D66: de staat wil zichzelf te groot maken

De enig relevante valuta op dit moment is ‘vertrouwen’. Dat stralen overheden nu meer uit dan de markt. Maar de staatsbemoeienis moet niet doorschieten, vindt Alexander Pechtold.

De problemen op de financiële markten confronteren ons met de vraag: hoe voer je oppositie in crisistijd? Door het kabinet ruimte te geven om te handelen, een alternatieve visie te bieden en vast te houden aan ons eigen verhaal van hervormen en innoveren. Het is daarom spijtig te moeten constateren dat coalitiepartijen elkaar die ruimte niet gunnen. Het CDA liet haar eigen publiciteitscrisis prevaleren boven crisismanagement.

De enig relevante valuta op dit moment is ‘vertrouwen’. Dat stralen overheden nu meer uit dan de markt. De markt lijkt gevloerd, de overheid treedt op. Maar de staat heeft de neiging zichzelf te groot te maken. Staatsbemoeienis met de economie moet niet doorschieten. De overheid is zelden een goede ondernemer gebleken en staatsbankieren mag niet de norm worden. Dit leidt tot risicomijdend gedrag en is slecht voor bedrijvigheid en innovatie. De opvolgers van de creatievelingen van TomTom moeten de weg naar de bank wel kunnen blijven vinden. Ook moet gewaakt geworden voor partijen die de crisis aangrijpen om hun ideologische wensen in onze economie te realiseren.

Wij koesteren de zegeningen van liberalisering. Het bevorderen van concurrentie en het doorbreken van monopolies heeft ons veel voordelen gebracht. In veel gevallen: een betere prijs-kwaliteitverhouding. Denk aan de luchtvaart, telefonie en postpakketten.

Overheidsingrijpen in de reële economie, zoals de arbeidsmarkt, moet tot een minimum beperkt worden. Lage groei is – helaas – gewoon lage groei. Het verleden leert dat de overheid economische groei op korte termijn maar beperkt kan beïnvloeden. Maatregelen werken contraproductief, omdat de resultaten zich pas op lange termijn manifesteren. Zo is het verhogen van de Nationale Hypotheek Garantie onwenselijk. Goedkoop lenen op de pof was toch juist een oorzaak van de huidige malaise? Daarom moeten we de markt de prijs van kapitaal nu laten corrigeren en niet kunstmatig laag houden.

Mede dankzij de hervormingen die wij met CDA en VVD doorvoerden, staat Nederland er ten opzichte van andere landen relatief goed voor. Jammer genoeg zijn we door de stilstand onder het huidige kabinet in deze moeilijke periode onnodig kwetsbaar. Ontwikkeling van onze economie is bovendien geboden omdat het aardgas – dat ons nu 10 miljard euro per jaar oplevert – binnen een generatie op zal zijn.

Wat is nodig? Een agenda voor ambitie. Nederland moet weer in zijn vooruit. De economie versterken door ingesleten patronen en vastlopende systemen te doorbreken. De vergrijzing tegengaan door de pensioengerechtigde leeftijd langzaam naar 67 jaar te brengen. De arbeidsproductiviteit verhogen door de arbeidsmarkt te flexibiliseren en te investeren in onderwijs en innovatie. En: een duurzame energietransitie en een moderne democratie verwezenlijken. Aan de noodzaak van deze hervormingen verandert de financiële crisis niets. Dat zou geen onderscheidend verhaal moeten zijn, maar is dat wel.

Alexander Pechtold is fractievoorzitter van D66.