Banken rekenen hoofdprijs voor lening

Bedrijfsleningen zijn fors duurder geworden, terwijl banken juist minder risico’s lopen. Dat kan een zelfversterkend effect op de kredietcrisis hebben.

De kraan zit dicht. Niet helemaal potdicht, maar wie hem wil openzetten, moet flink betalen. Bedrijven die geld nodig hebben om te investeren, grotere en kleine, de minder gezonde maar ook de gezonde, hebben grote moeite om van banken onder de gebruikelijke voorwaarden leningen te krijgen. Kredietcrisis!, roepen de banken.

„Banken zijn bezig massaal de drempel voor bedrijfskrediet te verhogen”, zegt Hugo van Wijk van Vallstein, een bureau dat bedrijven adviseert over hun bankrelaties. „Terwijl je na alle overheidsingrepen van de voorbije weken – van kapitaalinjecties en garantieplannen tot renteverlagingen – zou zeggen dat banken hun rentetarieven voor kredieten rustig kunnen verlagen.” Al is het maar omdat een deel van hen meer spaargeld dan ooit binnenkrijgt.

Banken zeggen dat hun eigen financieringskosten door de kredietcrisis de laatste maanden flink zijn gestegen; het bekende verhaal van banken die elkaar niet meer vertrouwen, waardoor de interbancaire leenmarkt is stilgevallen. Daarbij zijn de vooruitzichten voor veel bedrijfssectoren dramatisch verslechterd.

ING, de bank die vorige maand een kapitaalinjectie van de staat kreeg van 10 miljard euro, zegt dat het om die redenen legitiem is om bij de tarieven voor bedrijfskredieten niet langer alleen naar de Europese basisrente te kijken. „Voorheen hadden we nauwelijks of geen opslag voor liquiditeitskosten of risico”, zegt een woordvoerder. „Die factoren worden nu wel doorberekend aan klanten en dat wordt geaccepteerd.”

Bij Rabobank zijn de tarieven eveneens opgeschroefd, omdat „ook voor ons geld duurder is geworden”, zegt een woordvoerder. Voor het overige is het „business as usual”. „Onze vaste klantenkring, het mkb, heeft hierbij onze prioriteit. Voor grote bedrijven zijn we wat kritischer geworden.”

Het gevaar bestaat dat deze opstelling van banken de economische neergang juist in de hand werkt. Als op zichzelf gezonde bedrijven meer geld kwijt zijn aan rente, of überhaupt geen ruimte krijgen te investeren, zullen zij het vanzelf zwaarder krijgen.

Behalve duurder zijn de nieuwe tarieven voor kredieten van banken ook onduidelijker geworden. De rente die banken voor hun onderlinge leningen rekenen, de van de Europese basisrente afgeleide Libor of Euribor, is dagelijks voor iedereen te raadplegen. In offertes voor kredieten schrijven banken nu regelmatig dat zij hun tarief niet meer op basis van Euribor berekenen, maar op basis van hun kapitaalskosten. Van Wijk: „Dat is voor ondernemingen niet transparant en dus oncontroleerbaar.”

Bedrijven zelf praten niet graag over de strengere banken.

Vervolg Krediet: pagina 14

Banken willen vooral hun balans oppoetsen

Vervolg Krediet van pagina 1

Werkgeversorganisaties krijgen maar weinig klachten binnen, maar weten dat hun leden voorzichtig zijn. Openlijk klagen over hun banken zou de relatie in de toekomst kunnen verstoren. VNO-NCW weet dat bepaalde sectoren beslist in de problemen zitten – de bouw bijvoorbeeld en de transportsector – en dat dat deels komt door terughoudende banken. MKB Nederland zegt dat starters moeite hebben bij banken kapitaal los te peuteren. „En leningen onder de 1 miljoen euro worden nauwelijks meer verstrekt.”

Hugo van Wijk van Vallstein komt „stuitende gevallen” tegen. „Voor bestaande klanten worden kredieten herzien, waarbij men vraagt de schuld versneld af te lossen. Voor een eventuele nieuwe kredietlijn vragen ze rustig 0,5 tot 1 procentpunt meer. Een buitenlandse bank zei tegen een Nederlandse klant zijn lening niet te willen uitbreiden, tenzij hij die lopende schuld voor het eind van het jaar wilde aflossen en tot die datum 2 procentpunt extra wilde betalen.”

Een financieel bestuurder van een groot winkelbedrijf heeft de stellige indruk dat banken maar één ding willen: „hun balans oppoetsen”. Dat betekent: bestaande leningen vervroegd laten aflossen of proberen door te verkopen, en zeker geen nieuwe afsluiten. „De meeste banken zitten op slot. Men wil over het vierde kwartaal een gezonde balans presenteren.”

Recent gepubliceerde cijfers van De Nederlandsche Bank bevestigen dat de kredietverlening voor het bedrijfsleven aan het opdrogen is. DNB zegt dat tussen de 40 en 60 procent van de Nederlandse financiële instellingen voor alle soorten leningen – zowel kort- als langlopend voor alle bedrijven – de ‘acceptatiecriteria’ in het afgelopen kwartaal aanzienlijk zijn verscherpt. Voor het huidige, vierde kwartaal verwacht DNB een verdere verscherping van de interne richtlijnen voor leningen en kredietfaciliteiten: driekwart van de banken zal strenger worden.

Dat laatste is vooral opmerkerlijk omdat elk moment de garantieregeling voor banken van het ministerie van Financiën in werking treedt. Dat is een plan, vorige maand door minister Bos gelanceerd, dat de interbancaire leningen van Nederlandse banken voor maximaal 200 miljard euro garandeert. Doel hiervan is, zo zei de minister, dat „de kredietverlening aan bedrijven en particulieren wordt gewaarborgd”. Naar verwachting zal een aantal kleine banken, zoals NIBC, Friesland Bank en SNS Reaal (dat vanochtend al een kapitaalsinjectie kreeg) hierop als eerste intekenen.

Vooralsnog lijkt het omvangrijke garantieplan geen effect te sorteren. Als er al een effect is, is dat averechts. Voor deelname aan de regeling moeten banken ook een marktconforme renteopslag aan Financiën afdragen. Van Wijk van Vallstein ziet dat banken vooralsnog deze prijs één op één doorberekenen aan hun klanten, „zonder dat ze al hebben ingetekend”.

Rabobank, die laat weten niet te zullen deelnemen aan de garantieregeling, heeft haar tarieven ook verhoogd. Van Wijk: „Terwijl die bank er nu juist prat op gaat miljarden aan spaargeld te hebben aangetrokken de laatste maanden. Dat is goedkoop geld, dat ze ook goedkoop zouden kunnen uitzetten.” Rabobank noemt de tarieven in een reactie „concurrerend”. „We zijn minder duur geworden dan anderen.”

De concurrentie werkt in dit geval prijsopdrijvend, en niet prijsverlagend, stelt Van Wijk. Dat komt ook en vooral door de nationalisatie van ABN Amro en Fortis. Daardoor ligt de integratie van die twee stil en is de vorig jaar door eurocommissaris Kroes (Mededinging) afgedwongen verkoop van enkele zakelijke bankkantoren van ABN Amro en dochter HBU aan Deutsche Bank opgeschort. Die maatregel was bedoeld om, met het wegvallen van Fortis Bank Nederland, een nieuwe prijsvechter naast de grote drie (ABN Amro, ING en Rabo) te plaatsen. Maar nu hebben die drie hun macht behouden. Van Wijk: „Het zou goed zijn als de EU-maatregel alsnog wordt uitgevoerd.”

Ook over de toekomst van ABN Amro en Fortis zal snel duidelijkheid komen. Minister Bos heeft aangekondigd voor het eind van de maand zijn plan voor de nieuwe staatsbank bekend te maken.