Megaproces gaat over reputatie Turkse staat

In Turkije loopt een megaproces tegen extreme nationalisten. Rekent het land af met zijn verleden? „Nog nooit is in Turkije zo openlijk gepraat over het feilen van de politie.”

BERNARD BOUWMAN

Tientallen jaren geleden werkte Mahir Kaynak undercover voor de Turkse inlichtingendienst MIT. Zijn taak was om een groep rond de nu beroemde journalist Ilhan Selcuk te infiltreren. De groep maakte serieuze plannen voor een staatsgreep.

„Ik deed wat ik moest doen, schreef alles op en rapporteerde het aan mijn superieuren”, vertelt de nu bejaarde Kaynak in Istanbul. In veel landen zou Kaynak als een held worden beschouwd, omdat hij de autoriteiten op het spoor zette van een complot. Niet in Turkije. Iemand lekte naar de media dat Kaynak voor de MIT werkte. Hij moest zich schuilhouden en werd ontslagen door de universiteit waar hij werkte.

De carrière van journalist Ilhan Selcuk ging gewoon verder alsof er niets was gebeurd, maar Kaynak werd een paria. „In Turkije gaat het maar om een ding: wie ken je, door wie word je beschermd?”, zegt Mahir Kaynak bitter. „Als je de goede connecties hebt, kun je doen wat je wilt”.

Maar dat staat nog te bezien. In Istanbul loopt sinds enige weken het proces tegen de zogeheten Ergenekon-bende. Opnieuw is journalist Ilhan Selcuk een van de betrokkenen, maar dit keer staat zijn naam wel degelijk in de aanklacht. De meer dan tachtig verdachten komen allen uit de nationalistische, streng seculiere hoek. Onder hen bevinden zich naast Selcuk een politicus (Dogu Pirincek), ex-generaals, een beroemde advocaat en een gepensioneerde rector van een universiteit.

In de aanklacht worden de verdachten naast het aanzetten tot een staatsgreep ook verantwoordelijk gehouden voor onder andere een aanslag op een administratieve rechtbank in Ankara. „Maar ik denk persoonlijk dat ze veel meer op hun kerfstok hebben”, zegt Mahir Kaynak, die een boek over Ergenekon schreef.

Zo’n megaproces tegen notabelen is uniek in Turkije en geeft het land, zeggen commentatoren, de kans af te rekenen met zijn verleden van wetteloosheid, moordpartijen en staatsgrepen. Harde vonnissen in dit proces zouden een duidelijk signaal zijn dat Turkije een democratie is, waar iedereen zich aan de wet heeft te houden en niemand in achterkamertjes terreurdaden kan plannen. Met dit proces, wordt wel gezegd, kan Turkije een troebel hoofdstuk uit zijn geschiedenis afsluiten.

Maar is het allemaal zo simpel? Advocate Fethiye Cetin vertegenwoordigt de familie van Hrant Dink. Deze Turks-Armeense journalist werd vermoord in januari 2007, nog voor Turkije van het bestaan van de Ergenekon-bende afwist. Dat neemt niet weg dat ook zij, „ook al heb ik daar vooralsnog geen stevig bewijs voor”, net als Mahir Kaynak van mening is dat kringen rond Ergenekon uiteindelijk voor die moord verantwoordelijk zijn. Ogün Samast, de jongen die de trekker overhaalde, was maar een kleine schakel in een veel groter geheel.

Het proces tegen de moordenaars van Dink loopt al maanden, maar hoeveel hebben Cetin en haar medeadvocaten bereikt? Cetin zelf is optimistisch. „Nog nooit is er in Turkije zo openlijk gepraat over het falen van de politie”, zegt zij met nadruk.

Maar een grote kaart die aan de muur van haar kantoor in Istanbul hangt spreekt heel andere taal. Op de kaart is te zien hoeveel processen er zijn of worden gevoerd naar aanleiding van de moord op Dink. De uitkomst van die processen is bedroevend. Zo was de politie in Trabzon, waar moordenaar Ogün Samast toen woonde, wel degelijk op de hoogte van het moordcomplot tegen Dink, maar zij deed niets om de moord te voorkomen. Een half uur na de moord belde een politieagent met een van de mensen die nu terechtstaan. „Hebben jullie het gedaan?”, vroeg de agent. Processen tegen de politie in Trabzon wegens plichtverzuim leverden echter niets op. „Ze zeiden: we hebben de informatie doorgestuurd naar Istanbul”, aldus Cetin. „Ze hebben achteraf zelfs documenten vervalst om dat te bewijzen”.

Ook de politie in Istanbul deed niets: Dink kreeg geen extra beveiliging en er werd geen onderzoek naar het complot ingesteld. „Inspecteurs (van de politie zelf, red.) die dat onderzochten, kwamen met een vernietigend rapport”, zegt Cetin. „Maar de rechter pleitte alle betrokkenen vrij.”

En dan is er nog de kwestie-Samsun. Ogün Samast, de moordenaar van Dink, bracht na zijn arrestatie enige tijd door op een politiebureau in Samsun. De dienders daar eerden hem als een held, zo bleek uit video-opnamen die hun weg naar de media vonden. „Dat liet maar eens duidelijk zien hoe de mentaliteit van de politie in Turkije is”, zegt Cetin. „Sommige mensen verdienen het om vermoord te worden, denken ze”.

Die mentaliteit, aldus veel liberale Turken, verklaart uiteindelijk waarom de politie Dink niet beter beschermde: zij zagen hem als een staatsvijand die met zijn kritiek op Turkije zijn recht om te leven had verbeurd. Die liberale Turken eisten een proces toen ze de opnamen uit Samsun zagen. „Van de twintig betrokkenen werden er twee aangeklaagd”, zegt Cetin. „Beiden werden vrijgesproken.” Misschien nog het meest wrange was dat een van de aanklachten ging over het feit dat de video en foto’s aan de media waren gegeven.

Dus is Turkije echt veranderd? Geldt de wet voor iedereen? Is de tijd dat een groep mensen ongestraft kon doen wat zij wilde, echt voorbij? Mahir Kaynak maakt zich weinig illusies. „De echte leider van Ergenekon staat niet terecht”, zegt hij. „Die loopt nog vrij rond, daar ben ik van overtuigd.” Volgens de voormalige medewerker van de inlichtingendienst zullen er wel mensen worden veroordeeld, maar dan vooral „degenen die de trekker overhaalden of daar opdracht toe gaven. De rest komt vrij, daar ben ik van overtuigd.”