Advocaten: niks mis met 'side letters'

In het hoger beroep tegen de voormalige Ahold-top probeerden de advocaten van de verdachten gisteren en maandag de aanklacht van justitie te ontkrachten. „Van der Hoeven en Meurs deden niets illegaals.”

De verdediging van Ahold-topmannen Cees van der Hoeven en Michiel Meurs hebben gisteren en maandag aanklager Peter Greve alle hoeken van de rechtszaal laten zien. De advocaten van beide hoofdverdachten trokken gedeeltelijk samen op.

Vooral de verdediging van Van der Hoeven kwam gisteren met dynamiet en bracht dat gefaseerd tot detonatie in de fundamenten van de aanklacht van het Openbaar Ministerie (OM).

De kern van de aanklacht tegen Van der Hoeven en Meurs bestaat uit het feit dat zij zogeheten side letters hebben opgesteld, aanvullingen op de aandeelhoudersovereenkomsten, waarin staat dat Ahold de volledige controle had over zijn buitenlandse dochterondernemingen. Zij zouden deze valselijk hebben opgemaakt en daarmee jarenlang het concern groter hebben voorgesteld dan zij in werkelijkheid was. Beleggers zouden daardoor zijn misleid. De Ahold-bestuurders zouden daarmee zowel het Amerikaanse als het Nederlandse jaarrekeningenrecht heben overtreden.

De verdediging voerde aan dat een bedrijf naar Nederlands recht dochterondernemingen mag (en zelfs moet) consolideren als zij aangemerkt worden als onderdeel van een groepsmaatschappij. Daarvoor is vereist dat Ahold overwegende zeggenschap had over de dochters waarvan zij voor de helft eigenaar was. In eerste aanleg werden de verdachten op dit punt vrijgesproken, maar in het hoger beroep bracht het OM dit opnieuw in het geding. Een misverstand, vindt de verdediging, want er is niets illegaals aan. „De consolidatie naar Nederlands recht had nooit onderwerp van strafrechtelijk debat mogen worden”, concludeerde advocaat Aldo Verbruggen, die samen met Micha Wladimiroff en Jan van Leliveld de verdediging van Van der Hoeven voerde.

De gewraakte side letters waren op verzoek van Aholds huisaccountant Deloitte opgesteld om te voldoen aan de Amerikaanse boekhoudregels. Verbruggen betoogde in zijn pleidooi echter dat het Amerikaanse jaarrekeningenrecht (US GAAP) helemaal geen side letters vereist als bewijs van substantiële controle over dochterondernemingen.

Volgens de Amerikaanse jurist Steven Solomon, die de verdediging als deskundige raadpleegde, moeten alle feiten en omstandigheden meetellen in de overweging of een bedrijf dochterondernemingen mag consolideren. Met andere woorden: een side letter als bewijs van controle was niet eens nodig geweest. Verbruggen concludeert: „Met Aholds verslaglegging was niets mis – ook zonder de control letters.”

Volgens Verbruggen drong accountant Deloitte desondanks aan op het vervaardigen van deze side letters, omdat het Amerikaanse kantoor van Deloitte dat in een huisregel had vastgelegd. Met grote misverstanden tot gevolg.

Verbruggen noemde het „ontluisterend” om te zien hoe velen, van Deloitte Nederland, Ahold, de FIOD tot aan het OM, „bij gebrek aan beter [...] de visie van de Amerikaanse accountant voor recht hielden en hierop hun standpunt stoelen.”

De Amerikaanse juridische werkelijkheid ligt volgens de verdediging veel dichter in de buurt van de Nederlandse dan waar men tot dusver vanuit ging. De beoordeling van de feitelijke verdeling van de macht binnen een bedrijf is ook hier meer een met feiten gefundeerde opinie dan een werkelijke situatie, vastgelegd in een officieel document, aldus de advocaten.

De verdediging van Cees van der Hoeven eiste aan het eind van het pleidooi vrijspraak op alle aangedragen feiten.

De pleiten voor Van der Hoeven werkten ook ontlastend voor Michiel Meurs. Immers, als de control letters niet vals waren, treft ook hem op dat punt geen blaam. Meurs fabriceerde echter ook zogeheten comfort letters die de inhoud van de control letters herriepen. De accountant, en deels ook Van der Hoeven, waren van het bestaan hiervan niet op de hoogte.

Volgens het afgelopen maandag gevoerde pleidooi van Ed van Liere, raadsman van Meurs, waren deze tweede side letters echter niet bedoeld om de feitelijke controle van Ahold te ontkrachten, maar waren ze opgesteld om houders van de dochterondernemingen gerust te stellen dat zij niet de controle zouden verliezen als Ahold hun bedrijf weer zou verkopen.

Het OM eiste in het hoger beroep een hogere straf voor Van der Hoeven dan voor Meurs, omdat hij „de dominante man binnen Ahold was”. Dat heeft Van der Hoeven bijzonder gestoken, zo blijkt uit de e-mailpassage die zijn raadsman Wladimiroff tijdens de zitting voorlas: „Waarom wordt iemand die consistent verklaart, die helder is in zijn betoog, minder geloofd dan iemand die afwijkende verklaringen geeft? [bedoeld is Michiel Meurs, red.] Alleen omdat hij de baas was, het boegbeeld, zelfverzekerder is, er bruiner uitziet, het beter met hem gaat, hij niet zielig is? Help me! Ik begrijp er geen zak van.”

Van der Hoeven liet gisteren in de wandelgangen van het Gerechtshof weten tevreden te zijn met zijn „sterke verdediging”. „Maar”, voegde hij toe, „Hoe sterk ook, je weet nooit waar het landt.”