Europarlement intensiveert strijd tegen racisme op voetbalveld

Racisme in het voetbal groeit, ondanks campagnes. Europarlementariër Bozkurt, Barcelona-voorzitter Laporta en oud- voetballer Thuram gaan door met hun strijd.

Voor Lilian Thuram, een 36-jarige Franse voetballer die 142 interlands speelde alvorens hij wegens hartproblemen zijn carrière moest beëindigen, is er altijd meer dan voetbal geweest. Sterker nog: voetbal is volgens hem bij uitstek geschikt om de samenleving ervan te doordringen dat alle mensen een gelijke behandeling verdienen.

Wie zwart is, zoals hij, is ook een mens. Voor Thuram, geboren op Guadaloupe, is voetbal meer dan doelpunten, nederlagen en overwinningen. Zijn roem als voetballer van het Franse elftal (Europees kampioen en wereldkampioen), Monaco, Parma, Juventus en Barcelona heeft hij aangegrepen om iedereen in en buiten zijn wereld wakker te schudden. In november 2005, toen de buitenwijken van Parijs werden geteisterd door zware rellen, riep hij de toenmalige minister van binnenlandse zaken en nu president, Nicolas Sarkozy, tot de orde nadat deze had geroepen de banlieues te zullen ‘reinigen’. „Als deze jongens tuig zijn, ben ik ook tuig. De meeste jongeren hebben geen kans, daarom zijn ze gewelddadig. Ik begrijp ze”, riep hij. Zoals hij eerder de ultrarechtse politicus Jean-Marie Le Pen toesprak: „Ik ben niet zwart, ik ben Frans.”

Thuram speelde en sprak vorige week in Brussel met jeugdige Belgische voetballertjes van Marokkaanse, Turkse en Afrikaanse afkomst over racisme. „Het was aangrijpend, zoals hij die kinderen dingen kon laten zeggen over wat ze doormaakten. Enkele kinderen barstten in huilen uit”, zegt Emine Bozkurt, Europarlementariër voor de PvdA.

In Thuram heeft Bozkurt een partner gevonden in de strijd tegen het toenemende racisme op en rond de voetbalvelden. Thuram beheert zijn eigen stichting waarmee hij mensen oproept zich in te zetten voor gelijke behandeling en waarin hij fondsen werft voor opvoeding en voorlichting. Het is zijn club d’éducation contre le racisme. Bozkurt nam ruim drie jaar geleden het initiatief om racisme in het voetbal, maar ook discriminatie op basis van bijvoorbeeld seksuele aard, in het voetbal en sport in het algemeen aan te pakken. Waarom voetbal? „Omdat daar de fatsoensnormen en respect voor de medemens het meest geweld wordt aangedaan. Mensen worden geslachtofferd om hun afkomst, voorkeuren of seksuele geaardheid. Barbaars bijna.”

Thuram was een van de prominenten op de bijeenkomst in Brussel, georganiseerd door het Europees Parlement. Vijf jongeren vertegenwoordigden de ECCAR (European Coalition of Cities Against Racism) en overhandigden een lijst aanbevelingen om het ondanks vele campagnes in met name Frankrijk, Engeland, Duitsland en Nederland nog steeds toenemende racisme in voetbal terug te dringen. Met als motto Youth voices against racism , een project dat wordt begeleid door Unesco. Jongeren? „Omdat we bij de jeugd moeten beginnen, met opvoeding en voorlichting kan meer worden bereikt”, zegt Bozkurt.

Joan Laporta, voorzitter van FC Barcelona, was ook in Brussel en vicevoorzitter van de federatie van Europese voetbalclubs. Hij zet zich al jaren in tegen racisme en discriminatie, die nergens zo erg woeden als in Spanje (en Italië). In maart 2006 werd door het Europees Parlement op initiatief van Bozkurt een resolutie aangenomen om racisme op de voetbalvelden aan te pakken door strenge straffen en forse boetes. „Maar de boetes en straffen die bonden uitdelen zijn nog erg laag. Dat heeft geen zin”, meent Bozkurt.

Zelf kaartte ze een rel aan na een wedstrijd om het EK-juniorenkampioenschap in Nederland tussen Servië en Engeland, nadat ze de incidenten op televisie had gezien. Ze belde zelf een UEFA-vertegenwoordiger.

Een officieel meldpunt, zou dat iets zijn? Bozkurt is meteen enthousiast: „Jazeker.” Want, zoals ze Laporta citeert: „Wij als verantwoordelijken kunnen niet alles zien en horen. We hebben het publiek en de voetballers nodig om duidelijk te maken dat de grens wordt overschreden.”

Laporta gaat verder. Hij wil niet alleen de clubs bestraffen wanneer publiek en spelers zich misdragen. Hij wil bij Barcelona als eerste club een anti-racisme-clausule in spelerscontracten opnemen. Bozkurt: „Er bestaan al clausules die spelers verplichten mee te doen aan ‘sociale inclusieprojecten’ van de clubs. In de praktijk blijkt dat goed te werken. Hetzelfde kan gelden voor het bestrijden van racisme.”

Wat Bozkurt als voorvechter heeft bereikt, is nauwelijks afdoende. „De voetbalwereld is een afspiegeling van de samenleving. Daarom moeten we beginnen bij de jeugd, op scholen en op clubs. Dat gebeurt al op veel plaatsen, maar het effect is nog te klein.”

Over twee weken zijn Bozkurt en Laporta aanwezig bij het eerste Sportfurm van het Europees Parlement in Biarritz. Ook de leden van de vereniging van Europese voetbalclubs zijn er. Daar wil Laporta zijn plan voor anti-racisme-clausules lanceren en pleiten voor hogere straffen en boetes.

Vandaag heeft Bozkurt op de internationale Dag van Respect in Den Haag een ontmoeting met de KNVB, NOC*NSF, de stichting Meer dan Voetbal, de spelersvakbond en de voetbalmakelaars.