Eten en gegeten worden, daar gaat het om in IJsland

Jar City. Regie: Baltasar Kormákur. Met: Ingvar Eggert Sigurdsson, Ágústa Eva Erlendsdóttir, Björn Hlynur Haraldsson. ****

Een cold case, een oude onopgeloste misdaad, is in het IJslandse Reykjavik heel letterlijk een koude zaak. Koud omdat inspecteur Erlendur in Baltasar Kormákurs nieuwe film Jar City terug moet naar de bevroren archieven en het verkilde verleden van de eilandbewoners om de onverwachte dood van een oude zonderling te onderzoeken. Koud omdat het eigenlijk niemand wat kan schelen wat er toen gebeurd is en wat misschien nog steeds gevolgen heeft. En koud omdat lijken nu eenmaal koud zijn.

Er vallen nogal wat dode lichamen te bekijken in deze film, in z’n geheel in een mortuarium of in onderdelen op sterk water in het laboratorium van een schimmig bedrijf dat handelt in genetische data.

Baltasar Kormákur (1966) is sinds zijn debuut 101 Reykjavik en zijn doorbraakfilm The Sea, die beide ook in Nederland te zien zijn geweest, inmiddels een van de meest vooraanstaande regisseurs, acteurs en theatermakers van IJsland. Geen wonder dat hij na het Amerikaanse uitstapje van A Little Trip to Heaven snel weer terugkeerde naar de Noordse mystiek die van elke thriller een zoektocht door de duistere menselijke ziel maakt.

Vooral de chaos en het absurdisme van Jar City spreken aan. De Russische mannenkoren op de soundtrack geven het geheel een sfeer die zowel woest als gedragen is, die lekker smerig contrasteert met de schapenkoppen die Erlendur elke avond bij een takeaway haalt en boven zijn dossiers verorbert. Doelgericht prikt hij het oog eruit en eet het met smaak. Eten en gegeten worden, daar draait het om in IJsland. Ook als het zoiets symbolisch is als een oog, dat kijker en hoofdpersonen ziende blind maakt.

De mix van detectivefilm en in smeltwater en modder gedrenkt existentieel drama beviel de IJslanders zo goed, dat ze het op een misdaadverhaal van Arnaldur Indridason gebaseerde Jar City vorig jaar instuurden als Oscar-inzending. Dat leverde de film geen nominatie op, maar hij kwam wel bij de juiste mensen terecht, want voor 2010 staat er een Amerikaanse remake op stapel. Kormákur zelf is voor de productie aangetrokken.

Laten we dan hopen dat alles wat deze film nu zo fijn rafelig maakt, als een vervilte wintertrui, er dan niet uit wordt geknipt, waaronder de kritiek op het commerciële gerommel met genetische databanken en patiëntendossiers. Het cynisme van Erlendur mag ook niet ontbreken. Hij stapt over een vers lijk heen met de opmerking: „Typisch IJslandse moord, vies en zinloos.”