Daar staat die R dus voor

Aan minister Vogelaar werd de vraag gesteld hoe duur het allemaal nou echt zou worden, met die boot en die woningbouwvereniging in Rotterdam. Haar antwoord: ‘Weet u wat ondernemen is?’

Dat was geen antwoord, natuurlijk, maar het zette wel een prettig sfeertje neer van wederzijds respect en oprechte dialoog. Waarschijnlijk dacht Vogelaar iets als: ‘We weten niet hoe duur het wordt, want ondernemen is nu eenmaal risico nemen, dus ik kan er niets over zeggen.’ Maar ja, daar kom je niet mee weg, dus daarom maar de tegenaanval geopend met een retorische vraag: een vraag waarop je geen antwoord verwacht.

Wat is dat toch, met retorische vragen? Waarom zijn die zo vaak naar (behalve in het geval van de vorige zin)? De vraag waarop het antwoord niet gewenst is, brengt het gevoel over dat de spreker zelf altijd alles het beste weet. ‘Heren. Hallo. Waar zijn we mee bezig?’ betekent natuurlijk eigenlijk ‘Het interesseert me niet wat jullie doen, als jullie er maar mee ophouden’.

De puber die zegt ‘Kan ik er wat aan doen?” wil alles, maar niet een goed gesprek over verantwoordelijkheid en schuldvraag.

Wie zegt ‘Mag ik dat zelf even weten?’ is eigenwijs en niet coöperatief. En een vrouw die tegen haar man zegt ‘Met zo’n man ben ik toch niet getrouwd?’ is eng en neurotisch.

Het was blijkbaar de week van de retorische vraag, want een paar dagen na Ella Vogelaar kwam ook de onbetwiste koning van de retorische vraag uitgebreid aan het woord: Peter R(etorische vraag) de Vries. Vooral in zijn telefoongesprekje met Joran van der Sloot was het raak. ‘Hebben wij soms die valse visitekaartjes zitten drukken? Hebben wij soms die meisjes opgetrommeld? (...) En ik heb zeker ook de verdwijning van Natalee Holloway geïnitieerd? Dat heb ik zeker ook gedaan? (...) Dan houden we het daar toch op?’ Joran antwoordde maar niet. Dat was namelijk niet de bedoeling.

Paulien Cornelisse is ook in het theater te zien met de de cabaretvoorstelling Dagbraken". Speellijst: pauliencornelisse.nl