Te wilde bewegingen

Nog geen 55 dollar kostte een vat olie vanmorgen op de termijnmarkt. Dat is een enorm verschil met amper vier maanden geleden, toen datzelfde vat olie voor een recordprijs van 147 dollar van de hand ging. Olie is al meer dan eenderde goedkoper dan een jaar geleden.

De verwachting dat de komende periode in de wereldeconomie zwaar wordt, heeft de prijs flink gedrukt. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) voorziet dat de totale wereldwijde vraag naar olie dit jaar niet groter zal zijn dan in 2007, en ook volgend jaar mondjesmaat groeit.

De vraag is of deze prijsdaling van olie eigenlijk wel goed nieuws is. Op de korte termijn kan de mondiale economie de lagere prijs goed gebruiken. De winstgevendheid van bedrijven wordt er door gesteund. En ook de koopkracht van burgers is er bij gebaat.

Op de langere termijn ligt het anders. Het IEA voorspelde gisteren dat de productie van ruwe olie al na 2010 kan gaan dalen. Bestaande velden raken uitgeput, nieuwe ontdekkingen van voorraden wegen daar niet tegenop. Onderinvesteringen in de sector hebben gezorgd voor problemen bij de huidige en toekomstige productie.

De forse prijsstijging van olie in het afgelopen jaar was zo bezien pijnlijk, maar welkom. Deze zorgde voor een prikkel om de investeringen op te voeren. Ze maakte moeilijk winbare oliereserves of alternatieven, zoals olie uit teerzand, rendabel. Dat geldt ook voor energie uit zon, wind, waterkracht of getijden. De prijsdaling van olie dreigt deze prikkels nu opnieuw weg te nemen. Dat is onfortuinlijk. De prognose van het IEA dat de prijs van olie alsnog zal stijgen, is dan ook logisch. Tot 2030 groeit de vraag van vooral de opkomende landen in de wereldeconomie fors, waardoor de totale consumptie toeneemt van 85 miljoen vaten per dag naar 106 miljoen vaten. Gecombineerd met een afnemende of stagnerende productie zal dat in elk geval zorgen voor een nieuwe prijsexplosie.

De investeringen in exploratie en winning van olie zullen dus hoe dan ook toenemen. Datzelfde kan worden gezegd over de investeringen in het ontwikkelen van alternatieve energievormen. De huidige prijsdaling zorgt er alleen maar voor dat deze verder worden uitgesteld. Het zal langer duren tot daarvan de vruchten kunnen worden geplukt.

Dit geldt ook voor een nog belangrijker ontwikkeling: een grotere energiezuinigheid. Bij hogere olieprijzen is de prikkel daarvoor logischerwijs groter dan bij goedkopere olie.

Bij de huidige fluctuaties in de olieprijs wordt het voor ondernemingen die zich in al deze sectoren bewegen, lastig om te plannen. Als de prijs zo snel en fors kan dalen als nu het geval is, dan is een niveau van 40 dollar niet ondenkbaar. En als er pieken, zoals in juli mogelijk zijn, waarom dan geen 200 dollar per vat? Waar het optimale peil van de prijs van ruwe olie ligt, weet niemand. Dat kan beter aan de markt worden overgelaten. Maar bij de huidige wilde bewegingen van de olieprijs is hoe dan ook niemand gebaat.