Hij was ooit de next-generatie

Een van de beste coaches die Nederland heeft gekend is zondag overleden.

Anton Huiskes was de held van de schaatskampioenen Ard Schenk en Kees Verkerk.

Ard en Keessie geef hem van katoen, één van jullie tweetjes wordt straks wereldkampioen. Zo bezongen duizenden supporters vier decennia geleden de heldendaden van het illustere schaatsduo Ard Schenk en Kees Verkerk. De bondscoach die beide toppers naar hun eerste internationale titels leidde, heette Anton Huiskes. De trainer, die zondag op 80-jarige leeftijd in zijn huis in het Franse Coux-et-Bigaroque overleed, wees hun in 1965 en 1966 de weg.

Verkerk noemde Huiskes oefenmeester, psycholoog, vader en moeder tegelijk. In het boek Heya Keessie (1969) van Ger Bestebreurtje zegt Verkerk: „Huiskes wist waartoe iedereen in staat was. Het mooiste voorbeeld daarvan is mijn – fatale of beroemde? – tien kilometer op het Europees kampioenschap 1966 in Deventer. Het was alleen Anton Huiskes, die mij na mijn val Fred Anton Maier [de vermaarde Noorse favoriet, red.] nog deed verslaan. En daar ben ik hem oneindig dankbaar voor. Ik viel, toen ik in gewonnen positie lag en tuimelde tegen het spandoek van mijn supportersclub uit Puttershoek.”

Op zo’n moment denk je dat je gek wordt, vervolgt Verkerk. „Je staat op, hoort geschreeuw, je raakt in paniek. Als je eenmaal weer op gang bent, probeer je de race zonder nog grotere brokken uit te rijden. Maar ineens is daar dan je trainer. Anton Huiskes, heel nuchter, alsof er niets is gebeurd, hoor je hem roepen: ‘Je blijft hangen. Je verliest niets op hem’. En even later schreeuwt hij uit alle macht: ‘Je haalt hem nog in. Het kán’ (...) Dat geeft je moed. Dan krijg je weer vleugels. En dan win je toch nog van Fred Anton Maier. Alleen omdat Anton Huiskes je van binnen en van buiten kent en de vonk over kan laten springen.”

Schenk omschreef de vakman Huiskes als „de coach die het meest heeft bijgedragen aan mijn vorming als schaatsenrijder, maar ook als mens”. In het boek Van Jaap Eden tot Ard Schenk (1972) zegt Schenk: „Huiskes had een heel persoonlijke benadering. Hij vroeg ons bijvoorbeeld om een dagboek bij te houden, waarin je zo nauwkeurig mogelijk beschreef wat je deed, waarom je dat deed of iets niet deed, enzovoort, en hoewel hij dat natuurlijk nodig had om ons zo goed mogelijk te kunnen volgen, was het effect van dat dagboek voor jezelf toch ook dat je je van een aantal dingen meer bewust werd.”

Schenk was ook van oordeel dat Huiskes zijn tijd – schaatsen was een puur amateuristische sport – op allerlei punten vooruit was. Zo stelde Huiskes onder meer voor bij de schaatsbond (KNSB) een professionele trainer (hij zelf) voor het hele jaar aan te stellen, de regionale trainingen onder leiding van die coach helemaal te reorganiseren, en in zee te gaan met een of meer sponsors.

Maar de bobo’s van de KNSB waren lang niet klaar voor die revolutionaire ideeën. Ze hadden veel moeite met de eigenzinnige, weinig diplomatieke coach, die bovendien tornde aan hun bevoegdheden. Toen de de technische commissie van de bond Eddy Verheijen als vijfde schaatser aanwees voor het Europees kampioenschap van 1966 in Deventer, in plaats van de door Huiskes aanbevolen Peter Nottet, leidde dat tot een heftige aanvaring. Niet de eerste.

Op het buffet na die titelstrijd liep Huiskes woedend weg, ook omdat voorzitter Schouten van de technische commissie zijn vrouw zou hebben beledigd. In het boek Heya Keessie vertelt Verkerk: „Onze trainer stond in vuur en vlam. Het was vreselijk. Maanden achter elkaar had hij zich voor ons kapot gewerkt. Met succes. Alles was geslaagd. Ard Schenk Europees kampioen en ik tweede. Dankzij Anton. En dan dat. Dan zie je daar ineens Ard huilen, je kampioen. Omdat hij, Schenk, voelt dat zijn trainer, die zich heeft uitgesloofd, in de ellende zit.”

Aan het einde van dat seizoen vertrok de rebel Huiskes. In 1967 werd hij bondstrainer van Zweden. Onder zijn leiding veroverde Johnny Höglin in Grenoble verrassend de olympische titel op de tien kilometer door de Noorse vedette Maier te kloppen. Na de Olympische Winterspelen van 1972 (Sapporo, Japan) – waar Schenk goud won op de 1.500, 5.000 en 10.000 meter en Verkerk zilver op de 10.000 meter – haalden Schenk en Verkerk Huiskes terug, als coach van hun mislukte eerste profavontuur.

De in Wierden geboren Huiskes deed als schaatser in 1948 en 1952 mee aan de Olympische Spelen. In 1952 werd hij vierde en vijfde op de 5.000 en 10.000 meter. In 1953 vestigde hij een wereldrecord op de 3.000 meter (4.40,2) dat hij pas in 1963 moest afstaan aan de Noor Knut Johannesen. In het Blue Band Sportboek uit de jaren vijftig wordt Huiskes omschreven als „een jongen uit Twente met een onverwoestbaar moreel”.