Met een vleugje Indiaas exotisme

In het kader van het Amsterdam India Festival draait Pather Panchali opnieuw.

De eerste film uit India die ook in het Westen flinke belangstelling kreeg.

De jonge Apu rent met zijn zus Durga door de velden. Plotseling stuiten ze op elektriciteitskabels. We zien de geheimzinnige draden schuin van onderen, vanuit het gezichtspunt van Apu. Dan verdwalen broer en zus in het manshoge gras. Plotseling horen ze in de verte gefluit. Apu rent door het gras. Vlak voor zijn ogen dendert een trein voorbij, een zwarte rookpluim in de wolken achterlatend.

Deze scène, waarin Apu vol verwondering voor het eerst in zijn leven een trein ziet, is een van de mooiste uit Pather Panchali (1955), het debuut van de Indiaase filmmaker Satyajit Ray. Het was de eerste film uit India die zich ook in het Westen op flinke belangstelling mocht verheugen.

Het is ook het eerste deel uit de zogenaamde Apu-trilogie, die verder bestaat uit Aparajito (1956) en Apur sansar / The World of Apu (1958). Pather Panchali wordt door het Filmmuseum, in het kader van het Amsterdam India Festival, opnieuw uitgebracht in een aantal filmtheaters. De vervolgdelen zijn ook in het Filmmuseum te zien.

Satyajit Ray behoorde jarenlang met Mrinal Sen en Ritwik Ghatak tot de belangrijkste Indiase filmmakers die ook in Europa roem vergaarden. Deze regisseurs waren diep beïnvloed door het Italiaanse neorealisme, geen wonder dat hun films hier aansloegen. De combinatie van Europees humanisme en een beetje Indiaas exotisme was en is onweerstaanbaar.

Net als in het neorealisme gebruikte Ray amateuracteurs en filmde hij op locatie, een zeer ongebruikelijk fenomeen in de Indiase cinema uit die tijd. En net als in de naoorlogse Italiaanse filmstroming levert Ray met Pather Panchali nauwelijks verholen kritiek op de armoede in de Indiase samenleving, wat hem door collega’s niet in dank werd afgenomen: hij werd ervan beschuldigd de ‘armoe van India te exporteren’ en zo het land ten schande te maken. India’s trots was bezoedeld.

De Apu-trilogie gaat over het dagelijkse leven in een arm Bengaals dorp. Maar vooral over het opgroeiende jongetje Apu en hoe hij de wereld beleeft. Eén van de eerste keren dat we Apu zien is als zijn zus hem wakker maakt. Ray filmt dan in close-up zijn oog dat opengaat en helder het leven in blikt. Het gaat in de trilogie om dit oog. Niet dat we alles door Apu’s ogen zien, maar de cruciale momenten uit het verhaal ervaren we vanuit zijn gezichtspunt.

Zo’n levensvormend moment is de dood van ‘tante’. Zij is een stokoude vrouw die bij hun gezin onderdak heeft gekregen en, al mopperend, van voedsel en kleding wordt voorzien, hoewel de familie het zelf niet breed heeft.

Ray filmt de drie generaties vaak in een enkel shot, om aan te geven dat ze ondanks hun verschillen toch een familie zijn die het moet zien te rooien met elkaar, hoe moeilijk hun bestaan ook is in het arme dorp. De dorpsoudsten zijn onthutst als het gezin dreigt te breken met de traditie om in het ouderlijk huis te blijven wonen. Maar Apu heeft niet voor niets de fluit van de trein gehoord. Ontsnappen ís mogelijk.

Pather Panchali (1956). Regie: Satyajit Ray. ****

Lees meer over Indiase films op het Amsterdam India Festival op pagina 30