Een obligate strategie voor Bos

Zou de term ‘frontloaden’ al weer eens gevallen zijn op het ministerie van Financiën? Nederland heeft een goede reputatie op de internationale obligatiemarkt, maar dat was niet altijd zo. Toen de begrotingstekorten en de staatsschuld in de jaren tachtig hoog opliepen, werd het voor Financiën steeds moeilijker om op de kapitaalmarkt te lenen. In 1984, toen de toenmalige recessie ten einde liep, was er nog steeds een begrotingstekort van 8 procent – een cijfer dat nu onvoorstelbaar is. Het Rijk had de jaren daarop grote moeite om te lenen tegen lange looptijden, en moest terugvallen op relatief kortlopende obligaties.

Bij zoveel terughoudendheid bij beleggers was het destijds staand beleid om zo vroeg mogelijk in het jaar alle verwachte financiering binnen te halen. Daarbij ging het om bestaande leningen die afliepen en ververst moesten worden, vermeerderd met de financiering van het begrotingstekort dat in het komende jaar werd verwacht. Aangezien de gemiddelde looptijd van de staatsschuld flink terugliep, moest er een tijdlang elk jaar relatief meer aflopende staatsschuld worden vernieuwd.

Het antwoord was duidelijk: in de eerste maanden van het jaar werd gepoogd om de totale financieringsbehoefte van het Rijk meteen al voor elkaar te krijgen. Want je wist maar nooit of de stemming van beleggers verderop in het jaar zou omslaan. Vandaar de term ‘frontloaden’ die in gewoon Nederlands zoiets zou zijn als ‘binnen is binnen’.

De rest is geschiedenis. De overheidsfinanciën kwamen langzamerhand op orde. Het beleid ging in de jaren negentig actief over op het streven naar looptijdverlenging van de staatsschuld. Minister Kok kwam daarom met de eerste dertigjarige lening. Nederland betaalde niet langer een substantieel hogere rente op zijn staatsschuld dan het grote en stevige Duitsland. En na de invoering van de euro was het laatste obstakel, de toch al geringe kans op een verandering van de wisselkoers tussen gulden en Duitse mark, ook definitief uit de weg.

Maar hoe gaat dat in de toekomst? De Nederlandse financieringsbehoefte neemt toe, door een vermoedelijk begrotingstekort volgend jaar én het geld dat nodig is voor het steunen van de financiële sector. Dat is nog niet dramatisch, maar ook in de rest van de Europese Unie gaat de financieringsbehoefte van de staten flink omhoog. Begrotingstekorten stijgen, en ook de EU-partners hebben geld nodig voor hun bankensteun. Krijgen we volgend jaar dus een stortvloed van aanbod van staatsleningen? Waarschijnlijk wel. Minister Bos kan er in dat geval maar beter vroeg bij zijn. Net als vroeger. Want binnen is binnen.

Maarten Schinkel