In Midden-Europa wordt euro populairder

In Midden-Europa liep de invoering van de euro vaak stuk op nationale trots. Door de kredietcrisis wint de Europese munt aan populariteit. „Een eigen munt is een dure grap.”

Stéphane Alonso

De euro is van alles genoemd: een rem op de economische groei, een aantasting van de nationale soevereiniteit en, bovenal, een aanjager van winkelprijzen. De gulden – dát was pas een munt.

„Kolder”, zegt Morten Hansen, een Deense econoom die in de Letse hoofdstad Riga doceert. „De huidige internationale bankencrisis laat zien dat je maar beter in de eurozone kunt zitten.”

De EU-landen buiten die zone moeten namelijk alles uit de kast halen om hun valuta te beschermen tegen de paniek in de financiële markten. De Centrale Bank van Letland verkocht de afgelopen twee weken voor 80 miljoen aan euro’s om de eigen munt, de lat, overeind te houden.

De Hongaarse forint ging onderuit, de Poolse zloty zwabberde en de Deense kroon kraakte, omdat investeerders een veiliger heenkomen zochten. „Een eigen munt is een dure grap”, zegt de Poolse econoom Witold Orlowski. „Maar dat wordt vaak pas beseft als het pijn doet.”

Nationale trots in Midden-Europa was lang een groot obstakel voor de euro, maar de bankencrisis heeft wat teweeg gebracht: Hongarije verklaarde vorige week dat het de munt in 2011 wil invoeren, Polen sprak een week eerder van 2012 en Roemenië wil ook, in 2014. Retoriek, om de markt te paaien, of serieuze plannen? Analisten zijn er nog niet over uit.

Het grootste obstakel is de politiek. De Poolse premier Donald Tusk, die een jaar geleden aan de macht kwam met een liberale agenda, probeert al weken de nationalistische oppositie voor de zaak te winnen, maar tevergeefs. Ook in Hongarije gunnen partijen elkaar het licht niet in de ogen. De pijn is kennelijk nog niet groot genoeg.

Toch zijn het barre tijden voor eurosceptici. Want de bankencrisis is, naast een kopzorg, ook een opsteker voor de EU. Zelfs de Poolse president Kaczynski, die Brussel geen warm hart toedraagt, erkende onlangs dat die euro zo slecht nog niet is, hoewel hij later, voor de eigen achterban, toch weer een warm pleidooi hield voor de zloty.

De Denen wezen de euro in 2000 af, in een referendum. Maar econoom Hansen denkt dat zijn landgenoten snel van mening zullen veranderen: „In de eurozone zijn de rentetarieven verlaagd, maar Denemarken heeft ze, om de kroon te steunen, juist moeten verhogen.” De Deense premier Anders Fogh Rasmussen zei vorige week dat hij een nieuw referendum wil.

Maar de meeste pijn zit in Midden-Europa, waar de spaarpotten veel leger zijn dan in Denemarken. In de nieuwe lidstaten van de EU was het gangbaar om te lenen in vreemde valuta, met lagere rentes: in Polen is het overgrote deel van hypotheken afgesloten in Zwitserse franken. Het valutarisico werd op de koop toe genomen, omdat de eigen munten stabiel leken.

Afgelopen maand bleek dit een illusie: tienduizenden huishoudens in het voormalige Oostblok moeten elke maand 15 à 25 procent méér aflossen, omdat de eigen munt minder waard is geworden. „Voor de Polen is dit een schok”, zegt Orlowski. „Ze zijn zo gewend geraakt aan een stabiele zloty en lage rentes.”

Poolse financiële autoriteiten riepen banken vorige week op om niet langer te lenen in vreemde muntsoorten. „We zijn van mening dat het veiliger en redelijker is voor klanten om hypotheken af te sluiten in dezelfde valuta waarin zij hun salaris ontvangen.” Maar voor veel Polen komt dat advies rijkelijk laat, zeker nu de huizenprijzen dalen.

Hongaarse huishoudens zitten dubbel klem, omdat Boedapest worstelt met de nasleep van een grote begrotingscrisis, uit 2006. De Hongaren moeten niet alleen meer afdragen aan banken, maar zien zich ook gesteld voor belastingverhogingen, die de staatskas moeten spekken. „Veel Midden-Europeanen zijn technisch gezien failliet”, zegt Hansen.

Twee jaar geleden maakten Polen en Tsjechië nog een goede kans om toe te treden tot de eurozone. Vooral Polen had zonder veel moeite aan de eurocriteria kunnen voldoen, maar de nationalistische voorganger van premier Tusk hield de boot af. Orlowski: „Een gemiste kans.”

Slowakije slaagde wel en mag, als alles meezit, op 1 januari de euro invoeren. „De Slowaken hebben enorme mazzel”, zegt Orlowski. „Ze voeren de munt in op het best denkbare moment, juist nu de markten in paniek zijn.”

De Baltische landen balen: zij kwamen ooit redelijk in de buurt van de eurocriteria, maar kampten steeds met te hoge inflatie, een fenomeen waarop deze landen met kleine, open economieën weinig vat krijgen. Litouwen kreeg in mei 2006 te horen dat het de euro niet mag invoeren, omdat de inflatie een maand eerder 0,07 procentpunt te hoog was.

Orlowski vindt dat purisme onvoorstelbaar. De euro zou de redding zijn geweest van de kwetsbare Baltische staten, terwijl de rest van de EU weinig zou hebben gemerkt van hun toetreding tot de eurozone. „Nu betalen ze het volle pond.” Riga besloot zondag tot de nationalisatie van een grote bank na een run op spaartegoeden.

Ook Hansen pleit voor een mildere toepassing van eurocriteria. „Maar daarvoor moeten Europese verdragen worden aangepast. Ik zie dat niet snel gebeuren.” Orlowski wijst erop dat eurolanden zelf de criteria met voeten treden. „Portugal en Griekenland voldoen er bijna nooit aan. Het is schizofreen: als je binnen bent mag je regels breken, maar zolang je buiten staat moet je er tot achter de komma aan voldoen.”