Grote Keltische goudschat in Maastricht

Archeologen hebben een omvangrijke Keltische muntschat gevonden in Maastricht.

De 39 gouden en 70 zilveren munten stammen uit de eerste eeuw voor Christus en zijn afkomstig van de Eburonen, een stam bekend uit De Bello Gallico van Julius Caesar. „Het is de eerste Keltische goudschat van Nederlandse bodem”, aldus Nico Roymans, hoogleraar Romeinse archeologie aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, die in dit project samenwerkte met de gemeente Maastricht. De opgraving is gedaan op een akker in de buitenwijk Amby. „Een amateurdetector, die enkele munten had opgepiept, heeft ons gewaarschuwd.” De archeologen troffen in een kuil van ongeveer vijfenzestig centimeter diep nog meer munten aan.

Algemeen wordt aangenomen dat Keltische goudmunten zijn geïnspireerd op de vierde-eeuwse ‘staters’ van Filips van Macedonië, die Kelten als huurlingen in dienst heeft gehad. In de loop van de tijd zijn de Keltische munten steeds lichter geworden en bevatten ze minder goud. Op basis hiervan dateert Roymans de schat in het midden van de eerste eeuw vóór Christus. „Het geld werd niet gebruikt in het dagelijks verkeer. Bij Caesar is te lezen hoe Keltische leiders onderling geld uitwisselden om een clientèle op te bouwen en bondgenootschappen te smeden.”

Nader archeologisch onderzoek in de directe omgeving heeft geen sporen van een nederzetting opgeleverd. Voor Roymans reden aan te nemen dat de munten begraven zijn op onbewoond terrein. „Mogelijk als gevolg van Caesars veroveringstochten in Gallië.” In De Bello Gallico beschrijft Caesar hoe hij de Eburonen, die onder leiding van hun koning Ambiorix in 54 vóór Christus in opstand waren gekomen en een Romeins leger vernietigend hadden verslagen, uit wraak van de kaart veegt.