Overheid worstelt nog met nieuwe rol

Banken redden is iets anders dan banken leiden. Wat moet de politiek nu doen? Gisteravond was er een debat tussen de economen Arnoud Boot en Arie van der Zwan. „De crisis geeft de politiek een nieuw bestaansrecht.”

Het begint routine te worden, de miljardensteun die de overheid aan de financiële sector verleent. Bank- en verzekeringsinstelling SNS Reaal was vanochtend de jongste klant waar de overheid aan boord komt, ditmaal met driekwart miljard euro.

Maar nu het ministerie van Financiën met zijn crisismanagement inmiddels de helft van de Nederlandse banksector heeft opgekocht, wordt de vraag steeds prangender wat de politiek met haar nieuwe rol aanmoet. Wat zijn in de toekomst overheidstaken en wat niet? Het neoliberale ordeningsmodel mag dan gefaald hebben, maar welk systeem voldoet dan wél? Wat zijn de oplossingen?

Die vragen stonden gisteravond centraal bij een discussie tussen de economen Arnoud Boot en Arie van der Zwan, georganiseerd door de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau dat aan de PvdA is gelieerd.

Beiden zijn ervan overtuigd dat één ding onafwendbaar is: de politiek gaat het publieke domein vergroten. Het uitbesteden aan de vrije markt is op zijn retour. Want bankieren zal nooit meer worden wat het geweest is. De verhoudingen zijn definitief veranderd, ook als banken weer geprivatiseerd zijn. Immers, als het erop aankomt, betaalt de samenleving de rekening van ongelukken. En spaargeld wordt uiteindelijk door de overheid gegarandeerd. Het is nu duidelijk geworden dat financiële instellingen niet zonder die ‘subsidie’ kunnen functioneren.

Het biedt de politiek ook kansen, meent Boot, die niet verbonden is aan een politieke partij. Hij stelt dat de ideologie weer terugkeert in het debat – een verrijking van de politieke discussie. „Het geeft de politiek als het ware nieuw bestaansrecht.” Maar om ‘de hebzucht’ nu de schuld te geven, heeft volgens hem weinig zin. „Er is niks mis met bezit. Ga nu gewoon uit van het ingebakken egoïsme, ga uit van de menselijke instincten. Maar weet dat die nooit voldoende zelfcorrigerend zijn.”

Arie van der Zwan, de PvdA’er die onlangs zestig jaar geschiedenis van zijn partij boekstaafde, vreest dat de miljardensteun om een systeemcrisis te voorkomen zo’n crisis wel eens dichterbij kan brengen. „Er worden nu zulke absurd hoge bedragen uitgegeven, terwijl we helemaal niet weten of dat doeltreffend is. Wat als het nu toch misgaat? Wie redt dan de centrale bank?”

Het is daarom volgens hem van groot belang om de schuldvraag te stellen. „Dat zijn niet alleen bestuurders of commissarissen. Dat is ook de toezichthouder.” Hij wees ter illustratie op de bezittingen van verzekeraar Delta Lloyd: van de 65 miljard euro is 60 miljard afkomstig van polishouders en slechts 5 miljard van aandeelhouders. „Die verhoudingen gelden ook voor andere grote financiële instellingen. Door toch de aandeelhouder centraal te stellen in de bedrijfsvoering is er met het geld van polishouders gegokt. Dat dit toegestaan is door De Nederlandsche Bank is de meest onvergeeflijke fout van de toezichthouder.”

Maar ook de burgers zelf hebben het laten gebeuren, meent Van der Zwan. De deregulering en liberalisering die onder aanvoering van Reagan (VS) en Thatcher (VK) in de jaren tachtig zijn ingezet, waren een antwoord op de recessie, een recessie waar de gevestigde orde volgens Van der Zwan toen geen antwoord op had. „Hun keuzes konden niet gerealiseerd worden zonder draagvlak. Zij introduceerden zo het volkskapitalisme. In die zin hebben mensen dit ook over zichzelf afgeroepen.”

Arnoud Boot maakt zich het meeste zorgen over wat die vorm van kapitalisme gebracht heeft. „Bedrijven moet je in mootjes kunnen hakken. Opsplitsen en doorverkopen. Er staat een straf op samenwerking van bedrijfsonderdelen, want dat is cijfermatig onoverzichtelijk. Het moet transparant zijn. Alles is verhandelbaar.” Op die manier is volgens de hoogleraar de „ziel uit de onderneming verwijderd”. En omdat bestuursvoorzitters ‘ingehuurde passanten’ zijn – door de gedragscode voor deugdelijk ondernemingsbestuur worden zij voor slechts vier jaar benoemd – is de verankering verloren gegaan. Juist ook, zegt Boot, omdat in Nederland de beschermingswallen tegen ongewenste overnames rigoureus werden verlaagd.

Hij memoreerde daarbij de dreigementen van ING om naar Londen te verhuizen als het gezeur over beloningen niet ophield en de uitspraak van een toenmalig ABN Amro-bestuurder dat het hoofdkantoor net zo goed in Chicago had kunnen staan.

„Globalisering is een bedreiging als je niet lokaal verankerd bent. Je zal toch vastigheid in het systeem moeten inbouwen. Want een toevallige topman kan met één onomkeerbaar besluit een onderneming naar het buitenland verhuizen.”

Van der Zwan hekelde in dit verband de mislukte overname van ABN Amro. „Het verhaal was vorig jaar toch vooral dat het goed was dat de bank werd opgekocht. Want de strategie van de bank was mislukt, op die manier werden zwakke broeders geëlimineerd door de sterke. Dat was de gezonde werking van de vrije markt waar je je niet tegen moest verzetten. Maar nu blijkt eigenlijk dat die ‘sterke banken’ helemaal niet sterk waren. Hun kracht werd afgemeten aan schijnwinsten, winsten die er in feite niet waren.”

Wat moet de politiek dan doen? Van der Zwan ziet een „renaissance van de nationale staat”. De PvdA zal volgens hem nu heel scherp voor ogen moeten hebben wat de nieuwe grotere rol is van de politiek „anders zullen andere partijen dat doen”.

Maar Boot vindt het absurd dat de politiek commissarissen aan het benoemen is. Moet Bos straks voor ieder wissewasje naar de Kamer, vraagt hij zich af. „Dat kán niet. Je moet voorkomen dat dit een politiek proces wordt.” Het ministerie zal een apart orgaan dienen op te richten dat verantwoording aflegt aan regering en parlement, net zoals dat in Zweden is gebeurt in de bankencrisis van begin jaren negentig. „Het is logisch dat ambtenaren op het ministerie niet weten hoe ze banken moeten aansturen. Daar zijn ze ook niet op geselecteerd.”

Minister Wouter Bos (Financiën, PvdA) loofde gistermiddag voorafgaand aan de discussie op een lezing in Den Haag het Rijnlandse model dat rekening houdt met alle belanghebbenden van een onderneming en niet alleen met de aandeelhouders, zoals het Angelsaksische model. Maar Boot moet daar niets van hebben. Hij stelde voor de term ‘Rijnlands model’ per direct af te schaffen. „Dat model stond misschien bekend om zijn bescheiden inkomensverschillen, maar ook om het paternalisme. Daar hoorde ook bij het niet hoeven afleggen van verantwoording en de tweehonderd van Mertens [de zakenelite van 200 man die de vakbondsbestuurder Mertens in 1968 identificeerde als groep met geweldige economische macht, red.].”

Boot ziet eerder mogelijkheden om de prikkels tot schulden maken terug te dringen. Waarom wordt geleend geld nog steeds gesubsidieerd en eigen vermogen niet? „De politiek heeft nooit de renteaftrek willen aanpakken. Niet in het bedrijfsleven en niet in de huizenmarkt.”