Wat zegt het als een hindoe reïncarneert als slachtkoe?

Hindoes geloven in reïncarnatie. In hun religie is de koe een heilig dier. Is het voor hindoes dan ook een voorrecht om wedergeboren te worden als een koe? Zo ja, wat zegt het dan als ze reïncarneren als een Nederlandse koe in de bio-industrie, vraagt Mao Ye uit Delft.

Hindoes geloven dat je ziel alle aardse neigingen en impulsen met zich meedraagt naar een volgend leven. „Dus als je een slecht leven hebt geleid, dan gaat de les in een volgend lichaam verder, anders is het niet rechtvaardig”, zegt Bikram Lalbahadoersing, secretaris van de Hindoe Raad Nederland.

Dat is het boemerangeffect van karma. „Wat je zaait, zal je oogsten. Het betekent niet dat als je een vlieg hebt doodgeslagen, je in je volgende leven een vlieg bent. Daar zit geen logica achter.”

Er zijn volgens Lalbahadoersing twee soorten reïncarnatie: als mens en als dier. „Het verschil is dat mensen zelfbewustzijn hebben en dieren niet. Vanuit dat zelfbewustzijn kunnen mensen weerstand bieden aan hun impulsen. Zo kun je dichterbij verlossing komen. Als je incarneert in een dier, ben je je niet bewust van je situatie. Je moet je tijd uitzitten als een soort straf voor je handelingen in een vorig leven.”

Dat een koe voor hindoes heilig is, wil nog niet zeggen dat ze ook als een koe willen terugkeren op aarde. „De verering van de koe heeft te maken met het feit dat het dier van groot nut was in de traditionele Indiase samenleving. Alles was bruikbaar: de huid, het vlees, de botten, de melk, zelfs de urine (desinfecteermiddel) en de poep (brandstof). De koe stond volledig in dienst van anderen en was dus een egoloos dier.”

Maar reïncarneren als koe is toch beter dan als kakkerlak? „Nee, er zitten geen gradaties tussen dieren”, zegt Lalbahadoersing. „Sommige praktische hindoes zullen zeggen dat ze liever in de hond van een miljonair incarneren dan in een ‘gewone’ hond. Maar dat maakt niets uit, want dat beest heeft toch geen zelfbewustzijn. Dus ook als je incarneert in een koe in de Nederlandse vleesindustrie, ben je je daar niet bewust van.”

En gelukkig maar.

Toon Beemsterboer