Boer wil niet betalen voor de Betuwelijn

De verdeling van de kosten bij de waterschappen is een belangrijk strijdpunt. Boeren vinden dat ze te veel moeten betalen. Waterschapsbesturen slaan burgers zwaarder aan.

Is het onzinnig om te stemmen tijdens de verkiezingen voor waterschappen? Omdat dit bedaagde instituten zijn die alleen uitvoeren wat andere overheden hebben besloten?

De werkelijkheid is anders. Wie gaat stemmen, kan daarmee invloed uitoefenen, bijvoorbeeld op de hoogte van zijn waterschapsrekening, die kan oplopen tot enkele honderden euro’s per jaar. In veel waterschappen woedt een harde strijd over wie moet opdraaien voor de kosten van waterbeheer. Veel besturen zijn verdeeld. Er is verwarring over de interpretatie van de nieuwe wet. Volgens de boeren zit er een weeffout in.

In het westen van Brabant, bij het waterschap Brabantse Delta, zijn onlangs twee leden van het dagelijks bestuur opgestapt. Ze zijn ertegen dat boeren minder gaan betalen dan de nieuwe Waterschapswet volgens hen mogelijk maakt. Door alle huishoudens in het waterschap, de ingezetenen, méér belasting te laten betalen, worden de boeren ontzien.

„Niet rechtmatig”, zegt de opgestapte bestuurder Paul de Gier. „Het algemeen bestuur heeft in zijn eeuwig opportunisme gemeend een onwettig besluit te moeten nemen.” Het is een principiële kwestie, zegt ook Sjef Coppens, de andere opgestapte bestuurder: „Je kunt hier niet mee sjoemelen. Als er één onderwerp is waarbij je burgers recht in de ogen moet kunnen kijken, dan zijn het de kaders op basis waarvan je belasting heft.”

De waterschappen werken vanaf komend jaar volgens de nieuwe Waterschapswet. Die bepaalt dat burgers in het algemeen meer gaan betalen voor waterbeheer, en dat zij meer zeggenschap krijgen. Hoe groot het deel van de lasten is dat de inwoners van een waterschap betalen, hangt af van de bevolkingsdichtheid. In een dichtbevolkt waterschap betalen de bewoners samen een relatief hoog deel van de totale kosten. De rest wordt verdeeld over specifieke belanghebbenden: boeren, huiseigenaren en natuurbeheerders. Zij worden aangeslagen op basis van de waarde van hun bezittingen.

Veel boeren rekenden door de nieuwe wet op een daling van hun kosten. Dat valt tegen. Ze wijten dat onder meer aan de lage taxatie van natuurgebieden. Henk Veldhuizen, boer in Utrecht en voorzitter van de LTO-werkgroep water: „De natuur betaalt vrijwel niets. Terwijl waterschappen juist voor die natuur vaak hoge kosten moeten maken.” Nog belangrijker voor de boeren is dat de infrastructuur, die tot het platteland wordt gerekend, vanaf komend jaar veel hoger wordt getaxeerd dan gedacht. Door die dure wegen, spoorlijnen en bruggen komt de waarde van het platteland als geheel ineens óók hoger uit. Veldhuizen: „Hoe meer infrastructuur, des te meer de boeren aan waterschappen moeten betalen. Als wij eerlijk zijn, moeten wij onze boeren oproepen tegen de aanleg van bijvoorbeeld de snelweg A4 Midden-Delfland te zijn, want dat scheelt jaarlijks tien tot vijftien euro per hectare.”

LTO noemt het een „weeffout” in de wet. Veldhuizen: „Waarom moeten de boeren opdraaien voor de kosten van infrastructuur? Verhoog liever de wegenbelasting.”

Waterschappen draaien nu naarstig aan de knoppen om de boeren tegemoet te komen. Een geliefd instrument is verhoging van het kostendeel voor huishoudens. Het bestuur van Brabantse Delta besloot niet 30 maar 35 procent van de kosten over de huishoudens om te slaan. Op een totaal van 45 miljoen euro scheelt dat ruim 2 miljoen euro. Dijkgraaf Joseph Vos: „De nieuwe wet pakt bij ons erg ongunstig voor de boeren uit. Veel mensen in het bestuur hadden het idee dat je zo’n verhoging van de lasten niet kon maken.”

In het waterschap Zeeuws-Vlaanderen zagen de bestuurders uiteindelijk af van zo’n boervriendelijke maatregel. Het waterschap Hollandse Delta wil het aandeel van alle inwoners wél verhogen, van 40 procent naar 50 procent. Dijkgraaf Jan Geluk: „Voor de meeste inwoners betekent de wijziging een verhoging met slechts een tiental euro’s per jaar, terwijl de boeren er anders honderden euro’s per jaar op achteruit zouden gaan. Wij denken een bestuurlijke afweging te kunnen maken voor een evenwichtige verdeling van de lasten. De provincie moet het nog goedkeuren. Maar als die goedkeuring uitblijft, dan heeft de bestuursrechter het laatste woord.”

Geluk vindt dat de Tweede Kamer „te kort door de bocht” is gegaan door het besluit alle wegen en spoorlijnen bij de categorie ongebouwd in te delen. „We hebben de HSL-Zuid, Betuwelijn en snelwegen A16 en A15. Daar maken wij nauwelijks gebruik van, zeggen de boeren hier. Moeten zij daar dan als enigen voor betalen? Ik denk dat er een goede evaluatie van de wet moet komen.”

Of er iets mis is met de nieuwe Waterschapswet, is de vraag aan Alfred van Hall, tot voor kort hoogleraar waterstaatsrecht. Nu is hij dijkgraaf van Hunze en Aa’s in Groningen en Drenthe, vice-voorzitter van Natuurmonumenten en voorzitter van de Commissie van advies inzake de waterstaatswetgeving. Van Hall: „Je kunt je afvragen of het allemaal niet een beetje onrechtvaardig is voor de boeren. Misschien, maar de wet is zo slecht nog niet. Die maakt onderscheid tussen solidariteit en profijt. De solidariteit wordt betoond door het toedelen van kosten aan alle inwoners, het profijt wordt betaald door onder anderen de boeren. Waterschappen kunnen de solidariteitsbijdrage verhogen, maar bedrijven dan wel inkomenspolitiek. En dat roept vragen op.

„Je kunt de solidariteit verhogen en boeren helemaal geen geld vragen, maar dan raak je aan het wezen van de waterschappen: dat mensen betalen naarmate ze belang hebben. Boeren hebben altijd relatief veel betaald aan de waterschappen, maar ze hebben daarvoor ook altijd veel zeggenschap en profijt gehad.”