Indrukwekkend vertelde vliegramp

Stranded Regie: Gonzalo Arijon. In: 15 bioscopen. ***

Geweldig hoe fictieve en documentaire werkelijkheden door elkaar kunnen lopen. Lang voordat een documentaire werd gemaakt over het vliegtuig dat in 1972 boven het Andes-gebergte crashte en waarvan de overlevenden alleen in leven konden blijven door overleden medepassagiers flintertje voor flintertje op te eten, werd dit waar gebeurde gruwelverhaal al tot speelfilm bewerkt.

Alive (1993) van Frank Marshall werd destijds geprezen (en verafschuwd) om het feit dat de film een eigenlijk onverteerbaar verhaal tot een soort mythisch sacrament had verheven. De Uruguayaanse rugbyspelers aan boord van het vliegtuig waren vrome katholieken, de ramp vond vlak voor Pasen plaats. Ruim dertig jaar na dato durfde Gonzalo Arijon het aan om van de echte werkelijkheid een film te maken.

Hoewel hij de slachtoffers van toen zonder reserves aan het vertellen kreeg, ja zelfs op expeditie meenam naar de plaats van de ramp, had hij het lastiger dan Frank Marshall. Hij besloot dat hij aan de echte verhalen niet genoeg had, hij wilde het ongeluk ook laten zien, de maanden die de mannen in de sneeuw doorbrachten ook reconstrueren.

En dus zat er niets anders op dan nieuwe geënsceneerde beelden aan zijn documentaire toe te voegen. Die maken de werkelijkheid van de verhalen die de mannen vertellen ‘echter’, maar zorgen tegelijk voor afstand. Pas in de eigen woorden van de overlevenden komt het verleden tot leven.

Stranded won vorig jaar op het documentairefestival IDFA een Joris Ivens Award. Als opwarmertje voor het festival van dit jaar gaat de film nu op tournee. Dat Stranded al her en der op televisie te zien is geweest, is geen bezwaar. Pas in het bioscoopduister voel je hoe claustrofobisch die eindeloos witte sneeuwvelden moeten zijn geweest. Nergens horizon.