Maximaal 9 jaar cel in hiv-zaak

De drie verdachten in de Groningse hiv-zaak zijn gisteren door de rechtbank veroordeeld tot celstraffen van negen, vijf en anderhalf jaar. Dat is veel minder dan de vijftien jaar die het Openbaar Ministerie tegen de twee hoofdverdachten had geëist. De rechtbank onderstreepte dat niet bewezen kon worden dat de slachtoffers op seksfeestjes waren besmet met het hiv-virus. „Het is heel wel mogelijk dat de besmetting kan zijn veroorzaakt door anderen.” Het OM gaat in beroep.

Peter M. (50) kreeg negen jaar wegens poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade. De rechtbank acht bewezen dat hij vijf mannen op seksfeestjes met hiv-besmet bloed heeft geïnjecteerd en dat hij drie van hen seksueel heeft misbruikt terwijl ze „in onmacht waren”.

Hans J. (35) werd veroordeeld tot vijf jaar cel omdat hij een geringer aandeel in de zaak had, en verminderd toerekeningsvatbaar was. Wim D. kreeg achttien maanden cel, na een eis van acht jaar. Dit wegens seksueel misbruik van een bewusteloze man en handel in drugs. Hij kwam gisteren vrij, omdat de straf gelijk is aan zijn voorarrest.

Hoewel er volgens de rechtbank dus geen causaal verband te bewijzen is tussen de hiv-besmetting van de dertien aangevers en het door M. ingespoten hiv-bloed, hebben de beiden hoofdverdachten M. en J. „verwerpelijk” gehandeld, aldus de rechtbank. „De berichtgeving over deze zaak heeft de publieke opinie over homofilie schade berokkend”, meent de rechtbank. Maar het bewust onbeschermd seks hebben met derden beschouwt de rechtbank niet als het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Advocaat Wim Anker van Peter M. vindt negen jaar voor vijf pogingen tot zwaar lichamelijk letsel niet proportioneel. „Vijf jaar was redelijk geweest.”

In vier eerdere, enigszins vergelijkbare zaken, achtte de Hoge Raad poging tot zware mishandeling niet bewezen. Het betrof hier verdachten die hun hiv-besmetting verzwegen tegenover sekspartners, met wie ze onveilige seks hadden.