Straalmotoren brullen nog één keer

Op Vliegbasis Soesterberg werd gisteren voor het laatst gevlogen. Veteranen en ‘gewone’ burgers namen afscheid van de bakermat van de militaire luchtvaart. „Hier zijn we geboren.”

Een Hunter T7 komt met flink wat kabaal binnen op Vliegbasis Soesterberg. „Ah, dat is mijn kist”, zegt veteraan Arend Jan Kraag van achter zijn fotocamera. Hij deed het onderhoud aan het vliegtuig eind jaren vijftig toen hij op de basis werkte. Veel veteranen zagen gisteren hun kisten, maten en legerbasis terug. Het was de laatste keer dat er gevlogen werd op Soesterberg. Met het nodige ceremonieel nam Defensie afscheid van de bakermat van de militaire luchtvaart.

„Een bijzondere en een wat treurige dag”, noemde commandant luchtstrijdkrachten, luitenant-generaal Jac Jansen het in zijn toespraak. Eerder die dag gebruikten de veteranen die bijeenkwamen in een lege hangar andere woorden. „Alsof ze je benen hebben geamputeerd”, zei de een. „Nergens voor nodig”, weet een ander. Buiten bij de landingsbaan, kijkend naar al het tentoongestelde materieel zegt Kraag: „Hier zijn we geboren.” ‘We’ is de luchtmacht. Wat hij ervan vindt dat de basis per 1 januari sluit? „Tranen. Te triest voor woorden. Maar je moet modern denken, het kan niet anders.”

De luchtmacht verlaat zijn geboortegrond wegens bezuinigingen. De helikopters die er de laatste jaren hun standplaats hadden, zijn de afgelopen weken al naar Gilze-Rijen verhuisd. De 500 hectare grond in het midden van het land komt in handen van de regionale overheden. Defensie wil er wel aanwezig blijven met het dienstencentrum en het Nationaal Defensiemuseum, om iets van de historie te behouden.

In 1913 werd het stuk heide op de Utrechtse Heuvelrug het eerste militaire vliegveld van Nederland, nadat er sinds 1910 door particulieren was geëxperimenteerd met luchtvaart. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde ook het Amerikaanse leger zich op Soesterberg. Het werd één van de Europese bases die zij gebruikten in de Koude Oorlog. In het dorpje Soesterberg werden zelfs speciale ‘Amerikaanse wijken’ gebouwd voor de militairen. Veertig jaar later, na de val van de muur vertrokken ze weer. Met hun straaljagers. Soesterberg werd standplaats voor helikopters, onder andere voor de squadrons die in Afghanistan worden ingezet.

Met het vertrek van Defensie komt nu een enorm stuk grond vrij in het midden van het land, waar de ruimte schaars en duur is. Maar zomaar volbouwen met huizen en bedrijven zit er niet in. Dat willen omwonenden niet, en het terrein is ook onderdeel van de ecologische hoofdstructuur van Nederland. Een uniek natuurgebied. Dat komt voornamelijk door de jarenlange speciale behandeling van Defensie. Omdat vogels uit de buurt van vliegtuigen moesten blijven en de begroeiing laag moest zijn, is er door onderhoud een arme bodem ontstaan die veel planten en dieren aantrekt die zeldzaam zijn in Nederland. In 2009 zal duidelijk worden hoe het gebied precies ingevuld zal worden, maar de provincie Utrecht en de gemeenten Zeist en Soest willen dat er naast woningbouw, vooral ook aandacht komt voor recreatie en natuur.

De hele ochtend en middag werden de gesprekken van de veteranen verstoord door het brullen van straalmotoren en het brommen van helikopters. Tot hun genoegen, want daar kwamen ze voor. Veteraan Ype Scheffer houdt even stil als er een straaljager overkomt. Dan wijst hij naar twee vliegtuigen. „De Dakota en de Harvard. Heb ik aan gewerkt. Ach, er liggen heel wat voetstappen van mij hier. Vandaag is een dag van nostalgie.”

Dat is het zeker ook op de spottersheuvel, even buiten het hek. Daar hebben honderden ‘burgers’ zich verzameld, want het afscheidsfeestje op de basis is alleen voor defensiepersoneel. Onder de omwonenden en spotters is de behoefte om afscheid te nemen zo mogelijk nog groter. Met een zogenaamde fly by zeggen onder andere Chinooks, Cougars, Apaches en F16’s gedag.

Hoewel een enkeling naar de heuvel is gekomen om te kijken of „ze nu werkelijk ophouden met dat klerelawaai”, komen de meesten om een laatste keer de kisten te zien waar ze zo graag naar keken. Zoals Nico de Lang, die al 38 jaar in Soesterberg woont en daarvoor in Zeist. „Het is wel emotioneel. Ik kwam hier gemiddeld eens per veertien dagen. Het is al een tijdje stil, sinds ze het materieel hebben verhuisd.”

Dan jakkert er een F16 met een geweldig kabaal over en even is het onmogelijk elkaar te verstaan. „Kijk dat is het echte werk”, zegt hij daarna. „Vroeger kwamen ze nog lager over, dan kon je naar de piloten zwaaien.”