Lang leve Sinterklaas

Het Sinterklaasfeest is dé erfenis van de 19de eeuw. Een korte beschouwingbij de televisieserie Verleden van Nederland.

Sint Nicolaas is een van de belangrijkste en meest populaire heiligen van de katholieke wereld, maar nergens is hij zo populair als in het calvinistische Nederland. Het beslissende moment lag precies in het midden van de negentiende eeuw. Toen splitste een Nederlandse traditie zich definitief af van de Europese volksrite.

In de Middeleeuwen was de bisschop uit Myra in bijna heel Europa de aanjager van straatfeesten, huwelijksmarkten en kroegentochten, en had hij een prominente rol in het belonen en straffen van kinderen. Na de reformatie werd in protestantse contreien de aanval ingezet tegen alle vormen van heiligenverering en dus ook op Sint Nicolaas. Predikanten trokken van leer tegen het bederven van kinderzieltjes die moesten geloven dat een oude bisschop in staat was ontelbare schoentjes te vullen met ‘snoeperie’. Het hielp weinig. Een Amsterdamse dominee stelde omstreeks 1660 vast dat het feest zelfs ‘veel erger’ dan voorheen werd gevierd. Kinderen en de bakkers van speculaaspoppen hielden het feest levend. Voor de autoriteiten en dominees zat er weinig anders op dan te gedogen.

Het duurde nog tot ver in de 19de eeuw voordat het volksfeest overal van de straat verdween. De Sinterklaastraditie werd opnieuw uitgevonden als een exclusief kinderfeest. De goedheiligman kwam voortaan uit Spanje, had een zwarte knecht en begaf zich, heel negentiende-eeuws, elk jaar in een stoomboot naar Nederland. Nieuw was ook het theater van de hulpsinterklazen dat vanaf 1850 op gang kwam; vaders, ooms en buurmannen hulden zich in een fel kleurend bisschopshabijt.

Het was de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman die veel van de nieuwe rituelen bedacht en inkleurde. In zijn boekje Sinterklaas en zijn knecht uit 1850 gaf hij de katholieke heilige definitief zijn Nederlandse gedaante. Er ontstonden in diezelfde tijd ook de eerste aanstekelijke Sinterklaasliedjes als Zie de maan schijnt door de bomen, door Jan Pieter Heije, en Jan Schenkman bedacht zelf Zie ginds komt de stoomboot.

De heilige Nicolaas raakte los van zijn Europese katholieke wortels. Het Sinterklaasfeest ontwikkelde zich tot een huiselijk en gezellig festijn, waarbij nog maar zelden een kind tot de orde werd geroepen. De hele natie leefde elk jaar vanaf half november in het behaaglijke besef dat alle kindertjes bij het naderen van pakjesavond vol verwachting hun hart voelden kloppen.

Nog altijd viert meer dan de helft van de Nederlanders het feest met cadeautjes, surprises en een heleboel rijmelarij, waarin men elkaar gemoedelijk de maat neemt. Het is een late variant van de domineespoëzie. Sinterklaas is de meest levenskrachtige erfenis van de negentiende eeuw – meer nog dan onze monarchie.

Toch zou volgens volkskundige Hans Bennis het einde van Sinterklaas wel eens nabij kunnen zijn. Hij deed deze voorspelling twee weken geleden bij de presentatie van een top-100 van Nederlandse tradities. Pakjesavond bekleedt daarin de eerste plaats, maar volgens Bennis zou dit feest door commercie en multiculturalisme wel eens heel snel ten onder kunnen gaan. Sinterklaas moet wijken voor de Kerstman en Zwarte Piet dreigt te sneuvelen onder zijn racistische herkomst.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat Bennis gelijk krijgt. Het rotsvaste geloof van miljoenen kinderen zal Sinterklaas levend houden. En zo nodig zal de Sint met zijn tijd meegaan. Als daarvoor vereist is dat zijn zwarte knecht wat minder koloniaal oogt, dan zal dat vroeg of laat ook gebeuren.

René van Stipriaan

A.s. zondag, Ned. 2, 20.15 uur: Verleden van Nederland, deel 6, over de 19de eeuw.A.s. zaterdag, Ned. 2, 15.00 uur: deel 3, over de Opstand.