In Bollywoodfilms wordt echt wel gezoend

In Amsterdam zijn diverse Bollywoodfilms te zien.

Filmkenner Marijke de Vos legt uit dat lang niet alle vooroordelen kloppen.

In Bollywoodfilms wordt altijd spontaan gezongen en gedanst (het liefst door veel mensen tegelijkertijd), de films gaan altijd over twee vechtende families, over een jongen en een meisje die verliefd-zijn-elkaar-niet-kunnen-krijgen-en-dan-net-voor-het-einde-toch-weer-wel, en er wordt nooit in gezoend.

Over de Indiase Bollywoodfilm bestaan een hoop vooroordelen. En zoals zo vaak ligt de waarheid gecompliceerder. Zo suggereert ‘Bollywood’ – als Indiase pedant van Hollywood – dat er alleen in Mumbai (voorheen Bombay) films worden gemaakt, terwijl er in veel meer Indiase steden films worden opgenomen, elk vanuit een eigen culturele achtergrond. ‘Hindi-films’ is een betere benaming voor dit type films, verwijzend naar de taal die in de films gesproken wordt – de taal die 40 procent van de Indiërs spreekt.

Het vooroordeel over de grote hoeveelheid geproduceerde films klopt beter met de werkelijkheid. Jaarlijks worden in India meer dan 1.000 speelfilms geproduceerd, waarvan zo’n 250 in Mumbai. Ter vergelijking: in Hollywood worden er 700 films per jaar opgenomen.

„Indiërs houden van drama en amusement”, vertelt Marijke de Vos, filmprogrammeur van Indiase films en samensteller van het boek Behind the Scenes of Hindi Cinema. „Veel Hindi-films zijn commerciële films met grote sterren als Shah Rukh Khan, die in bijna zestig films heeft gespeeld. Deze films gaan over familieverhoudingen, tradities en ze zitten vol dans en muziek. Maar er worden ook heel andere genres gemaakt waarin veel gedanst wordt en veel muziek zit. Historische films bijvoorbeeld over de multiculture samenleving, zoals Lagaan uit 2001. Of films over politiek, onlusten, fundamentalisme, corruptie en terrorisme. En dan heb je de films over het leven in de grote stad, die gaan bijvoorbeeld over de beurscrisis, partnerruil of homoliefde.”

De gemene deler van nagenoeg alle Indiase films is dat er veel symboliek en mythologische verwijzingen in zitten. Marijke de Vos zette een aantal vaak terugkerende verwijzingen uit de Hindoemythologie die vaak in Bollywoodfilms te zien zijn op rij.

Hindoe-verhalen

De twee epische verhalen spelen een opvallende rol in Bollywoodfilms, de Mahabharata en de Ramayan. Naar die verhalen wordt het vaakst verwezen. Vooral archetypen als Radha en Krishna zijn belangrijk omdat zij symbool staan voor de ultieme liefde, het ultieme filmonderwerp.

„Filmmakers variëren rijkelijk op de oeroude liefdesverhalen rond tussen het herderinnetje Radha en de god Krishna”, vertelt De Vos. „Als een regisseur twee geliefden bij elkaar wil brengen, gebeurt dit in een lied en heten de hoofdpersonen ineens Radha en Krishna. Het is een veilige vermomming waarin ze open en eerlijk kunnen zijn. Meestal speelt de scene bij een beekje of waterval in een paradijselijke omgeving, net als in de oude verhalen over Krishna. ”

Andere mythologische verwijzingen zijn er in overvloed. Een waterkruik staat symbool voor de vruchtbaarheid van de vrouw. Maar een kapotvallende kruik is weer een teken dat iemand spoedig dood zal gaan. Ook de wisseling van seizoenen gebeurt niet zonder reden in een Indiase film. In de lente, vooral tijdens het Holi-festival (dat samenhangt met de verering van Krishna) is er veel ontluikende liefde. Mensen bespuiten elkaar met kleuren, mannen jagen op vrouwen, en ze mogen hen zelfs aanraken. Aan de andere kant staat regen symbool voor afscheid, soms dood en vaak voor een geliefde die weg moet. De moesson heeft met erotiek te maken, maar slechts zijdelings en nooit expliciet, want bedscènes zie je sporadisch in Indiase films. Laat staan ‘functioneel bloot’ zoals in Nederlandse films.

Chauvinisme

De Mumbai-filmindustrie is erg chauvinistisch. Zo zie je de Indiase vlag en het volkslied vooral veel in commerciële films terugkomen. De drie kleuren uit die vlag: oranje (kleur van de hindoes), groen (voor moslims) en het wit (seculiere maatschappij) komen terug in kostuums van dansers en acteurs. En over het algemeen zijn de slechteriken redelijk eenvoudig van de helden te onderscheiden: boeven zijn altijd moslims. De Vos: „Mooie politieke films zijn gemaakt door Mana Ratman (Bombai, 1995) en Anarug Kahyap (Black Friday, 2004) die de rellen en onlusten tussen Hindoes en Moslims in 1993 in Bombay treffend weergeven.”

En dat zoenen dan?

Enkele etiquetteregels die eenvoudig te herkennen zijn in de films: respect wordt getoond door een buiging naar de voeten toe, waarbij symbolisch het stof van de schoen wordt geveegd. Een begroeting is geen handdruk, maar een gevouwen handbeweging, de namasté. En getrouwde vrouwen dragen een rode stip op het voorhoofd, weduwes een zwarte.

En hoe zit dat met het gerucht dat er niet gezoend zou worden in de Bollywoodfilms? Dat is een fabeltje, aldus De Vos. „Of er wel of niet gekust wordt, bepaalt de filmster. Acteurs als Aamir Khan en Hrithik Roshan kussen uitgebreid op de mond en actrices als Karisma Kapoor en Aishwarya Rai ook. Maar ja, openbaar zoenen is sowieso niet gebruikelijk in India, dus is het logisch dat je het ook niet vaak terugziet in de film.”