Gruwelijke dood 'Baby P' schokt Britten

Maandenlang werd de Britse ‘Baby P’ mishandeld, voordat hij vorig jaar overleed. Hulpverleners liepen er de deur plat, zonder in te grijpen. Verontwaardiging alom.

De moeder van Baby P, een blond jongetje van zeventien maanden uit het noorden van Londen, kon op 2 augustus 2007 tevreden naar huis. Een kinderarts had vastgesteld dat haar zoontje aan een onschuldige verkoudheid leed en de politie had een onderzoek wegens kindermishandeling gestaakt. Ze zou haar zoontje eens lekker knuffelen en koekjes bakken, beloofde ze sociaal werkers. De volgende dag was hij dood.

Het lijkje van Baby P, zoals hij de afgelopen weken in de rechtszaak tegen zijn moeder, haar nieuwe partner en een vriend werd genoemd, vertoonde vijftig verwondingen. Daaronder een deels losgescheurd oor, een afgesneden vingertopje, ontbrekende nagels en een afgebroken tand. Ook bleken zijn ruggegraat en acht ribben gebroken, vermoedelijk het werk van de partner en de vriend. Op grond van Britse rechtsregels zijn de namen van moeder, baby en partner niet vrijgegeven.

Wat het drama nog treuriger maakt is dat de verwondingen niet het gevolg waren van een plotselinge woede-uitbarsting. Deskundigen stelden naderhand vast dat Baby P maandenlang was mishandeld. Ook zijn rug was waarschijnlijk al gebroken toen hij door de kinderarts werd onderzocht. Bij huiszoeking werden veel kleertjes met bloedvlekken gevonden. Schrijnend is bovendien dat alles min of meer onder het oog van een schare hulpverleners gebeurde. In de laatste acht maanden kwamen die zestig keer over de vloer bij moeder en baby.

Sharon Shoesmith, directeur van de lokale zorgvoorzieningen voor kinderen in de Londense wijk Haringey, hield gisteren vol dat haar afdeling de zaak „doelmatig” had afgewikkeld. „Het is een heel verdrietig feit dat je mensen niet kunt stoppen die vastbesloten zijn kinderen te doden.”

Ter verdediging voerde ze nog aan dat de moeder de aanwezigheid van haar nieuwe partner, een sadistische verzamelaar van nazi-souvenirs, geheim had gehouden en dat ze steeds smoesjes had over de verwondingen van haar zoontje.

De kwestie heeft tot een storm van verontwaardiging geleid. Vertwijfeld vraagt Groot-Brittannië zich af hoe hulpverlening en politie zo hebben kunnen falen. Waarom is Baby P niet eerder bij zijn moeder weggehaald? En hoe heeft zo’n tragisch geval zich wederom uitgerekend in Haringey kunnen voordoen? Juist daar kwam acht jaar geleden een achtjarig meisje uit Ivoorkust, Victoria Climbié, na martelingen door haar oud-tante en dier vriend aan haar einde. En ook daar wist het hulpverleningscircuit dat het kind gevaar liep zonder in te grijpen.

Het wekelijkse vragenuurtje in het Lagerhuis werd gisteren nu eens niet door de steeds ernstiger wordende economische crisis gedomineerd, maar door het treurige lot van Baby P. De zaak vervult volgens premier Gordon Brown de mensen „met afgrijzen en woede”. De Conservatieve oppositieleider David Cameron hekelde het feit dat geen van de betrokken hulpverleners, sociaal werkers of lokale politici nog is ontslagen.

De zaak is extra pijnlijk voor de regering omdat er zich recentelijk weer een reeks tragische incidenten heeft voorgedaan. In juni werden een moeder en een vader in Sheffield tot gevangenisstraffen veroordeeld. Ze hadden hun dochtertje van drie, dat zat opgesloten in een kamer boven een pub, zozeer verwaarloosd dat ze van ondervoeding stierf.

Ook een zevenjarig meisje in Birmingham stierf dit voorjaar naar wordt aangenomen de hongerdood. Dezer dagen loopt de rechtszaak tegen een moeder en een vriend uit Dewsbury, die haar dochtertje lieten ‘verdwijnen’ in de hoop daarna een beloning op te strijken wanneer ze door de vriend zou worden ‘teruggevonden’.

De voormalige Conservatieve leider Ian Duncan Smith, die zich veel heeft beziggehouden met de onderkant van de samenleving, legde direct een verband met uit elkaar gevallen gezinnen. In een artikel in The Guardian wijst hij er vandaag op dat kinderen in gezinnen met één ouder drie tot zes keer zoveel risico lopen om te worden mishandeld of misbruikt als kinderen in ‘normale’ complete gezinnen. Juist de aanwezigheid van niet-biologische vaders vormt een extra gevaar. Volgens Duncan Smith vallen er 1,5 miljoen kinderen in een risicocategorie, één op de acht kinderen in het land.

Sociaal werkers en sommige medici, onder wie de bekende polemist en arts Theodore Dalrymple, hameren erop dat eerdere hervormingen in de kinderhulpverlening vooral hebben geleid tot meer bureaucratie. Hulpverleners moeten eindeloos informatie met andere instanties uitwisselen en formulieren invullen. Dat gaat ten koste van de aandacht voor de bedreigde kinderen zelf. Bovendien wijzen ze erop dat hulpverleners vaak kampen met onwillige ouders. Die werken dikwijls tegen en deinzen soms niet terug voor geweld tegen de hulpverleners.

De regering heeft met spoed verscheidene onderzoeken gelast. Veel commentatoren vrezen dat nieuwe hervormingen tot meer bureaucratie leiden. Dagblad The Times roerde een ander teer punt aan. In een commentaar stelde de krant somber dat de verzorgingsstaat een segment in de samenleving heeft gecreëerd zonder morele normen. „Voor sommigen is de boodschap al helder: dat dit een land is geworden waar de vrijgevigheid van de staat mensen levenslang een inkomen biedt; waar ouders zoveel kinderen kunnen hebben met zoveel partners als ze maar willen zonder zich verplicht te voelen voor hen te zorgen.”