Want hoewel India op vele fronten een booming land is, de cultuur kan nog wel wat uitleg gebruiken. Minister Ronald Plasterk illustreerde dit met de roemruchte uitspraak van sitarspeler Ravi Shankar. Toen hij in 1971 tijdens het Concert for Bangladesh in New York aan het stemmen was, applaudisseerde het publiek. Shankar zei: „Als jullie het stemmen al zo mooi vinden, hoop ik dat jullie van de muziek zullen genieten.”

Wat weten wij eigenlijk van de Indiase cultuur? Gestemde en ongestemde muziek kun je zonder een kunsthistorische toelichting nog wel appreciëren. Het Concertgebouw opende het festival dan ook met een kort verrassingsconcert van bamboefluitspeler Hariprasad Chaurasia en tablaspeler Zakir Hussain, beiden bekend en geliefd bij India-kenners. Chaurasiawerd deze avond zelfs door minister Plasterk benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Na de muziek kwam een voor westerlingen toch lastiger discipline: kathakali dat een mengeling is tussen een gedanst epos en een opera. Het International Centre for Kathakali uit New Dehli toonde drie scènes uit het Indiase epos de Mahabharata. De toelichting vooraf op het toneel was een uitkomst want een van de dansers in zijn 25 kilo zware kostuum en dikke lagen schmink, deed voor hoe een emotie als woede in handgebaren en een choreografie van de gezichtsspieren werd verteld.

Bij de ‘romantische liefde’ blijken de emoties universeel – want door het opensperren van ogen, diep fronsen, trillen van wenkbrauwen en glimlachen van oor tot oor – tot uiting te komen.

Alleen doen de kathakali-meesters het op de vierkante millimeter en zijn zij in staat elk gezichtsspiertje los te bewegen volgens een vastgelegd repertoire van uitdrukkingen. Op de grote videoschermen kijk je ademloos naar die spierchoreografie. De handgebaren zijn al lastiger want, hoe virtuoos ook, je voelt slechts de betekenissen, maar kent ze niet. Dat de twee zangers zingen wat de dansers uitbeelden, kan een westerling ‘slechts’ beoordelen als mooi.