'Lieve en naïeve schat' Rouvoet overtuigt nog niet

Minister en vicepremier Rouvoet (ChristenUnie) verdedigde gisteren zijn begroting in de Kamer. Zijn departement is nodig, zo benadrukte hij, maar de Kamer was kritisch.

Een projectministerie voor Jeugd en Gezin. Dat was bij de formatie van het vierde kabinet Balkenende een van de belangrijkste punten voor de ChristenUnie. Het werk van dat departement zou een belangrijke graadmeter kunnen worden voor de invloed van de kleinste partij binnen de coalitie, die zelfs haar politiek leider op het ministerie positioneerde.

Gisteren leek een uitgelezen mogelijkheid voor die politiek leider, André Rouvoet, om de aandacht op ‘zijn’ departement te vestigen. Maar tijdens het debat over de begroting ging het maar weinig over de visie, vergezichten en noodzaak van het nieuwe ministerie. Het ging meer over de problemen bij het beleid en ‘klein grut’: de verkiezing van de beste (jeugd)wijk van Nederland, de herinvoering van de spaarweek en het instellen van een ‘Dag voor het Gezin’.

Niet dat de problemen in de sector jeugd en gezin niet serieus zijn. De minister heeft bijvoorbeeld te maken met een stijgend ongenoegen uit de Kamer over het wegwerken van de wachtlijsten in de jeugdzorg. Alle partijen benadrukten nog eens dat ze de minister zullen houden aan zijn belofte die wachtlijsten weg te werken vóór eind 2009. „Het gaat niet alleen om geestdrift”, zo vatte Mirjam Sterk (CDA) het ongeduld van de Kamer samen. „Maar ook om daadkracht.” De andere coalitiegenoot PvdA vroeg zich af waar „de regie” was gebleven.

Ineke Dezentjé Hamming van oppositiepartij VVD deed daar een schepje bovenop: Als Rouvoet niet oppast dreigt hij „de geschiedenis in te gaan als de minister van de wachtlijsten”. Ook de Gezinsnota die Rouvoet onlangs had gepresenteerd, en die later in de Kamer apart aan de orde komt, kon daar niets aan veranderen. Die was volgens haar te kwalificeren als „één grote afleidingsmanoeuvre”.

De minister ontkende niet dat hij zijn politieke lot heeft verbonden aan het wegwerken van de wachtlijsten. Hij zag de oproep van de Kamer ook niet als bedreiging, maar „als ondersteuning van de eigen inzet”.

De ergernis in het parlement concentreerde zich gisteren verder op „het gesteggel” en „het kinderachtige gedoe” tussen provincies, stadsregio's en de minister. De provincies beweren dat de minister afspraken schendt door de stadsregio's Amsterdam, Rotterdam en Haaglanden naar verhouding minder dan de provincies te laten bijdragen aan het wegwerken van de van de wachtlijsten. Rouvoet zou de provincies hebben toegezegd dat het principe ‘gelijke monniken gelijke kappen’ zou gelden.

Rouvoet legde de Kamer uit dat er geen sprake kan zijn van gelijke monniken omdat de stadsregio's minder inkomstenbronnen hebben dan de provincies. Hij blijft in gesprek met de stadsregio's over hun bijdrage, maar benadrukt dat hij „niemand kan dwingen tot het zetten van een handtekening”. Slap, vond Marianne Langkamp (SP): „Het doet er niet eens toe wie gelijk heeft. Dit is slecht voor het imago van de jeugdzorg. Ga bij elkaar zitten, desnoods met zo’n relatietherapeut die u ook de kinderen aanraadt – en kom er uit!” Maar Rouvoet kon niets garanderen.

Hier lijkt zich de beperkte invloed die de ChristenUnie heeft op bestuurders in de grote stadsregio’s te doen gelden. Anders dan bijvoorbeeld een PvdA-minister, kan Rouvoet niet een wethouder van de eigen partij bellen om druk uit te oefenen zich te conformeren aan het kabinetsbeleid, simpelweg omdat de grote steden geen wethouders van ChristenUnie-huize hebben, of een politieke vertegenwoordiging van betekenis.

Coalitiepartijen PvdA en CDA toonden zich regelmatig ontevreden met de antwoorden van Rouvoet, een minister die discussies op het scherpst van de snede het liefste lijkt te schuwen. Rouvoet (door Fleur Agema van de PVV een „lieve en naïeve schat” genoemd) verwees veelvuldig naar nota’s in de maak, wetenschappelijke onderzoeken uit het verleden of zelfs een ‘Handvest verantwoordelijk burgerschap’ waar het kabinet nog aan werkt.

VVD, GroenLinks en D66 stelden tijdens de begrotingsbehandeling nog eens nadrukkelijk de vraag aan de orde of een ministerie voor Jeugd en Gezin eigenlijk wel nodig is. „Betuttelend” vindt Dezeltjé Hamming veel van de voorstellen van de minister. Rouvoet beet toen wél van zich af. En toen het over „verknipte ideeën” ging op het gebied van de seksuele moraal, permitteerde hij zich tegen Dezeltjé Hamming zelfs de uitsmijter: „Dat het u niets kan schelen, is uw probleem.”