Stroom opent dorp de ogen

In het oerwoud van het Indonesische Atjeh krijgen dorpen een voor een elektriciteit. Licht, rijstkoker en tv zorgen voor een heel nieuw leven.

Elske Schouten

Het leven in Jamur Gele stopte tot een jaar geleden rond acht uur ’s avonds. Rond die tijd was het al pikdonker in dit dorp in het oerwoud van zuidelijk Atjeh, waar soms een orang-oetang of beer opduikt. Hier en daar las iemand nog de koran, bij het schijnsel van de olielamp. De paar gezinnen met een generator keken misschien nog een uurtje televisie. Maar de meeste inwoners gingen rond die tijd gewoon naar bed.

Dat is veranderd. In februari van dit jaar kreeg Jamur Gele voor het eerst elektriciteit. De belangrijkste gebeurtenis in het dorp ooit, volgens voormalig dorpshoofd Muhammed Yasin. „Mijn ogen zijn opengegaan”, zegt hij. ’s Ochtends wordt hij niet langer wakker met zwarte neusgaten, van de olielamp.

Op de televisie die hij aanschafte, heeft hij voor het eerst de Indonesische president gezien, die tot zijn verbazing „ook maar een gewoon mens is zoals ik”. Hij hoeft met zijn vrouw geen hout meer te zoeken om op te koken, want ze hebben nu „het Japanse meisje” – oftewel de rijstkoker, een Japanse uitvinding. Doordat hij daar minder tijd aan kwijt is, kan hij langer op het land werken, wat hem meer geld oplevert.

Ook de rest van het dorp is veranderd, zegt Yasin. Vrouwen durven met elkaar af te spreken nu er ’s avonds licht is op straat. De puskesmas, het lokale gezondheidscentrum, is langer open. Er wordt minder gestolen in het dorp. En minder vrouwen raken zwanger, zegt hij. „Mijn vrouw en ik gingen altijd om acht uur naar bed, lekker tegen elkaar aanliggen. Nu kijken we tv en zijn we moe als we naar bed gaan.”

Tot februari hoorde Jamur Gele bij de honderdduizenden dorpen in de wereld die nog geen elektriciteit hebben. Zo’n 1,6 miljard mensen moeten het doen zonder licht in huis, zonder televisie, zonder mobieltje, schat de Asian Development Bank. In veel landen heeft hoogstens de helft van de plattelandsbevolking stroom. Dat heeft gevolgen voor alle facetten van het bestaan.

In Jamur Gele is te zien hoe het leven kan veranderen door elektriciteit. Zoals thuis bij Saleh Kadri. Samen met vrouw en zoontje zit hij rond half acht ’s avonds op een plastic mat in hun lege, houten huis, boven hen brandt een peertje.

Elektriciteit betekent voor hem dat „het nu lichter is”, zegt hij. De familie kan geen televisie betalen: ze heeft alleen een gloeilamp en een rijstkoker. Toch zijn ze helemaal gelukkig, Kadri vindt dat zelfs zijn gedachten helderder zijn nu hij ’s avonds niet meer in het donker zit.

[Vervolg Electriciteit: pagina 5]

Electriciteit

Avondje televisie verdringt koranles

[Vervolg van pagina 1] Als mensen elektriciteit hebben, blijven ze gemiddeld één of twee uur langer op, schrijft de Wereldbank in een recente evaluatie. Vooral om tv te kijken, als ze er één hebben. Verder verbetert in dorpen met elektriciteit de gezondheid. Want via tv leren mensen over hygiëne, de giftige gassen van olielampen en hout worden minder en dokters wonen liever in een dorp met stroom. Ook gaat door elektriciteit inderdaad het kindertal omlaag, al komt dat volgens de Wereldbank eerder door betere informatie over anticonceptie dan door een gebrek aan seks door concurrentie van de tv.

Het effect op het onderwijspeil is tweeslachtig: kinderen kunnen langer huiswerk maken, maar worden ook meer afgeleid door de tv. Amri (26), geschiedenisleraar in Jamur Gele, ziet vooral negatieve effecten bij zijn leerlingen. Volgens hem kijken ze meer naar soaps en reality shows dan naar informatieve programma’s, waardoor ze sieraden gaan dragen en bijdehanter worden. Maar zelf voelt Amri ook de verleidingen van televisie. Ging hij vroeger drie avonden per week naar koranles, nu haalt hij één keer per week soms niet eens, als er veel leuks op tv is.

Vroeger ging men er vanuit dat elektriciteit ook goed was voor de economie van een samenleving. Dat er meer bedrijfjes zouden ontstaan. Maar volgens de Wereldbank valt dat effect tegen. Bewoners weten vaak niet hoe ze dat moeten aanpakken. Een uitzondering in Jamur Gele is Darwin (27). Hij werkte eerst in een garage, een uur bij zijn vrouw en kinderen vandaan. Slechts één of twee keer per maand kwam hij naar huis. Toen zijn huis elektriciteit kreeg, is hij meteen zijn eigen garage begonnen. „Ik verdien nu meer dan eerst. En ik ben blijer, want ik woon bij mijn familie.”

Op een paar kilometer afstand, in het dorp Putri Betung, zegt Karim Ariga dat hij zich voelt „als een kikker in een kokosnoot”. Hij weet niks, zegt hij. Volgend jaar presidentsverkiezingen in Indonesië? Dat wist hij niet. „Ik weet alleen wanneer ik nootjes moet planten en wanneer ik moet oogsten.”

Putri Betung heeft dan ook geen elektriciteit. Nóg niet. Want IBEKA, dezelfde stichting die Jamur Gele heeft aangesloten, is bijna klaar met de aanleg van een microwaterkrachtcentrale met een capaciteit van 400 kilowatt, die zes dorpen van stroom moet voorzien. Het systeem wordt nu getest: elk moment kan in Putri Betung het licht aangaan.

In Putri Betung wordt duidelijk waarom het zo lang duurt om al die 1,6 miljard mensen aan te sluiten op het stroomnet. Voorman Christianto van IBEKA moest een generator van duizend kilo over een wankele touwbrug van een meter of dertig vervoeren. En dit was nog een makkelijk project, zegt hij. In Sulawesi moest hij drie uur met de motor en een uur lopen naar het dorp waar de elektriciteitsinstallatie kwam te staan. Zijn volgende project, in Kalimantan, is alleen te bereiken per boot, „over een rivier met krokodillen”.

Dit soort infrastructurele moeilijkheden zorgen er voor dat de armste mensen, die vaak het meest afgelegen wonen, het laatst worden aangesloten. Het aansluiten van een huis op het platteland kan volgens de Wereldbank tussen de 150 en 2.000 dollar kosten. Als een dorp binnen redelijke afstand van het stroomnet ligt, is het relatief goedkoop. Maar als er een aparte elektriciteitscentrale moet worden gebouwd, zoals in Putri Betung, gaan de kosten snel omhoog. Het hele project, in Putri Betung en Jamur Gele, kost samen zo’n 10 miljard roepia (700.000 euro), voor duizend huizen.

En dan hebben nog lang niet alle huishoudens in aangesloten dorpen daadwerkelijk stroom, schrijft de Wereldbank. Gemiddeld 10 tot 15 procent van de bewoners heeft geen geld voor de aansluitingskosten – meestal zo’n 100 dollar – en blijft in het donker zitten.

In Putri Betung hebben bewoners grote plannen, voor als de elektriciteit het straks doet. Syamsuddin Lubis was de enige in het dorp die al een generator had en ook de benzine kon betalen om hem te gebruiken. Hij hield thuis televisieavondjes voor tientallen dorpsgenoten: van acht tot tien sinetron (soaps) voor vrouwen en kinderen, daarna ‘volwassenenfilms’ voor de mannen. In zijn huiskamer liggen al een rijstkoker, een blender, een oventje en een strijkijzer voor als zijn familie straks stroom heeft.

Lubis denkt groot. Hij denkt aan een kopieerwinkel, waar je ook foto’s kunt ontwikkelen en brieven afdrukken. Hij hoopt dat er ook een telefoonmast komt, zodat ze kunnen bellen en internetten. Dat laatste heeft hij nog nooit geprobeerd, maar volgens hem is het handig voor de handel. Nu verkopen de bewoners hun koffie, pepertjes en kemirinootjes nog voor de prijs die de agent noemt. „Straks weten we zelf wat een goede prijs is.” Hij heeft al plannen voor een droogmachine, om pepertjes te drogen. „Weet je, het is gewoon eng wat hier allemaal gaat gebeuren.”

Maar in Jamur Gele blijkt dat het langzamer gaat dan de bewoners verwachten. Veel dromen zijn daar nog niet gerealiseerd. Muhammed Yasin wil licht gebruiken bij het kweken van kemirinootjes, om de varkens weg te jagen, maar dat kwam nog niet van de grond. Een koelkast om ijsjes te verkopen kan hij nog niet betalen. Leraar Amri heeft ook nog een wensenlijstje: een koelkast, een computer en een vrouw. Een vrouw? „Ja, ik moet toch ook een operator hebben voor mijn rijstkoker?”

Meer over elektriciteit op het platteland op nrc.nl/jakarta