Russische middenklasse gelooft niet in sparen

In Rusland zal de prille middenklasse het hardst geraakt worden door de wereldwijde financiële crisis. Maar zij heeft zich gewapend: wie niets spaart, kan ook niets kwijt raken.

In de krappe woonkamer pronken rond de Ikea-slaapbank de nieuwste aanwinsten van Georgi en Jelena: een flatscreentelevisie en een splinternieuwe iMac-computer met een 24 inch beeldscherm. Het Duitse espressoapparaat in de keuken perst Italiaanse Lavazza-koffie door zijn ingewanden. En overal in het 44 vierkante meter kleine tweekamerappartement hangen souvenirs uit West-Europa en Azië, de favoriete vakantiebestemmingen van het echtpaar. „Ik ben fan van voetbalclub Zenit uit Sint-Petersburg”, vertelt Georgi. „Als ze in het buitenland spelen reis ik ze altijd achterna.”

De 36-jarige grafisch vormgever Georgi Povagin en zijn 33-jarige vrouw Jelena Kostjoekova, een redactrice bij een glossymaandblad, zijn typische vertegenwoordigers van de prille Russische middenklasse. En juist die klasse, die de afgelopen acht jaar 15 à 20 procent van de Russische bevolking is gaan uitmaken, lijkt onder de voortschrijdende economische malaise de grootste klappen te krijgen.

Want als de olieprijs verder daalt en de overheid geen geld meer heeft om de talloze noodlijdende bedrijven te steunen, zijn de westerse consumptiegoederen, die Jelena en Georgi nu nog gretig afnemen, binnenkort niet meer leverbaar of onbetaalbaar. Daarnaast dreigt er een ontslaggolf en worden de salarissen in sommige sectoren verlaagd of in het geheel niet meer uitbetaald. „Voor de kleine ondernemers is deze crisis catastrofaal”, zegt Jelena. „Ze krijgen geen kredieten meer.”

Georgi maakt zich vooralsnog veel minder zorgen over de toekomst. „Misschien dat de regering dankzij de crisis nu eindelijk eens een echte economie opzet”, zegt hij nuchter.

Met hun dochtertje Pelageja van tweeënhalf jaar leven Jelena en Georgi van een besteedbaar maandinkomen dat varieert van 4.700 tot 6.300 euro. „Mijn salaris wisselt nogal, omdat ik naast mijn vaste baan bij een sporttijdschrift behoorlijk bijverdien”, zegt Georgi.

Dankzij die hoge salarissen kunnen de tweeverdieners zich veel permitteren. „We hebben twee auto’s, een werkster en een kindermeisje, voor wie we onlangs nog een operatie van 1.500 euro hebben betaald”, zegt Jelena. „En dan eten we iedere dag vers voedsel en geen fastfood, drinken we goede wijn en kopen we mooie kleren. Die dingen kosten geld, en in Moskou is alles duur.”

Zelf hebben ze van de economische crisis nog niet veel gemerkt, op één gebeurtenis na. „We wilden aan het begin van de herfst een driekamerappartement kopen”, vertelt Jelena. „Maar toen stortte de beurs in en konden we bij de bank geen krediet meer krijgen. In de lente hopen we nu dat die situatie anders is.”

Optimistisch als ze zijn, vrezen ze niet voor een herhaling van het rampjaar 1998. In dat jaar bevond de Russische economie zich in eenzelfde neerwaartse spiraal als op dit moment en was de roebel van de ene op de andere dag niets meer waard. „Ik werkte toen bij de krant Izvestija en verdiende daar goed”, zegt Georgi. „Ik had alleen de pech dat ik op de dag dat de roebel instortte een schuld terugbetaald kreeg die ineens niets meer waard was.”

Jelena is jurist van opleiding en werkte na haar afstuderen in 2000 kortstondig bij een afdeling van het parlement, waar ze weinig verdiende. „Na een week besefte ik dat ik geen sovjetmens was en niet van zo’n laag salaris kon leven”, zegt ze. „In die tijd reisde ik al naar het buitenland en daarvoor had ik geld nodig. Ik ben toen als redactieassistente bij een glossy gaan werken voor 400 euro per maand. Dat was toen al een heel goed salaris.”

Zoals driekwart van de Russische middenklasse hebben ook Jelena en Georgi geen bankrekening. Het lijkt nu een extra beveiligingsmaatregel. „Daarom zijn we nergens bang voor”, zegt Jelena. „Spaarcenten hebben we niet. Schulden evenmin. We maken alles op. Kortom, als het misgaat, dan hebben we niets te verliezen.”

Maar volgens Georgi gaat het helemaal niet mis met de Russische economie, alle onheilstijdingen van specialisten in binnen- en buitenland ten spijt. „De crisis bestaat alleen in het Westen”, zegt hij overtuigd. „Wel is het zo dat het woord crisis veel Russen aan 1998 herinnert. Daarom wacht iedereen af met het uitgeven van zijn geld en dat is slecht voor de economie. Ook zullen veel bedrijven de crisis aanvoeren om te bezuinigen en personeel te ontslaan.”

Jelena valt hem bij: „Bij de glossy waar ik werk hebben we nu heel weinig adverteerders. Vooral voor de maanden maart en april is het aanbod nihil. Allemaal het gevolg van de paniek. En paniek zaaien is nu eenmaal vrij gemakkelijk in Rusland. We plannen onze advertenties nu nog slechts een maand van tevoren.”

Maar wat denken ze te doen als in het kielzog van de dalende olieprijs de salarissen omlaag gaan en er alsnog ontslagen vallen? „Ik werk al lange tijd bij het tijdschrift en denk dat ze mij daarom niet als eerste zullen ontslaan”, zegt Jelena.

En als de crisis hen toch raakt? Wat gaan ze dan doen? Jelena: „Mijn ouders wonen in een groot huis buiten de stad. We kunnen altijd bij hen in de tuin aardappels gaan telen. Daarnaast hebben we vrienden in Thailand bij wie we terecht kunnen. Maar zover komt het hopelijk niet. Bovendien hangt in Rusland alles af van relaties en niet van geld. Op die manier lukt het ons altijd wel te overleven.”