Sarkozy eert ook deserteurs van WO I

President Sarkozy heeft gisteren „alle soldaten” die tijdens de Eerste Wereldoorlog hebben gevochten eer bewezen. Daarbij omarmde hij, als eerste Franse president, ook de zeshonderd soldaten die tussen 1914 en 1918 werden gefusilleerd omdat ze weigerden verder te vechten.

Tien jaar geleden veroorzaakte premier Jospin ophef door eerherstel voor hen te bepleiten. Sarkozy behoorde toen tot de felste critici.

Gisteren greep hij de negentigste herdenking van het einde van de oorlog in 1918 aan om te onderstrepen dat „velen van degenen die toen geëxecuteerd werden hun eer niet hadden verloren, niet laf waren, maar dat ze eenvoudig tot aan de uiterste grens van hun krachten waren gegaan”.

Deze formule wordt gezien als opmaat voor officieel eerherstel, niet collectief, maar van geval tot geval, zoals verantwoordelijk staatssecretaris Bockel al eerder suggereerde.

Het was overigens de eerste herdenking zonder Franse oud-strijders. De laatste, Lazare Ponticelli, overleed in maart op 110-jarige leeftijd. Hij was tot vorig jaar altijd aanwezig bij de jaarlijkse presidentiële herdenking bij het monument voor de Onbekende Soldaat in Parijs.

De herdenking had gisteren plaats bij de militaire begraafplaats Douaumont in het noordoosten van het land. Daar liggen de resten van 130.000 onbekende Duitse en Franse soldaten. In totaal kwamen bij de slag om het naburige Verdun 300.000 militairen om.

In 1984 stonden de Franse president Mitterrand en de Duitse bondskanselier Kohl hier in een beroemd geworden beeld hand in hand bij de herdenking. Gisteren was bondskanselier Merkel, met wie Sarkozy een moeizame relatie onderhoudt, afwezig.

De Duitse bondskanselier woonde in Warschau de viering bij van de Poolse onafhankelijkheid en liet zich in Frankrijk vertegenwoordigen door de voorzitter van de Bondsraad, Peter Müller. In Douaumont waren verder onder meer de Britse kroonprins Charles en zijn echtgenote en voorzitter Barroso van de Europese Commissie aanwezig.