De saaie hartstochten van een kroonprins

Wat je de Nederlandse koninklijke familie ook zou kunnen verwijten, het is zeker geen gebrek aan kleurrijk karakter. In een voetnoot bij de mediaopwinding over de huwelijksproblemen van prins Bernhard en koningin Juliana introduceerde Netwerk (NCRV) gisteren een nieuwe hoofdrolspeler.

Cees Fasseur, auteur van het boek dat de historische hype veroorzaakte, gaf toe dat Juliana’s vertrouweling Greet Hofmans niet de enige was die de toegang tot paleis Soestdijk ontzegd was. Ook Bernhards steun en toeverlaat, zijn ‘tweede vader’ Alexei Pantchoulidzew, was niet meer welkom en die verbanning zou wel degelijk een belangrijke factor geweest zijn in de escalatie van het hofconflict. Dat gegeven komt goed uit in de campagne van Netwerk om juffrouw Hofmans te ontlasten van volledige verantwoordelijkheid voor de kwestie.

Kolonel Pantchoulidzew (1888-1968) was in Huis Warmelo te Diepenheim de huisgenoot van Bernhards moeder prinses Armgard. Als door de revolutie verdreven Wit-Rus was hij een diehard in de Koude Oorlog. Verder is over deze fascinerende figuur weinig bekend, dus hulde aan Netwerk, dat voormalig paardensportverslaggever Hans Eijsvogel uit zijn smalfilmcollectie beelden te voorschijn liet halen van Pantchoulidzews optreden op het onderdeel dressuur van de Olympische Spelen van 1956. De wedstrijd vond wegens quarantainebepalingen vervroegd plaats in Stockholm. De kolonel werd 28ste en zou de enige Nederlandse olympische deelnemer blijken. Later dat jaar werden de spelen van Melbourne immers geboycot, wegens de Russische inval in Hongarije.

Ook het Britse vorstenhuis rijdt paard op olympisch niveau. Mark Phillips, de ex-man van prinses Anne, won goud in München (1972). Er wordt gescheiden, maar verder zijn de Windsors braaf in vergelijking met de Oranjes. Gapend keek ik gisteren op BBC 1 anderhalf uur naar Charles at 60 – The Passionate Prince, een documentaire ter gelegenheid van de 60ste verjaardag van prins Charles. Samensteller John Bridcut, die de kroonprins gedurende ruim een jaar met de camera volgde, doet zijn uiterste best om zijn hoofdpersoon te presenteren als een hartstochtelijk en bevlogen mens. Dat is niet erg gelukt.

In de tuin van zijn landgoed Highgrove in Gloucestershire pleit de prins van Wales voor organische landbouw, het tropisch regenwoud en het nemen van maatregelen tegen de klimaatverandering. We zien hem in het Europees parlement, de maat slaand bij een reggaeconcert in Jamaica en bij een voorstelling die kinderen in contact moet brengen met kunst en cultuur. Thuis zet hij muziek op van Wagner en noemt die „quite extraordinary”.

Over alles heeft de prins een mening, maar die is zelden verrassend of zelfs maar scherp geformuleerd. Een medewerkster haalt zes recente memo’s te voorschijn, waarin Charles in grove hanepoten aanwijzingen geeft aan zijn 29 eigen liefdadige instellingen. Maar het zijn louter open deuren, van het type „wat doen we met radicaliserende moslims in gevangenissen?”

Verder is alles absolutely wonderful, zonder enige overtuiging. Behalve aan John Cleese moest ik vaak denken aan de pech die je wel eens aan een diner kunt hebben, als de gast tegenover je het niet kan laten je de hele avond te bombarderen met gemeenplaatsen, vermomd als eruditie. Gelukkig is het zelden de bedoeling dat je iets terugzegt.

De tragiek van een kroonprins in een dynastie waar zelden geabdiceerd wordt, is dat hij op bijna pensioengerechtigde leeftijd nog heel lang op zijn beurt moet wachten. Misschien komt het er wel nooit meer van.

In het algemeen gaan de Britse media vrijmoediger om met hun royals dan wij met de onze. Met verbazing keken Nederlanders destijds naar de satirische poppenserie Spitting Image, waarin prins Charles en zijn beide ouders venijnig werden gekarikaturiseerd.

Sindsdien heeft Nederland zijn eerbied op vele terreinen snel verloren. Zo’n plichtmatige hagiografie als de BBC gisteren vertoonde, zou hier niet meer gemaakt kunnen worden.