Moeten eenmansbedrijfjes meer gesteund worden?

Economisch mindere tijden worden vooral door zzp’ers gevoeld.

Maar conjunctuur is voor hen niet het probleem, wél het feit dat ze onverzekerd zijn.

Met grote jubel werd vorig jaar door de politiek het groeiend aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) begroet door de politiek. Honderdduizenden mensen die zich ontworstelden aan de knellende banden van de loonslavernij, negen-tot-vijfdictatuur, deprimerende kantoorrituelen en vergaderculturen. Zzp’ers zijn in te huren wanneer het uitkomt, en er is weer afscheid van te nemen als het werk op is.

En toen kwam er een kredietcrisis, economische teruggang en minder opdrachten. En de vraag of al die zelfstandigen de komende krimp wel gaan overleven. Er is goed nieuws en slecht nieuws. Een deel van hen gaat over de kop en het overgrote deel blijft bestaan, maar moet de broekriem wellicht wat aantrekken, door iets minder opdrachten of het verlagen van de tarieven. En die kan weer wat losser als de economie weer aantrekt. Such is life, en als er iemand is die snapt wat conjunctuur is, dan is het de zelfstandige wel.

De vraag is of de overheid moet inspringen om de zelfstandigen door de winter heen te helpen. Ja en nee. Nee als het gaat om maatregelen om inkomensbescherming voor de zelfstandige. Zij of hij is ondernemer voor eigen risico, en dit hoort erbij, af en toe tandenknarsend de conjunctuur uitzitten. Ja als het gaat om structurele maatregelen die de overstap van werknemer en ondernemer soepeler te maken. En dat staat los van de conjunctuur.

Voor een goed werkende arbeidsmarkt, een fijne voorwaarde voor een sterke economie heb je mensen nodig die het beste uit zichzelf halen. Met andere woorden: een hoge arbeidsproductiviteit. Mensen die zich tegen heug en meug in loondienst vervelen, maar geen enkele prikkel hebben om iets beters te doen zijn de dood in de pot voor de economie. Het simpele antwoord van de werkgevers, de VVD en D66 is het versoepelen van het ontslagrecht. Weg met die ongemotiveerde en laagproductieve mensen. En de mazzel bij het zoeken naar nieuw werk. Een iets intelligenter en socialer antwoord dan simpelweg het versoepelen van het ontslagrecht is de overstap van werknemer tot zelfstandige, en vice versa, makkelijker te maken. Werknemers worden vaak zelfstandige om nu echt eens dingen te doen waar ze in geloven op de manier waarvan ze gelukkig worden.

Maar die overstap wordt moeilijk gemaakt door twee essentiële zaken die wel goed voor je geregeld zijn als je werknemer in loondienst bent: een inkomen ook als je ziek bent of onder de tram bent gelopen (arbeidsongeschiktheidsverzekering) en een inkomen als je te oud bent om te werken (pensioen). Zelfstandigen zijn voor dit soort verzekeringen aangewezen op de private markt van verzekeraars. Die verzekeringen zijn duur, en als je diabetes hebt of iets aan je knie bijna onbetaalbaar. Denk aan de woekerpolisaffaire: verzekeraars rekenen absurd hoge kosten en met een beetje pech houd je nog minder over aan pensioen dan je ingelegd hebt.

Het is dan ook niet raar dat slechts minder dan de helft van de zelfstandigen zich verzekert voor arbeidsongeschiktheid of pensioen. Als de overstap van werknemer naar zelfstandige en andersom niet hoeft te betekenen dat je bij pech direct in de bijstand zit, of dat je enorme pensioengaten opbouwt, zal een groter deel van de werknemers die stap willen wagen. Maar andersom ook, als het niet lukt als zelfstandige, kan je zonder al te veel ‘harm done’ weer een baan accepteren.

Dat betekent dat de politiek twee zaken moet regelen. Dat je als ex-werknemer bij het UWV je arbeidsongeschiktheidsverzekering kan houden en dat je ofwel mag doorsparen voor je pensioen bij je oude werkgever, of makkelijker je opgebouwde premies kunt overzetten in de pensioenfonds voor zelfstandigen. Het eerste kan al een beetje. Je kunt tot 13 weken nadat je bent begonnen als zelfstandige besluiten je te blijven verzekeren bij het UWV. Dat hebben onder andere de PvdA en GroenLinks geregeld. Ik had die periode liever langer gezien, maar daar wilde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet aan.

Het tweede, een pensioenfonds voor zelfstandigen, is een weg die met nog meer weerstand is geplaveid. Samen sparen voor je pensioen in een fonds is vele malen goedkoper dan individueel sparen voor je pensioen, maar de polder is bang dat zo’n fonds de solidariteit met werknemers uitholt. Maar ik zeg, het is het meest logisch dat pensioensparen niet afhangt van hoe en waar je werkt.

Als deze essentiële verzekeringen niet meer van de instituties, maar van de werkende zelf afhangen, zorg je dat de werkende zich makkelijker over de arbeidsmarkt kan bewegen. Dat is niet alleen prettig in tijden van recessie, maar ook als de conjunctuur weer meezit. Want onze economie is uiteindelijk het best geholpen met mensen die lol in hun werk hebben, hoe ze dat ook willen doen.

Mei Li Vos is Tweede Kamerlid voor de PvdA en oprichter van Alternatief voor Vakbond voor flexwerkers.