Levenscyclus in tere associatieve beelden

Dans Sankai Juku met Kagemi. Gezien: 12/11, Amsterdam. Herh.: 14 en 15/11. Inl.: 020- 6255455 en www.muziektheater.nl ***

Een veld reusachtige lotusbloemen zweeft boven het speelvlak; aan begin en einde vlak erboven, het grootste deel van de tijd hoog in de toneelopening.

Dat laatste lijkt erop te wijzen dat Kagemi – Beyond the Metaphors of Mirrors iets te maken heeft met de cyclus van het aardse bestaan en, inderdaad, de zeven scènes waarin Kagemi van Sankai Juku, de Parijse neo-butohgroep van de Japanner Ushio Amagatsu, is opgedeeld tonen de levenscyclus van mens en natuur in tere, associatieve beelden.

Daarin wijkt deze productie uit 2000 niet wezenlijk af van voorstellingen die eerder in Het Muziektheater te zien waren. Ook hier zijn de uiterst trage, vloeiende armbewegingen van de zeven kaalgeschoren en wit bepoederde dansers wonderen van beheersing en plastiek, die beelden van rimpelloze wateroppervlakken oproepen.

Tussendoor wriemelen de handen nerveus of vormen zich tot fraaie bloemkelken. De lotusvorm uit het toneelbeeld wordt weerspiegeld in trioformaties van dansers die zich op de grond laten neerzijgen, zich uitstrekken en dubbelvouwen, als een bloem die zich opent en sluit.

Oogstrelend zijn de spiegeldansen, waarin twee dansers hun armen in wisselende standen buigen. De vredige dodendans die het stuk afsluit, is alleen al de moeite waard om de kostuums, die lijken geïnspireerd op skeletten of fossielen.

Het minimalistische toneelbeeld; het effect van de prachtige belichting die reflecteert op de bepoederde lichamen – liefhebbers van esthetisch theater komen aan hun trekken. Maar de voorstelling illustreert wel waarom Sankai Juku door butoh-puristen van vercommercialisering van de Japanse dansvorm wordt beschuldigd.

Kagemi is een soort mooi-weer-butoh, verstoken van de kenmerkende sensatie van verlies, verdriet en doodsangst. Zelfs de scène waarin vier dansers elkaar met rode verf bekladden, is niet aangrijpend of beklemmend.

De indruk dat diepe zielenroerselen hier hebben plaatsgemaakt voor fraaie beelden en idyllische natuurschetsen wordt nog versterkt door de kitscherige East-meets-West piano- en synthesizermuziek van Takashi Kako en Yoichiro Yoshikawa. Waarom deze relatief oude productie is geprogrammeerd, is bovendien onduidelijk. Een recenter creatie zou mogelijk interessanter zijn en misschien minder nostalgie oproepen naar bedwelmende meesterwerken als Shijima of Unetsu.